Mooiste NederlandTexel

Wandelen op Texel: hoe plezierig nutteloos kan zijn

Beeld Monica Wesseling

Ontvlucht de dagjesmensen en bezoek De Mient en de Bleekersvallei op Texel. Monica Wesseling wandelt er in alle rust. Af en toe bukt ze naar de grond om de wereld op haar knieën te bekijken, of ze kijkt omhoog.

Even heb ik spijt Texel te hebben uitgekozen om een Waddenneus te halen. De tientallen meterslange rij fietsers, schare wandelaars met honden en ouders met buggy’s doen het ergste vrezen. Maar nee. Niet zodra ik koers zet naar De Mient en de Bleekersvallei, of ik ben de meute kwijt. De horde volgt ‘braaf’ de aanbevelingen van de VVV en mijn toppers zijn niet des VVV’s.

De wandeling opent grandioos. In het weilandje tussen de bushal­te en de Bleekersvallei rammelen de zaden van de kleine ratelaar in hun zaaddozen en zijn tientallen – helaas uitgebloeide – gevlekte orchissen te zien. Het geel walstro geurt zoet, wilde bijen zorgen voor muziek en de eerste dopheide bloeit.

Een paar honderd meter moet ik het pad nog delen met het peloton fietsers, maar als ik het hek van de Bleekersvallei door ben, valt alles stil. De natuur is puik, de naam onzinnig. De blekerijen waar bleeksters met zon en schoon duinwater het linnen van de rijken weer stralend wit maakten, lagen een stuk oostelijker.

Beeld Monica Wesseling

Hoe leuk moord en doodslag wezen kan

Het is heerlijk kaal hier. Bleke (dus toch!) blonde duinen blikkerend in de zon, graslandjes en vooral veel kleine duintuintjes. Mozaïektuintjes met korstmossen, open zandgras en zandblauwtjes. Geen weelderige begroeiing en daardoor voor de overgrote meerderheid niet direct aantrekkelijk, maar topspijs voor botanie lekkerbekken, deze zogeheten grijze duinen. Grootse kleinheid.

Voor ik het weet lig ik weer eens op de knieën, de leesbril op, de neus op het zand en ja, het gaat­je van mierenleeuwlarve. Verborgen wacht de larve op een toevallig passerende mier om deze dan met de kaken razendsnel het hol in te trekken. Geen mier te zien natuurlijk. Wel een sluipwesp, vermoedelijk zoekend naar de rups van een ander om daar haar eitje in te droppen. De rups is voedsel voor de jonge sluipwesp. Hoe leuk moord en doodslag wezen kan.

Route en info

De gelopen route is een combinatie van twee Staatsbosbeheer-routes: De Bleekersvallei (3,1 km, blauw) en De Mient (4,3 km, rood).

De wandelroutes zijn niet altijd even duidelijk gemarkeerd. Het makkelijkst is om vanaf Ecomare, bushalte van de Texelhopper, via de Randweg zuidelijk te lopen. Net voor het fietspad ‘het bos in duikt’ zie je rechts een hek met wegwijzer; start Bleekersroute.

Na bijna 2 km kom je op een y-splitsing waar blauw scherp linksaf gaat. Recht voor je een geel paaltje. Daar rechtdoor. Even verder rood volgen, dat is de Mient-route. Na de Mient-wandeling kom je weer bij het overstappunt.

Texel heeft perfect openbaar vervoer. Naast de reguliere busdiensten rijdt de Texelhopper die je buiten diensttijden en op veel meer punten afzet. Wel minimaal een uur tevoren reserveren via 0222-784000 of texelhopper.nl.

Achter een simpel draadhek een groepje schapen. Roerloos. Ik maan de dames – ze behoren te grazen om de duinvergrassing te­gen te gaan – maar maak natuurlijk geen enkele indruk. Gelukkig is het onderhoud en vermooien van het duin niet alleen van de viervoeters afhankelijk. Er wordt ook gesprageld, had de boswachter van Staatsbosbeheer me eerder al verteld. Door de bovenste, voedselrijke laag van de grond weg te halen maar een deel van de heidewortels te laten staan, krijgt de heide meer kans dan het gras. Slim, al lijkt spragelen wel zelfverzonnen of typisch Tessels. Hoe het ook zij. Het is in elk geval goed gelukt. Wind, schapenzuring, zandblauwtjes en grassen voeren samen een wuifballet uit en doen niets anders meer willen. Een veldleeuwerik zingt vergeefs. De vrouwtjes hebben het gebroed wel gehad. Nutteloze moeite net als mijn gespanker. Begin- en eindpunt zijn hetzelfde; per saldo schiet ik er niets mee op.

Beeld Monica Wesseling

Het bos geurt naar Kerstmis en wc-reiniger

De paaltjes verschieten van kleur en leiden een bos in: de Mient. Het bos is vorige eeuw in de crisisjaren aangeplant op natte heide die als gemeenschappelijke graasgronden werden gebruikt. Bomen laten groeien op schrale zandgrond met een geselende zilte wind is niet eenvoudig. Voor de houtvester destijds een vrijbrief om ongegeneerd te experimenteren met verschillende soorten. Wel zo fijn, al die vormen en kleuren.

Vanuit het lover roepen zwartkoppen, lijsters en tuinfluiters, vogels die als zenuwachtige merels zingen. Ik diep in mijn geheugen het verschil tussen Corsicaanse en Oostenrijkse dennen op en herinner me het ezelsbruggetje dat een boswachter me ooit leerde. De eerste heeft de naalden als een plee­borstel staan, de tweede als een pluim. Het bos geurt naar Kerstmis en wc-reiniger, zoals een natuurbarbaar ooit opmerkte.

Her en der kleine stukjes hei, relicten van een roemrijk natuurverleden al is de natte heide van vóór de bebossing nu wel verdroogd. Het woud is heus mooi, maar als altijd verwelkom ik de horizon van de zonnige duinen. Op een bankje bestudeer ik de binnenkant van mijn oogleden.

Het schelpenpad knistert

Tot hoog in de lucht geschreeuw losbarst. Een meeuw probeert een buizerd die het vermoedelijk op zijn ei gemunt heeft weg te jagen. De buizerd laat het niet op zich zitten en minuten achtereen doet de steeds nerveuzer wordende meeuw aanvallen. De vogel broedt blijkbaar alleen in plaats van zoals gebruikelijk in een kolonie en moet dus hulp van soortgenoten ontberen. Uiteindelijk lukt het. De buizerd verdwijnt. Het schelpenpad en ik knisteren. Hoe plezant nutteloos kan zijn.

De vogels tonen zich fascinerend als immer; het geluk is bijna onvoorstelbaar. Want na het gevecht tussen buizerd en meeuw, is er ook nog een ruzie tussen meeu­wen onderling. Gevalletje van kleptoparasitisme. Een van de vogels heeft een prooi; alle andere proberen deze af te pakken. Ze krijsen, zwenken, duiken en pikken, maar helaas voor belaagden en belager. De prooi valt en is blijkbaar vervolgens onvindbaar.

Het landschap is scheutig, de hellingen met elandgeweimos en duinsterretje doen lekkerbekken, de lucht onwaarschijnlijk blauw. Een blauwvleugelsprinkhaan vliegt op, zijn blauwe ondervleugels tonend. Texel zonder meute. Verrukkelijk. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden