ReportageHout

Wat blijft er over van het bos in Estland?

Gekapt hout in Imavere, ten zuiden van Tallinn.Beeld Ekke Overbeek

Estland bestaat voor meer dan de helft uit bos. Dat blijft zo, ondanks de grootschalige export van houtpellets naar Nederland. De vraag is alleen: wat voor bos? 

Van hout kun je alles maken, lijkt het centrum voor bosbeheer in Tallinn de bezoeker in te fluisteren. Zelfs de wasbakken in de wc zijn uitgeholde boomstronken. Ook de stem van Ulvar Kaubi klinkt als het bos dat ruim de helft van Estland bedekt: monotoon en onafgebroken. Als de mens niet zou ingrijpen was er nog veel meer bos, legt de directeur timmerhout van Estlands staatsbosbeheer uit.

“We houden vee op grote stukken grasland om te voorkomen dat ze dichtgroeien.” Voor de houtvester is dat is een vorm van landverspilling. “We kunnen daar bomen planten voor duurzame energie.” Dat het bos in Estland bedreigd zou zijn is volgens hem een fabeltje. “De wet bepaalt dat op elke hectare bos die wordt gekapt na vijf jaar weer bos moet staan.”

Natuurlijke rijkdom

Jaarlijks produceren de staatsbossen zo’n vier miljoen kuub hout. Privébossen leverden vorig jaar nog eens acht miljoen kuub. Estland zou veel meer kunnen verdienen aan zijn natuurlijke rijkdom, meent Kaubi. Niet alleen door meer te planten, maar ook door geoogste bomen beter te gebruiken. De helft bestaat uit stammen waar de binnenlandse zagerijen wel raad mee weten. Maar de rest, het tak- en tophout, gaat meest onverwerkt naar pulpfabrieken in Zweden en Finland. De grote uitzondering zijn houtpellets, fijngemalen resthout dat tot korrels is samengeperst. 

Ze stromen nog warm uit een dreunende machine in Imavere, een dorp ten zuiden van Tallinn. Raul Kirjanen schept er een hand uit: “Dit gaat naar Nederland.” Buiten giert een koude, natte wind tussen stapels hout en bergen zaagsel. Maar de man in bosgroene trui met ellebooglappen laat zich weinig gelegen liggen aan tegenwind. In ­tegendeel, de kritiek dat zijn bedrijf Graanul Invest het bos schade berokkent, maakt hem juist strijdbaarder.

Efficiency

In vijftien jaar tijd werd Kirjanen de pelletkoning van het Balticum met elf fabrieken in Estland, Letland en Litouwen. Die produceren meer stroom en warmte dan ze verbruiken, waardoor de pelletproductie als CO2-neutraal geldt. “Efficiency is cruciaal, want de marge is laag”, legt hij uit. Vandaar ook zijn volgende stap: een productielijn die hout ontbindt in suikers en lignine, grondstoffen voor de chemische- en voedselindustrie. Dit moet in de toekomst aanzienlijk meer gaan opleveren per kubieke meter hout.

Maar vooralsnog draait Graanul op biomassa waarvan 30 procent naar Nederland gaat. Dat daar mensen zijn die klagen over vervuiling snapt hij wel. “Het principe is: niet in mijn achtertuin.” Maar zonder stoken geen stabiele energievoorziening, redeneert hij. “Op een koude februaridag is er geen wind en geen zon, maar je wilt wel je kopje koffie zetten. Dan kun je wel zeggen dat biomassa slecht is, maar wat wil je dan? Gas? Olie? Kernenergie?” 

Imavere, ten zuiden van Tallinn, Estland, locatie van de Graanul-pelletfabriek.Beeld Louman & Friso

Hout is op de lange duur de beste oplossing, want het is klimaatneutraal, betoogt hij. Een boom absorbeert CO2 zolang hij groeit en stoot vervolgens die CO2 weer uit, of hij nu wordt verbrand of wegrot. “Elke tien jaar verandert 5 procent van een oud bos van timmerhout in brandhout. Het begint te rotten.” Kirjanen beroept zich op een studie van de landbouwuniversiteit van Estland. “Jonge bomen beginnen na ­zeven jaar al weer CO2 op te nemen.”

Siim Kuresoo heeft een andere, Oostenrijkse studie paraat. “Pas na 210 jaar heeft een bos de CO2-uitstoot gecompenseerd die wordt veroorzaakt door kappen en verbranden”, zegt hij in een café in Tallinn. Hij is actief bij het Estse Natuurfonds (Elf). Op lange termijn is hout klimaatneutraal, maar niet op het punt waar we nu zijn, meent hij. “Als de mensheid altijd op hout had gestookt en niet op fossiele brandstoffen, dan was de situatie heel anders geweest.”

Met smeltende ijskappen en permafrost is het riskant een CO2-piek te creëren door oude bomen te verstoken, die hun vervangers pas over jaren gaan absorberen, vindt Kuresoo. De klimaatverandering heeft een heel nieuwe dimensie toegevoegd aan het steekspel tussen houthakkers en ecologen. Terwijl beide kampen grabbelen naar argumenten in recente CO2-berekeningen, gaat het oude vertrouwde debat over ­biodiversiteit gewoon door. “Om het huidige bos in stand te houden, mogen we maximaal acht miljoen kuub per jaar kappen”, zegt de ecoloog. Afgelopen jaar verdween er 50 procent meer.

Vliegende eekhoorn

Van de 20.000 diersoorten die in de Estse bossen huizen, past slechts eenderde zich probleemloos aan als een groot stuk bos wordt kaalgezaagd. De rest heeft het moeilijk. Kuresoo geeft de vliegende eekhoorn als voorbeeld. In de EU komt het beestje alleen nog voor in Finland en Estland. Door grootschalige bosbouw wordt zijn leefomgeving ernstig bedreigd. De eekhoorn heeft zijn precaire toestand mede te danken aan Nederlandse subsidies op biomassa, stelt Kuresoo. Hij voert de houtprijzen aan als bewijs. De prijs van timmerhout fluctueert sterk in samenhang met de conjunctuur in de bouw. De prijzen van ­biomassa daarentegen zijn vrij stabiel. “Je ziet dat prijzen gestabiliseerd zijn sinds 2012, 2013. Dat correleert met de export van pellets door Graanul.” Naarmate de winsten groter worden, neemt de industrie grotere bomen in het vizier, meent hij. “Dat ze zaagsel gebruiken als biomassa heeft zin, maar ze vermalen nu hele boomstammen.”Siberië

‘Pelletkoning’ Raul Kirjanen van Graanul Invest op een berg zaagsel.Beeld Ekke Overbeek

Op het terrein rondom de pelletfabriek in Imavere liggen inderdaad wanden van opeengestapelde boomstammen, waarvan sommige een respectabele doorsnede hebben. Graanul-chef Kirjanen steekt een vinger in een stam. “Kijk, die is van binnen verrot. Daar kun je zelfs geen pulp van maken.”

Veel stammen zijn zichtbaar aangetast. Andere zien er voor het lekenoog gezond uit. Dat zoveel hout alleen nog maar deugt voor stoken, heeft een sinistere reden. “Voor de oorlog was er veel minder bos”, vertelt de pelletproducent. “Veel bos groeit op voormalige landbouwgrond van boeren die in 1939 naar Siberië werden gedeporteerd. De grond lag braak en werd overwoekerd.”

Na de val van het communisme is de grond met bos en al teruggegeven aan de voormalige eigenaren of hun erfgenamen. Die bossen zijn nu tachtig jaar oud en slecht onderhouden. “In privébossen zie je veel rottende en omgevallen bomen. Dat is misschien goed voor de natuur, maar een enorme verspilling van hout.”

De houtindustrieel kijkt vol bewondering naar de bomenplantages van Zweden en Finland. “Wij zouden met betere bosbouwpraktijk twintig miljoen kuub hout per jaar kunnen halen.” De ecoloog wil juist dat Estland de fouten van zijn Scandinavische buren vermijdt. Kuresoo: “Als ik de volledige vrijheid had, zou ik veel minder dan acht miljoen vierkante meter kappen.”

Lees ook: 

Waarom biomassa een grotere klimaatkiller is dan steenkool

Energiebedrijf RWE stopt vanaf komende maand grote ladingen biomassa in zijn Brabantse kolencentrale. Maar pas op, waarschuwen deskundigen: hout verbranden is op korte termijn nog viezer dan steenkool. Klimaatwinst laat decennia op zich wachten.

Iedereen heeft toiletpapier nodig, maar liever niet van het laatste, Zweedse boreale bos

Het boreale woud valt in Zweden ten prooi aan de industrie. De milieu-ambitie is groot, maar de de plicht voor bosbezitters minimaal. ‘Typisch Zweeds.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden