ReportageGeluidsjager

Waarom zou je willen weten hoe een waterwants klinkt?

Baudewijn Odé, aandachtig op zoek naar geluiden van waterwantsen en andere dieren in een stadsvijver in Nijmegen.Beeld Koen Verheijden

Hoe klinkt een waterwants? Nou, daar weet onderzoeker Baudewijn Odé, jager op de meest onmogelijke diergeluiden, alles van. Maar waarom zou je dat willen weten?  

Het graasgedrag van olifanten in Afrika bestuderen? Oké. Studie maken van de jaarlijkse trek van walvissen in de Stille Oceaan? Voorstelbaar. In eigen tuin de kleurvariaties van koolmezen bekijken? Prima in te denken. Maar onderzoek doen naar het zingen van waterwantsen…?

Een klein, wat treurig winkelcentrum in Nijmegen. Een vrouw duwt moeizaam een kar vol kiloknallers richting een auto met een rokende, wachtende man. Verderop wiebelt een kind op een wipkip.  

Vanaf de oever van de stadsvijver die ervoor ligt gooit Baudewijn Odé twee oranje boeien met daaraan een zwikkie elektriciteitsdraden in het water. Hij zet een koptelefoon op, prutst wat aan een apparaat en maakt het zich gemakkelijk op het gras. En terwijl de supermarkt de ene winkelwagen na de andere uitbraakt, raakt Odé geconcentreerd ‘van de wereld’. “Nee, dat kan er geen zijn. Te veel ‘ploep ploep ploep’.” Hij trekt wat aan de snoeren, luistert en begint dan enthousiast te zwaaien, geeft de koptelefoon – schoongemaakt! – over en roept “Dat gekras. Dat is er een. Zal het gewone sigaartje wel zijn. Geinig hè?” De koptelefoon gaat weer terug, Odé luistert nog een paar minuten en staat dan op. De snoeren met daaraan, zoals verwacht, microfoons gaan weer uit het water om een stukje verderop en wat meer tussen de waterplanten tegen de oever weer te worden uitgegooid.

Op zoek naar zingende waterwantsen. Een bezigheid die toch nog het meest doet denken aan de titel van een Suske en Wiske. Eén die nou niet direct bovenaan het lijstje van populairste tijdverdrijven staat. Voor Odé, in het dagelijks leven botanicus bij Floron – de soortbeschermingsorganisatie voor wilde planten, wel. Het begon allemaal toen hij jaren geleden een boottochtje maakte met een collega-botanicus. Dwars door de dunne bodem van het aluminium, lichte schuitje, hoorde Odé getik, een geluid dat op dat van sprinkhanen lijkt. Een waterwants, wist de collega. “Hoor ik vaak in mijn aquarium met waterwantsen.”

Een waterwants is maximaal een centimeter groot. Beeld Koen Verheijden

Nou onderzoekt Odé in zijn vrije tijd ook heel verdienstelijk sprinkhanen en heeft hij als hobby bovendien onderzoek naar het geluid van vissen, dus helemaal verwonderlijk dat hij ook meteen hierdoor werd gegrepen is het dan ook niet. Tijdgebrek zorgde ervoor dat de wantsen nog even naar de achtergrond verdwenen.

Tot nu. De wantsen – insecten van maximaal een centimeter groot – bleven trekken, vertelt Odé, onderwijl met een half oor in de koptelefoon luisterend.

Elk soort een eigen zang

Vooral de waterwantsen hadden zijn belangstelling. Vooral toen na enige studie duidelijk werd dat zeker zo’n 25 van de 70 soorten geluid maken. Welk insect welk geluid maakt, was en is nauwelijks bekend. Voor Odé hét signaal om op onderzoek uit te gaan, temeer daar hij voor zijn vissenonderzoek toch al vaak aan de waterkant zit.

“Wantsen maken geluid met hun voorpootjes. Net als bij een sprinkhaan staan daarop een rij tandjes. Met de pootjes strijkt hij over de kop waarop een richeltje staat waardoor er een sprinkhaanachtig geluid ontstaat. Prrr prr prr. Elk soort heeft zijn eigen zang”. Er komt een boek tevoorschijn met daarin reusachtige tekeningen van voorpootjes – in werkelijkheid nog geen millimeter groot – met daarop getekend kleine vlekjes; de tandjes. De patronen zijn allemaal anders. Hét determinatiekenmerk voor wantsenonderzoekers en oorzaak van de variatie in geluiden.

Het waterleven vraagt even de aandacht. Gemurmel, de koptelefoon verhuist weer van hoofd naar hoofd en uitleg volgt. “Hoor je dat raspende geluid? Het gegraas van een slak. Schraapt met zijn ruwe tong algen van een plant. En dat klotsende geluid zijn vermoedelijk de poten van die twee eenden daar.”

25 zangers, maar wie zingt wat? En welke soorten zingen - oftewel striduleren, en welke niet? Daar achter komen blijkt niet eenvoudig. Zomaar een wants uit het water vissen in de hoop dat juist die het geluid maakt, is veel te onbetrouwbaar dus neemt Odé ze mee naar huis om in het aquarium te onderzoeken. Maar ook daar blijkt koppelen van geluid aan beest geen sinecure. Alleen mannelijke wantsen zingen. Kwestie van balts: ze proberen al zingend een vrouw voor zich te interesseren. Zo mooi en aantrekkelijk mogelijk. “Dat heb je ook bij nachtegalen en kraaien.”

Dat alleen de mannetjes zingen maakt de studie ingewikkeld. Op uiterlijk zijn man en vrouw niet makkelijk te onderscheiden. Géén geluid kan wijzen op zwijgzame soorten maar ook op uitsluitend mannetjes. Zonder vrouwtjes is er immers geen reden tot verleiden. “Tenzij er homofiele wantsen in zitten. Komt immers in het dierenrijk ook voor.”

Vijverdwergduikertje

Het begin is er. Odé kan inmiddels van twee waterwantsen het geluid onderscheiden; de gewone sigaar en het vijverdwergduikertje.

Het vijverdwergduikertje heeft nog een extra wapen in de strijd om de vrouwen: zijn penis. “Daarmee maakt hij ook geluid. Op de penis zitten allerlei rare uitsteeksels. Elke soort heeft weer andere. Door die langs elkaar te schuiven maakt hij een soort hoog zzzziep zzzziep-geluid als van het striduleren van sprinkhanen.”

Het penisje is nog geen 0,1 mm groot maar blijkt ‘heel wat mans’. In verhouding tot zijn lichaamsgewicht maakt het vijverdwergduikertje het allerhardste geluid van alle, alle dieren, vertelt de wantsenliefhebber breed glimlachend. “Een olifant trompettert veel harder maar is ook al snel 3 miljoen keer zo zwaar. Geinig hè?”

Volgens onderzoeker en geluidsjager Baudewijn Odé kan het vijverdwergduikertje, in verhouding tot zijn lichaamsgewicht, enorm veel geluid produceren.Beeld Koen Verheijden

Geinig, zeker, maar wat is in hemelsnaam het nut van dit toch wat exceptionele onderzoek? Wat vertwijfeld, bijna alsof hij betrapt is, verklaart Odé dat kennis van het dierenrijk altijd belangrijk is. Zeker voor wat betreft de insecten. Daar gaat het immers slecht mee. “Misschien kunnen waterwantsen iets zeggen over de waterkwaliteit”, probeert hij nog. “Maar heel eerlijk gezegd vind ik het gewoon leuk. Ik hou erg van onderwatergeluid en wantsen bepalen mede de sfeer. En als ik dan dat prr prr prr hoor of het gesmak van een baars, ben ik helemaal gelukkig.”

Onaangename beesten

Een vrouw arriveert met een tas vol lege wijnflessen – restanten van een losbandig leven – die ze met oorverdovend lawaai in een glasbak gooit. En als dan ook nog een vrachtwagen brommend begint te lossen, haalt Odé de microfoons maar uit het water.

Rest nog één prangende vraag: maken bedwantsen – wantsen die in bed kunnen zitten en met hun zuigsnuit prikken en bloed zuigen – ook geluid? “Ik denk het niet. Die zitten nogal verspreid en bovendien in een geluid-isolerende omgeving. Ik denk dat die elkaar vinden door in het wilde weg rond te lopen. Onaangename beesten.” Tja, dat mag bekend zijn, ze zijn knap irritant, maar Odé bedoelt iets anders. “Het mannetje steekt zijn penis op een willekeurige plek in het vrouwtje. Dat moet niet direct prettig zijn. Soms zelfs dodelijk.”

Een koolmees roept vanuit een boom; luid, duidelijk en zomaar hoor- en herkenbaar. Zingende waterwantsen…

Lees ook: 

Het kabaal van snoek, donderpad en kwabaal

Vissen lijken van die zwijgzame types, maar schijn bedriegt. Wat ze allemaal zeggen, is evenwel nog lang niet ontcijferd.

De zang van de voorouder van de sabelsprinkhaan

Wetenschappers hebben het geluid van een uitgestorven sprinkhaan uit het Jura-tijdperk gereconstrueerd. Volgens Baudewijn Odé, gespecialiseerd in geluiden van krekels en sprinkhanen (bio-akoestiek), klonk deze sprinkhaan 165 miljoen jaar gelden als een krekel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden