Meinrad van der Scheer (links) en Lotte Smeenk in Sant Llorenç de Morunys (Spanje), dag 413, 5800 kilometer. Beeld
Meinrad van der Scheer (links) en Lotte Smeenk in Sant Llorenç de Morunys (Spanje), dag 413, 5800 kilometer.Beeld

InterviewRugzaktoeristen

Wat bezielde Meinrad en Lotte om vanuit Zutphen 8000 kilometer naar Albanië te lopen?

Vóór corona gingen Nederlandse backpackers massaal naar Thailand en Vietnam, nu kiezen ze vaker voor Europa. Dat dit net zo spectaculair kan zijn, weten Meinrad van der Scheer en Lotte Smeenk, die in anderhalf jaar tijd achtduizend kilometer liepen.

Maarten van Gestel

De mevrouw die op de grens van Engeland en Wales vragenlijsten afneemt onder wandelaars, reageert niet eens verbaasd als twee jonge Nederlandse wandelaars haar vertellen hoelang ze al lopen. “We zeiden dat we al anderhalf jaar bezig waren”, zegt Lotte Smeenk. “Maar dat kwam gewoon niet bij haar binnen.”

Deze reactie kennen Smeenk en Meinrad van der Scheer (beiden 28) inmiddels. Hadden ze gezegd dat ze een dikke maand lang aan het rondtrekken waren, dan had de vrouw van het National Trust waarschijnlijk verbluft en enthousiast gereageerd. Maar op het verhaal dat de twee helemaal van Zutphen naar Albanië zijn gelopen, en vanaf daar door Griekenland, Italië en Spanje en via de kust van Zuid-Engeland naar Wales, weten voorbijgangers vaak simpelweg niet hoe ze moeten reageren. “Ze kunnen zich er geen voorstelling bij maken”, zegt Van der Scheer.

Hun reis, geeft het Nederlandse stel toe, is ook ‘vrij bizar.’ Zonder vliegtuigen, bussen, auto’s of treinen doorkruisten ze het afgelopen anderhalf jaar onder meer Frankrijk, Slovenië en Bosnië. Achttien maanden lang trokken ze met tent en kookstel op de rug rond, kampeerden ze wild in de bergen en aan de kust, aten ze kilo’s pasta en dronken ze zelfgestookte drank bij vreemden.

En veel voorbijgangers hoorden hun verhaal ook met jaloerse blikken aan. Het kan dus echt: de maatschappij een tijdje de rug toekeren en de wildernis in. Kijkend naar het mondiale klimaatprobleem laat het ook zien dat je niet naar Vietnam of Cambodja hoeft voor een spectaculaire reis. “Europa is zo ontzettend mooi”, zegt Smeenk, nu ze weer net terug is in Nederland.

Lees verder na de afbeelding.

Dag 486 (7000 kilometer), bij Hay-on-Wye in het Verenigd Koninkrijk.
 Beeld
Dag 486 (7000 kilometer), bij Hay-on-Wye in het Verenigd Koninkrijk.
null Beeld

Het is niet zo dat backpackers massaal het vliegtuig de rug toekeren

Jarenlang zaten grote, intercontinentale backpackavonturen flink in de lift, met name bij jongeren die wat van de wereld (en zichzelf) wilden zien voordat ze aan een 9 tot 5-leven beginnen. Topbestemmingen voor Nederlanders waren Australië, Thailand, Vietnam, Colombia en Indonesië, aldus cijfers van Hostelworld, een beetje het booking.com voor backpackers.

Toen kwam de pandemie. De internationale reisrestricties en vooral de strenge maatregelen in Azië hebben de backpackwereld op zijn kop gezet, zegt toerisme-expert Lobke Elbers van Breda University of Applied Sciences. “Enerzijds is wandelen tijdens corona veel populairder geworden. Anderzijds hebben veel mensen ontdekt dat je niet naar Azië hoeft om op avontuur te gaan.”

Lees verder na de afbeelding.

 Macomèr (Sardinie), dag 392. Beeld
Macomèr (Sardinie), dag 392.Beeld

Het is niet zo dat backpackers massaal het vliegtuig de rug toekeren en alleen nog maar ecologisch verantwoorde reizen maken. De drukte op Schiphol geeft daar blijk van. Toch verandert de backpackwereld door de pandemie, blijkt uit de cijfers van Hostelworld. Nederlandse rugzakreizigers boeken tien keer zo weinig overnachtingen in Azië en kiezen vaak andere bestemmingen.

Die verschuiving vindt met name plaats naar centraal- en Zuid-Amerika. Maar tegelijkertijd kiezen backpackers ook vaker voor een avontuur dichter bij huis. In de top-tien van bestemmingen onder Nederlandse backpackers stond vóór corona geen enkel Europees land. Inmiddels zijn dat er drie: Spanje, Portugal en Italië.

Met hun wandeltocht door maar liefst zestien landen vallen Van der Scheer en Smeenk op. Weinig mensen gaan zó lang weg, zegt deskundige Elbers, en doen een hele reis te voet. Wat bezielden de twee backpackers om achtduizend kilometer te lopen? En hoe is het om anderhalf jaar lang op wandelschoenen door Europa te trekken?

Lees verder na de afbeelding

‘Is dit serieus of is dit gewoon gedagdroom?’

Al sinds hij klein is droomt Van der Scheer erover om de hele wereld rond te lopen. “De grootste inspiratie kwam van mijn broer en zus, die naar Santiago de Compostela waren gelopen.” Zijn vriendin Lotte Smeenk hoort hem al fantaseren over een jarenlange wereldtocht sinds ze met hem samen is, sinds ze 18 waren en op de middelbare school zaten. Tijdens hun studies - hij milieuwetenschappen, zij antropologie - begint hij vaak over zijn droomreis. In 2020 vraagt ze hem daarom: “Wil je dit nou echt? Is dit serieus of is dit gewoon gedagdroom?”

Het plan ontstaat om samen écht een lange wandeltocht te maken. “Niet de hele wereld rond, dat zou te heftig zijn”, zegt Van der Scheer. Het stel had al eens vijf weken het Koningspad gelopen in Noord-Zweden, dus wisten ze hoe bijzonder, maar ook hoe zwaar het is om dag in dag uit lange afstanden te lopen. Het plan dat ze wel als haalbaar zien, wordt om van Nederland naar Tibet te gaan. Twaalfduizend kilometer, deels door de Himalaya’s. Heen lopen, is het idee, en terug naar Zutphen met de trein.

Om geld te sparen voor hun reis, gaan de twee na hun afstuderen bij de ouders van Smeenk wonen en gaan ze fulltime werken. “We waren van plan om tijdens de reis heel weinig geld uit te geven. We rekenden uit dat we Tibet konden halen in anderhalf jaar, met 23 kilometer lopen per dag.” Hun beste vrienden en ouders steunen het idee voor het radicale wandelavontuur, ondanks een mogelijk vrij gevaarlijke route, onder meer door Afghanistan.

Het voelt een beetje knullig, blikt Van der Scheer lachend terug: om na het dramatische afscheid in januari 2020 niet weg te sjezen met een auto, maar lopend slechts heel langzaam van de voordeur verwijderd te raken. Twee weken later, als ze al gesloopt zijn van elke dag twintig kilometer op het Pieterpad in de kou en ’s nachts te moeten slapen in bossen en uiterwaarden, zijn ze in autotermen nog maar een paar uur van huis verwijderd. “Toen we in Valkenburg één nacht in een hotel gingen slapen, voelden we dat we al helemaal kapot waren. We hebben die hele avond op bed gelegen en beseften dat dit een heftige reis zou worden.”

Lees verder na de afbeelding.


In Àger (Spanje), dag 424, 6000 kilometer.
 Beeld
In Àger (Spanje), dag 424, 6000 kilometer.

Vanwege de strenge coronarestricties van dat moment wil het stel in drie dagen tijd België doorkruisen. “Die eerste weken waren echt afzien”, zegt Smeenk. “Het was heel koud en het sneeuwde.” Het is duidelijk dat dit geen relaxte wandelvakantie wordt, maar meer een manier van leven. “Een heel intens leven”, zegt Van der Scheer.

Maar na de eerste twee maanden, als de lente zich langzaam laat zien en de tred komt in het ritme van lopen, kamperen, pasta eten en slapen, begint het stel zijn draai te vinden. “Het mooiste”, vindt Van der Scheer, “is dat je op een dag heel weinig prikkels binnenkrijgt. Daardoor beleef je elke prikkel veel intenser.”

Fastforward naar Albanië, waar de twee aan het eind van de zomer aanbelanden, en een memorabel geluksmomenten beleven. “We moesten nog drie dagen langs de kust lopen voordat we bij de plek waren waar we tien dagen rust zouden nemen. Op de kaart zagen we dat we ook via de bergen konden lopen. We waren heel moe, maar besloten het toch te doen.”

Als het stel een dag later – ‘helemaal kapot’ – bovenkomt, kijken ze uit over een prachtige vallei, badend in het zonlicht, waar een herder rustig met geiten en schapen voorbijloopt, en verder niemand in de wijde omtrek te bekennen is. “Fysiek waren we supermoe. Maar zo’n moment is zo inspirerend, dat we daarna weer een hele dag vol energie vooruit konden knallen.”

Lees verder na de afbeelding

Benevento (Italië), dag 323, 4800 kilometer.
 Beeld
Benevento (Italië), dag 323, 4800 kilometer.Beeld

Zelfgestookte raki in de tuin

Het meest bijzondere naast de natuur vindt Smeenk de mensen die ze overal ontmoeten. “En hun gastvrijheid.” Als het stel geen plek kan vinden om te wildkamperen, vragen ze aan mensen of ze de tent in de tuin mogen opzetten. “Dat mag eigenlijk altijd wel.”

In Oost-Europa worden ze met hun grote rugzakken soms zelfs haast van straat geplukt, zoals in Bosnië door een man die ze met zelfgestookte raki hartelijk verwelkomt in zijn tuin, waar ze uiteindelijk de hele avond lachend doorbrengen, hoewel ze elkaars taal niet spreken. Ook in West-Europa ontmoeten ze vreemdelingen, met wie ze nu soms nog contact hebben.

Met de vrouw in Oostenrijk bijvoorbeeld die haar hond uitlaat, een praatje maakt, en Meinrad en Lotte later opnieuw aanspreekt om hen uit te nodigen in het hutje bij haar huis. Via het platform Couchsurfing slapen ze geregeld (gratis) bij mensen thuis. “Soms kregen we meteen de sleutels van iemands huis in onze handen. Dat vertrouwen was mooi om te zien.”

Lees verder na de afbeelding.

In Hoshtevë (Albanie), dag 271, 4000 kilometer.
 Beeld
In Hoshtevë (Albanie), dag 271, 4000 kilometer.Beeld

Eerst maandje op de camping in Nederland

Het plan om helemaal naar Tibet te lopen gaat overboord als Smeenk in Slovenië last krijgt van haar knieën. “We moesten rust nemen en praatten veel met elkaar over wat we nu echt wilden. Dat was eigenlijk alleen maar lopen, gewoon elke dag lopen.” In plaats van 23 liep het stel zo’n 20 kilometer per dag, wat de lengte van de reis behoorlijk zou doen oplopen. En qua toeristenvisa zou het in veel Aziatische landen moeilijk worden.

“Het was een goede keuze om niet naar Tibet te gaan”, zegt Van der Scheer. Met name de schoonheid van Oost-Europa liet het stel anders kijken naar de manier waarop veel Nederlandse nu nog grote reizen maken. “Het is zonde dat niet meer Nederlanders naar de Balkan gaan, en wel naar Azië vliegen. Mijn broertje is in Bosnië op bezoek gekomen met de trein. Dat was goed te doen en hij vond het prachtig.”

Vorige week kwamen Van der Scheer en Smeenk weer thuis in Nederland, even traag als ze anderhalf jaar vertrokken. “Het is wennen om niet elke dag te lopen, en ’s ochtends te moeten bedenken wat ik die dag ga doen”, zegt Smeenk. Om te acclimatiseren – auto’s, treinen, nieuws, sociale media – wonen ze eerst een maandje op een camping.

“Het was vooral onbeschrijflijk mooi om deze reis met z’n tweeën te mogen maken”, zegt Van der Scheer. Soms liepen ze een uur zonder iets tegen elkaar te zeggen, soms hadden ze gesprekken die ze anders nooit gehad hadden. Zij ontdekte dat ze straks sociaal werk wil gaan doen, hij dat hij hovenier wil worden. En hoewel ze vooraf hadden bedacht dat ze slechts één keer in hun leven zo’n lange wandeltocht wilden maken, smaakt dit toch naar meer. “Ik weet niet of we dan weer zo ver gaan, maar we gaan het zeker nog eens doen.”

Lees ook:

Betekent corona het einde van de snacktoerist?

Wie weet, is corona het beste afkickmiddel tegen onze ongebreidelde reisverslaving. Die hoop duikt op in de toekomstdromen van de toerismeprofessor, de beroepsreiziger en drie reisondernemers. ‘We gaan weer reizen als Goethe. Langzaam.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden