Windmolens ter hoogte van de strook land tussen Zandvoort en Noordwijk.

Blauwe economieRuimtegebrek

Waarom wil iedereen een stuk van de zee?

Windmolens ter hoogte van de strook land tussen Zandvoort en Noordwijk.Beeld Remko de Waal, ANP

Van windpark tot polderland: iedereen wil wel een stukje Noordzee. Niet alleen electriciteitsbedrijven, ook boeren en tuinders dromen van landwinning. Wat op land niet kan, moet dan maar op zee gebeuren.

“De zee, de zee!” Dat was de vreugdekreet van de Griekse huursoldaten die op hun terugtocht uit Perzië in 399 voor Christus de Zwarte Zee weer zagen. Aan de andere kant van de zee, wisten ze, lag Griekenland. Het water was hun uitweg.

Twee millennia later blijkt het water nog steeds een uitweg. Nog altijd klinkt “De zee, de zee!”. Nu is het de Noordzee die uitkomst lijkt te bieden aan wie nergens meer naar toe kan. Een energie-eiland, een drijvend vliegveld, nieuwe landbouwgrond: menig ruimtelijke droom wordt op de Noordzee geprojecteerd. Maar waarom eigenlijk?

Omdat het loont, luidde het kortst mogelijke antwoord van netbeheerder Tennet bij de eerste presentatie, in 2016, van plannen om op de Noordzee een energie-eiland aan te leggen. Dat opgespoten eiland op de ondiepe Doggerbank zou plaats moeten bieden aan reusachtige ‘stopcontacten’ die stroom uit windparken ontvangen en doorgeleiden naar het vasteland. Windenergie op zee speelt een grote rol in de overgang naar een duurzame energievoorziening, en de Noordzee is volgens de Nederlandse overheid een geschikte plek voor windmolens vanwege de relatief geringe waterdiepte en het ‘gunstige windklimaat’. Een eiland centraal op de Noordzee, dacht Tennet, bood “alles wat nodig is om wind ver op zee tot een succes te maken”.

En de vissers dan?

Harde wind maakt de zee misschien geschikt voor windmolens, maar de plannen voor een energie-eiland vermeldden niet waarom andere functies van de zee zouden moeten wijken voor de stroomvoorziening. Sinds mensenheugenis halen vissers voedsel uit zee. Moeten zij daar dan maar mee stoppen?

“Uitstekende vraag”, reageert Pieter Kroon. “Er gaat 12.000 vierkante kilometer zee verloren voor de visserij wegens windmolenparken.” Kroon heeft zelf zijn oog óók laten vallen op de Noordzee. Hij is een van de bestuursleden van de stichting Delta Floating Airport. Die stichting droomt van een drijvend vliegveld in de Noordzee, op twaalf kilometer uit de kust. Deze luchthaven, die met een snelle metro verbonden moet worden met het vasteland, zou Schiphol kunnen vervangen. Dat levert weer allerlei voordelen op: boven land geen overlast meer van vliegtuiglawaai, en de uitstoot van fijnstof en stikstofoxide neemt flink af.

Volgens Kroon hoeft een luchthaven in zee niet meer dan twaalf vierkante kilometer te beslaan – een duizendste van de oppervlakte van de windmolenparken. En voor de visserij ziet hij vooral voordelen: tussen de drijvende start- en landingsbanen zouden viskwekerijen ingericht kunnen worden, en anders kan er op het vliegveld wellicht een buitengaats tankstation komen voor vissersschepen. “Of een drijvende visafslag”, zegt Kroon, “waarna de vis in bulk naar IJmuiden kan worden gebracht. Scheelt heel veel vaaruren voor de visserijvloot, vooral naar Urk. Een haven bij de airport is logisch.”

Opstuwen in de vaart der volkeren

Ook in de Tweede Kamer zijn sommige partijen enthousiast over een vliegveld in zee. Waarom? Omdat het Nederland zal opstuwen in de vaart der volkeren, meent Forum voor Democratie. In een Kamerdebat over een vliegveld in zee in oktober 2019 memoreerde Thierry Baudet “dat wij als natie en als land geweldige, ongelofelijke dingen hebben bereikt, door een bepaald soort durf, een bepaalde gemeenschappelijke drive: de Deltawerken, enorme uitbreidingen, de Flevopolder, de Afsluitdijk, je kunt nog talloze andere zaken noemen. Dit kan volgens mij een nieuw project worden dat in grandeur niet onderdoet voor wat wij in het verleden hebben bereikt.”

Eenzelfde gevoel lijkt te leven bij boerenorganisatie LTO Nederland. Ook de landbouwers denken anno 2021 aan waterbouw: ‘Nederland heeft een lange geschiedenis van landaanwinning’, valt te lezen in de Grondvisie die LTO onlangs publiceerde. ‘Landbouw was vaak het eerste oogmerk achter inpolderingen en ontginningen’, weet de boerenorganisatie. Om vervolgens te constateren: ‘Maar in de loop van de tijd bleek de gewonnen ruimte in veel gevallen ook zeer welkom voor andere ruimtelijke ambities. De Flevopolders zijn daar een voorbeeld van. Inmiddels is het vijftig jaar geleden dat Zuidelijk Flevoland als laatste polder werd drooggelegd. Toch is de bevolking blijven groeien, net als steden, infrastructuur, bedrijventerreinen en zelfs de oppervlakte bos.’

Nieuw boerenland

Het nieuwe land was dus bedoeld voor de boer en nu staat er zelfs bos. Daarom, meent LTO, moet bekeken worden of er een stuk zee ingepolderd kan worden: ‘De mogelijkheden om nieuw land aan te winnen liggen misschien wat minder voor het oprapen dan in het verleden, maar de ruimtelijke druk is nog nooit zo hoog geweest. Laten we beginnen met een serieus en grondig onderzoek naar de mogelijkheden van nieuw land, bijvoorbeeld in de Noordzee.’

Maar, zoals de boer al sinds mensenheugenis het land bewerkt, zo gooit de visser al sinds het begin der tijden zijn netten uit. Moet de visser soms plaatsmaken voor de boer? Een woordvoerder van LTO formuleert omzichtig: “Een goede afweging tussen de belangen, kosten en baten van alle stakeholders is een cruciaal onderdeel van het onderzoek waarvoor wij pleiten.”

Dat lijkt te impliceren dat LTO er rekening mee houdt dat de Noordzee méér kan opbrengen als die in land verandert dan wanneer ze water blijft. De woordvoerder: “We denken dat boeren en tuinders, maar ook de bredere maatschappij, gebaat zou kunnen zijn bij nieuw land. Absoluut.” Hij voegt eraan toe: “Aan elke keuze omtrent ruimtelijke inrichting kleven voor verschillende betrokkenen voor- en nadelen. Het is dus van belang dat je daar zorgvuldig mee omgaat. We hebben daar in Nederland zelfs een woord voor uitgevonden, dat niet geheel toevallig precies op deze kwestie van toepassing is.”

Maar toch: na de energiebedrijven en de luchtvaartpioniers hebben nu dus ook de boeren hun oog op de zee laten vallen. Wat maakt de zee zo aantrekkelijk als locatie om ruimtelijke dromen te realiseren?

De bouw van windpark Gemini, boven Schiermonnikoog. Beeld RV
De bouw van windpark Gemini, boven Schiermonnikoog.Beeld RV

Voor Nederlanders is de zee gewoon een bak water

“Er speelt iets mee van New Frontier-denken”, vermoedt maritiem antropoloog Marloes Kraan van Wageningen University: de zee als grens die geslecht moet worden. “We hebben nu eenmaal weinig ruimte, en wat op het land niet kan, moet dan maar op zee gebeuren. In Nederland speelt dat sterk, sterker dan in andere Noordzeelanden, zoals Ierland.”

Daarbij, zegt Kraan, is de zee voor de meeste mensen een onbekend terrein. “Het Nederlandse grondgebied is een stukje land met een grote taartpunt zee. Maar de meeste mensen staan met hun rug naar de zee. Voor hen is het een bak water. En degenen die wel echte kennis van de zee hebben, de vissers, vormen maar een kleine groep. Dat maakt dat er gemakkelijk wat naïef over de zee kan worden gedacht.”

Wat het energie-eiland betreft, daar is de stekker inmiddels uit, liet het Havenbedrijf Rotterdam – een van de beoogde deelnemers aan het project – onlangs weten. Op het eiland moest een waterstoffabriek komen, die gevoed zou worden met groene stroom van windparken op zee. Maar volgens het havenbedrijf zal die waterstoffabriek nooit genoeg energie kunnen leveren.

Een vliegveld in zee (hetzij drijvend, hetzij op een opgespoten eiland) is er ook nog lang niet. Minister Van Nieuwenhuizen antwoordde op de visioenen van Forum dat ze de plannen vaag en duur vond.

Een deel van de Noordzee inpolderen en in akkerland omzetten lijkt technisch nog niet zo eenvoudig.

Voortklotsen in eindeloze deining

Kan de zee dan – in de woorden van dichter Willem Kloos – rustig voortklotsen in eindeloze deining, omdat de ruimtelijke dromen van de kustbewoners luchtkastelen zijn? “Nee”, zegt Marloes Kraan beslist. “Blue Economy, zoals het ontginnen van de zeebodem en het opwekken van energie op zee, is een belangrijk onderdeel van het beleid van de EU. Zeker op de Noordzee gaat de komende jaren heel veel gebeuren. Het bevreemdt me hoe weinig Nederlanders zich daar druk over lijken te maken. Blijkbaar zijn we echte landrotten.”

Lees ook:
Nederlandse vissers voelen zich van de Noordzee verdreven - en dat pikken ze niet langer

Windparken, natuurgebieden en steeds meer regels: Nederlandse vissers voelen zich van de Noordzee verdreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden