Proefopstelling in Wageningen waarbij vogels worden geconfronteerd met een indringer. De vraag is hoe de koolmees hierop reageert.

Koolmeesonderzoek

Waarom we naast agressieve lefgozers timide bangeriken nodig hebben

Proefopstelling in Wageningen waarbij vogels worden geconfronteerd met een indringer. De vraag is hoe de koolmees hierop reageert.Beeld Koen Verheijden

De mondigen hebben de halve wereld en soms nog wel meer. Dat geldt voor mensen, maar ook voor koolmezen. Maar wie het onderspit delft, heeft wel degelijk toekomst, blijkt uit onderzoek.

Monica Wesseling

Waarom zijn er nog altijd mensen die niet goed voor zichzelf kunnen opkomen? Die in de strijd om goederen en gunsten altijd het onderspit lijken te delven? Onderzoek aan de koolmees geeft het antwoord. Dat antwoord begint met enig ‘aanschouwelijk onderwijs’ op het Nioo, het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen.

Een grote ruimte, wit en kaal, op wat vertakte stokken (‘bomen’) na. Een klepje gaat open en kort na elkaar vliegen twee koolmezen de ruimte binnen, op zoek naar voedsel. Een van de twee vliegt als een razende van boom naar boom; de andere bekijkt tak voor tak nauwkeurig en rustig.

Een tweede proef. Een donkere kooi die met een tussenschot in tweeën is gedeeld, met in elk deel een koolmees; de rustige, gematigd exploratieve koolmees en de snelle, exploratieve. Het licht gaat aan, het schuifje open en meteen vliegt de agressieve koolmees op de ander af en probeert hem te verjagen.

Vervolgens worden de vogels, beide in hun gebruikelijke kooi, geconfronteerd met een vreemd voorwerp, een plastic Pink Panther. De agressieve gaat er meteen ‘nieuwsgierig’ op af, de timide duikt in een hoekje en bekijkt de panther argwanend en nauwkeurig. Lefgozer en kat-uit-de-boomkijker.

Het slachtoffer

De proeven worden herhaald, met steeds hetzelfde resultaat. “Het gedrag is dus consistent. Een vogel kan niet kiezen of hij op de ene of de andere manier reageert. Hij is óf agressief en exploratief óf juist niet”, concludeert buitengewoon hoogleraar dierpersoonlijkheid Kees van Oers. Hij doet al bijna twintig jaar op het Nioo onderzoek naar koolmezen.

“Een deel van de koolmezen is dus altijd timide, altijd het ‘slachtoffer’ van vechtlustige dieren. En dat bracht bij ons de vraag hoe die laatste groep zich weet te handhaven”, zo zet Van Oers het vervolg van het onderzoek uiteen.

Maar eerst plaatst hij een kanttekening. Agressief betekent niet altijd dominant. In een een-op-eenconfrontatie met een niet-agressieve koolmees is de felle wel altijd dominant, maar in een groep agressievelingen kan er maar één dominant zijn en zijn er dus vele agressieve niet-dominanten.

Op het baseballveld

Terug naar de reden van het voortbestaan van beide karakters.

Van Oers: “De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor lijkt de frequentieafhankelijkheid. Een bekend mensenvoorbeeld hiervan is dat van de pitchers (aangooiers) in baseball. Lange tijd waren alle pitchers rechtshandig. De eerste linkshandige verraste de spelers van de tegenpartij zó dat de linkshandige – de minderheid – in het voordeel was. Links leek voordelig en steeds meer pitchers schakelden over van de rechter- naar de linkerhand. Daardoor waren juist de weinige resterende rechtshandigen in het voordeel.”

Om te testen of die frequentie­afhankelijkheid ook bij de koolmees speelt, manipuleerde de onderzoeker de koolmeesbevolking in het Arnhems onderzoeksbos Westerheide. Zowel in het voorjaar – als alle vogels een territorium moeten zien te bemachtigen – als in de winter, de periode waarin de strijd om het schaarse voedsel woedt. Van Oers: “Op grond van de frequentieafhankelijkheid zou je verwachten dat in een bos vol snelle dieren, de langzame het beter doet. De snelle verliezen veel tijd met elkaar bevechten, waardoor de langzame tijd heeft een plek te veroveren. Omgekeerd zou in een bos vol langzame vogels, beter gezegd niet-exploratieve, de snelle het beter moeten doen. Maar nee, dus. In een bos vol snelle doen alle vogels het slechter dan in een bos met een natuurlijke verdeling, en ook omgekeerd blijkt er geen voordeel te zijn.”

Rood en groen

Geen frequentieafhankelijkheid, maar wat dan wel? Zouden het de al in eerdere onderzoeken geconstateerde verschillen in cognitie (leervermogen) en strategie kunnen zijn? Op zoek naar voedsel of een territorium raust een agressief, exploratief dier door zijn leefgebied (de ruimte vol plastic ‘bomen’) heen en ‘leert’ dus sneller waar voedsel is dan de ­timide, niet-exploratieve. Die laatste bekijkt immers boom voor boom langzaam en nauwkeurig.

De agressieve vogel is dus door zijn strategie sneller bij het voedsel, maar blijkt niet in staat zijn eenmaal opgedane kennis bij te stellen, vertelt de ecoloog. “Als in een onderzoeksopstelling eerst onder een groen knopje voedsel zit en onder een rood knopje niets, dan heeft de agressieve, exploratieve vogel dit eerder in de gaten. Als we dan opeens onder groen niets doen en onder rood voedsel, blijft de snelle onder de groene kijken. De timide vogel past zijn kennis aan.”

Omstandigheden van belang

Kennis en leervermogen plus strategie zijn bijvoorbeeld van belang bij het zoeken naar voedsel. Vooral in de wintermaanden als voedsel, zoals beukennootjes, schaars is. In mast­jaren (als de oogst groot is) liggen er onder bomen heel veel beukennootjes, in niet-mastjaren onder sommige bomen een beetje. Van Oers bracht in het onderzoeksbos daarom ook deze variatie aan. “Als de beukennootjes geconcentreerd op één plek liggen, zoals in een mastjaar, is de exploratieve, agressieve vogel in het voordeel. Hij vindt het snelst en monopoliseert. In jaren met minder, en meer verspreide oogst, heeft de niet-agressieve de beste papieren. Hij kent door zijn rustige, gedegen onderzoek de omgeving beter; houdt niet vast aan één plek.” Mastjaren en niet-mastjaren volgen elkaar onregelmatig op. Het ene jaar doet de ene groep het dus goed, in een ander jaar de andere groep vogels.

Eenzelfde verschil is ook bij het vinden van rupsen te vinden. Snelle en langzame dieren leren beide even rap dat een boom vol rupsen zit. Zijn die na verloop van tijd allemaal opgegeten, dan is de langzame vogel in het voordeel. Hij is namelijk beter in staat tot ‘omleren’, tot aanpassen van zijn kennis. Ergo: hij blijft niet bij de oude (vertrouwde) boom hangen, maar gaat op zoek naar een alternatieve boom. “De omstandigheden bepalen welk karaktertype in het voordeel is. Omstandigheden variëren, waardoor beide groepen bestaansrecht hebben.”

Bijenkorf of boekenmarkt

En dat brengt ons naar de mensen. Als echte wetenschapper durft Van Oers geen al te boude uitspraken te doen (‘Ik heb het nooit onderzocht’), maar is tot enig gefilosofeer wel bereid. Ook bij de mens lijken de omstandigheden de kansverdeling te bepalen. “Bij werk bijvoorbeeld. De kans dat een agressief type een baan als telemarketeer krijgt is groter dan die van een niet-agressieve mens, maar de agressieve, snelle mens is weer gevoeliger voor aan stressgerelateerde ziekten. In de Dolle Dwaze Dagen van de Bijenkorf weet de exploratieve, agressieve mens de beste koopjes weg te slepen; op een rommelmarkt brengt het rustige scannen van de timide, langzame zoeker de beste buit. Beide typen hebben dus bestaansrecht. Sterker nog: ze zijn nodig voor het voortbestaan van de populatie.”

Selecteren op één type mens, zoals in elk geval één vermaledijde machthebber in het verleden voorstond, zou dus uiteindelijk funest uitpakken. Een wijze les van de koolmees. De Nederlandse koolmeesproeven zijn inmiddels wereldwijd gekopieerd. Voor het eerst zijn alle data hiervan gekoppeld om tot deze conclusies te komen.

Lees ook:

Koolmees ruikt wat rups aanricht

Koolmezen ruiken of een boom is aangetast door rupsen. De boom geeft stoffen af die de koolmezen waarschuwen. Het systeem is voor beide partijen profijtelijk. De vogels vinden makkelijker voedsel en de boom wordt van zijn belagers verlost.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden