Wandelen in Nepal, maar wel een hotel met sauna alstublieft

Uitzicht op besneeuwde bergtoppen. Aan de lijnen hangen honderden gebedsvlaggetjes. Beeld Hollandse Hoogte

Nepal wil meer toeristen ontvangen. Dat is goed voor de economie, maar niet voor het fragiele ecosysteem van de Himalaya. Steeds grotere aantallen bezoekers willen steeds meer luxe op steeds grotere hoogte. 

 Naru Gurung is eventjes onverstaanbaar als er een jeep volgeladen met toeristen langshobbelt. Een decennium geleden bouwde hij zijn New Waterfall Guest Home, zoals vrijwel iedereen in het dorpje Syange, pal aan het pad. Maar het pad is een weg geworden en auto’s rijden nu rakelings langs zijn eetzaal. “Binnenkort wordt het allemaal zo”, zegt hij wijzend op een klein stukje asfalt. Beter dus: minder kuilen, minder stof, minder herrie.

De dorpen rondom de Annapurna’s waren tot niet zo lang geleden vrijwel afgesloten van de buitenwereld. Wie niet een leven lang zijn veldje wilde ploegen, vertrok. “Mijn grootvader was soldaat in het Britse leger. Mijn vader was soldaat in het Indiase leger”, vertelt Naru. “Maar mijn vader zei: word vooral geen soldaat.” Het alternatief was toerisme. Toen de Nepalese burgeroorlog luwde en de eerste toeristen weer verschenen, opende hij in 2006 zijn hotelletje. “We bouwen er ieder jaar een stukje aan.” Want ieder jaar zijn er meer gasten. De trektocht rondom de besneeuwde Annapurna heeft een reputatie hoog te houden als tocht der tochten. Maar die tocht wordt korter, naarmate de weg langer en breder wordt. Slechts weinig wandelaars starten nog in het lager gelegen stadje.

Naru’s hotel is voor velen het beginpunt. Voor zolang het duurt, want steeds meer jeeps rijden door. Met Chinese hulp vreet de weg zich steeds beter berijdbaar in de steile rotswanden. Wandelaars wijken uit naar alternatieve paden, want de oorspronkelijke Annapurna-route is bij tijd en wijlen een orgie van herrie en stof van langsrijdende fourwheeldrives. Overal in Nepal komen auto’s ieder jaar een stukje hoger. “Vervuiling en niet-afbreekbaar zwerfafval zijn de meest directe gevolgen”, zegt Anu Kumari Lama in het hoofdkwartier van het Internationale centrum voor geïntegreerde ontwikkeling van berggebieden in de hoofdstad Kathmandu. “Dat is natuurlijk niet goed als je wilt dat er meer toeristen komen.” En dat wil Nepal. Het doel voor 2020 is twee miljoen buitenlandse bezoekers. Het probleem is dat er tegenstrijdige belangen spelen.

Wandelaars in het Annapurna-gebied passeren een blik- en plasticvanger. Beeld Hollandse Hoogte

Na ‘een decennium van onzekerheid’, zoals Anu Kumari Lama de burgeroorlog noemt, wil iedereen ‘ontwikkeling’. Dat is logisch. Nepal is een van de armste landen ter wereld. De bevolking is sinds 1970 bijna verdrievoudigd. “Mensen willen gezondheidszorg, onderwijs en drinkwater. Een begaanbare weg is de levenslijn voor dat soort ontwikkeling.” ‘Hardware’ zoals een weg, waterleiding en elektriciteit zijn een tastbaar bewijs van vooruitgang, waarmee lokale politici naar de kiezersgunst kunnen dingen. “Dat geeft snelle resultaten. Maar de soft skills, bijvoorbeeld zorgen voor duurzame ontwikkeling, zijn veel ingewikkelder.” Het naburige Bhutan volgt daarom al jaren een andere strategie: beperkt volume, hoge marge. Wie het Himalaya-koninkrijkje wil bezoeken moet tweehonderd tot tweehonderdvijftig dollar per dag neertellen, al naargelang het seizoen. Dat houdt het backpack-legioen op afstand en brengt toch geld in het laatje om gezondheidszorg en onderwijs te financieren.

Geen haalbare kaart

Een goede strategie voor duurzame ontwikkeling, meent Lama, maar voor Nepal geen haalbare kaart. Sinds de monarchie is afgeschaft, heeft het land een federale structuur. “Elke provincie is als een klein land. En iedere regio wil een stuk van de koek.” Toerisme is een van de weinige dingen waar snel geld mee kan worden verdiend. Onherbergzame gebieden in het uiterste oosten en westen beginnen te concurreren met de Everest- en de Annapurna-regio’s, waar al decennialang toeristen komen. Maar het is niet alleen de lokale bevolking die verandering wil. Hetzelfde geldt voor de bezoekers. “De markt reageert op de vraag”, zegt Anu Kumari Lama. En die wordt veeleisender. “Mensen die in jaren tachtig en negentig zijn geboren, zijn anders dan de oudere generatie. Ze willen minder lopen en verwachten een kamer met eigen badkamer en warm water.”

Die laatste categorie zal ‘de puristen’ overvleugelen, verwacht de toerismespecialiste. Ook door de geografische verschuiving. Nepal heeft twee buurlanden, China en India, elk met meer dan een miljard inwoners die snel rijker worden. “De regio zal in de toekomst overspoeld worden door toeristen uit China en India. Die willen ook wel wandeltochten maken, maar niet onder spartaanse omstandigheden.” Tshering Ongma Gurung Ghale kan erover meepraten. Ze runt al twintig jaar haar hotel in Manang, op 3700 meter hoogte met uitzicht op de noordwand van het Annapurna-massief. Kamers zijn hier niet verwarmd tegen de nachtvorst. Planken met dunne matrasjes als bed. Een bescheiden stroompje warm water in een hokje op de binnenplaats als douche. Maar ook een gezellige eetzaal met een pot­kacheltje en een uitstekende keuken. Kortom, het traditionele trekkersonderkomen.

Liever echte trekkers

Maar dat gaat veranderen. “Dit jaar zijn we begonnen met een nieuw gebouw, allemaal ­kamers met eigen badkamer, want dat is wat mensen nu willen: een eigen badkamer”, vertelt Ongma. Eigenlijk wil ze dat zelf helemaal niet, maar ze heeft geen keuze. “Ik heb liever echte trekkers.” Maar die zijn er steeds minder. “Er worden steeds grotere hotels gebouwd met meer voorzieningen. Als ik die voorzieningen niet heb, blijven mensen weg.”

Tshering Ongma Gurung Ghale op het balkon van haar Manang Lodge. Beeld Getty Images

Zes jaar geleden bereikte de weg Manang. Sindsdien is er veel veranderd in het stadje van negenhonderd inwoners vertelt Ongma. Niet alleen in negatieve zin. Zo hoeven er geen schaarse bomen meer te worden geveld voor het vuur, want over de weg kunnen gasflessen worden aangevoerd om op te koken.

“Er komen veel meer toeristen, ook buiten het seizoen.” Veel Nepalezen die even een paar dagen weg zijn in eigen land. “Die willen niet lopen. Die komen met de jeep naar boven voor een kort tripje.” Dat geldt ook voor de meeste toeristen uit India. Zij komen – ook buiten het wandelseizoen – veelal als pelgrims voor de hindoegodin Mahadeva die volgens de overlevering huist bij Tilicho – het hoogstgelegen meer ter wereld. Vlak buiten het plaatsje prijst ‘het eerste hotel met sauna in Manang’ zich aan. Zeker niet het laatste, meent Ongma. “Veel mensen hebben plannen voor grote hotels, ook mensen van buitenaf. Hotels met sauna’s, misschien zelfs zwembaden. Zo zal het wel worden. Daar kunnen we niets tegen doen.”

Lees ook: 

Tijdens een voettocht door de Nepalese jungle komen dieren gevaarlijk dichtbij

In het Nepalese natuurpark Chitwan kun je een voettocht maken door de jungle. Je loopt wel het risico om te worden opgegeten door een tijger of overlopen door een neushoorn. Maar dan heb je ook wat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden