Het gaat slecht met de specht en stikstof leek de boosdoener. Nu blijkt dat vooral verandering van bosbeheer de zwarte specht parten speelt.

VoorpublicatieVogels

Waarom de zwarte specht dertigduizend kopstoten uitdeelt

Het gaat slecht met de specht en stikstof leek de boosdoener. Nu blijkt dat vooral verandering van bosbeheer de zwarte specht parten speelt.Beeld Roos Pierson

Als beginnend vogelaar werd Koos Dijksterhuis al gegrepen door de zwarte specht. Hij schreef nu boek over deze fraaie bosvogel, die helaas op zijn retour is. Een voorpublicatie.

Een zwarte specht die over een bos vliegt, ziet onder zich een mozaïek van groen en andere tinten, die gedurende de seizoenen veranderen. Laveert een zwarte specht tussen de bomen door, dan komt hij open stukken bos tegen, waar oude en dikke beuken oprijzen uit een bladerlaag met weinig ondergroei.

Hij stuit tegen muren van jonge sparren en lariksen, steekt een vlakte over met stronken en dode takken, waar jonge berkjes opschieten, doorkruist een woud van enorme douglassparren en dennen met een ondergroei van bosbes, ziet een heideveldje met hier en daar een lage, breed uitwaaierende vliegden. In de bosranden groeien onder andere lijsterbes, vogelkers, vuilboom, hazelaar en kers. Zie hier het afwisselende leefgebied van de zwarte specht. Naaldbomen om keverlarven te snoepen, beuken om in te broeden.

Beuken hebben twee voordelen die hen ideaal maken: een gladde bast waar boommarters en andere belagers lastig tegenop klimmen, en een stevige buitenkant. Daardoor blijft een beuk nog jaren overeind staan, ook al is de kern verrot. En dat is heerlijk voor zwarte spechten, die het liefst in een grote, levende boom, met een zachte kern broeden.

Hakwerk

Als de spechten een boom hebben gekozen, tappen en kloppen ze op de bast om het hout te testen en de beste plek te vinden. Hebben ze een stevige buitenkant om een zachte binnenkant gevonden, dan begint het hakwerk. Over het algemeen wordt het meeste hakwerk uitgevoerd door het mannetje, waarna het vrouwtje de woning keurt. Toch laat het vrouwtje zich nooit helemaal onbetuigd. Het gehak maakt deel uit van de paarvorming. Het is een ritueel, dat erbij hoort, ook al is het niet altijd nodig. Misschien is dat een reden waarom nestkasten gemeden worden: misschien vinden de vogels een hol waarvoor ze niet hoeven te hakken maar niks.

Als de werkzaamheden vorderen, slaapt het mannetje in het in aanbouw zijnde hol, en hij blijft dat doen tot zijn vrouwtje eieren begint te leggen. Tenzij het vrouwtje het hol afkeurt, en hij een nieuw hol gaat uithakken, dan slaapt hij liever op de nieuwe werkvloer. Op de bodem blijven vaak wel wat houtsnippers liggen, maar de spechten brengen geen mos, takjes of ander nestmateriaal naar binnen.

Levend hout

Om een hol uit te hakken, rammen zwarte spechten met die krachtige snavel zo’n acht- à twaalfduizend keer tegen een boomstam. Als een specht vier jaar leeft, waarvan hij drie jaar nestelt, en als hij één hol per seizoen hakt, deelt hij gemiddeld zo’n dertigduizend keer een harde kopstoot uit tegen een boom.

Bij de keuze voor een boom gaat de voorkeur uit naar levend hout. Dat betekent zwaarder hakwerk dan wanneer het vermolmd is, maar het levert ook stevigere holen op. Een zwarte specht heeft een groot hol nodig en zo’n hol vormt een zwakke plek in een boom. Een dode boom zou daar tijdens een windstoot kunnen knakken. Als er in de kern van een levende stam rottend hout zit, is dat trouwens mooi meegenomen, zolang de buitenkant maar stevig is.

Behalve een groot hamerhoofd en een stevige staart om op te leunen hebben zwarte spechten een van voor naar achter breder wordend borstbeen, een sponzig voorhoofd en een slanke, maar aan de basis zeer gespierde nek. Uit sectie op dode spechten blijkt namelijk dat niet die hele nek een stierennek is, maar dat de sterkste spieren aan de bovenste ribben vastzitten. De nek zelf is juist relatief dun, om als een slinger met extra kracht te kunnen hameren.

Mierenbeten

Zwarte spechten beschermen niet alleen hun hersenen, maar hun hele lijf tegen het gehamer. Onder hun duizenden gitzwarte veren zit een dikke huid, die tegen houtsplinters bestand is, en waarschijnlijk ook tegen mierenbeten, want zwarte spechten eten veel mieren, waarbij ze soms boven op een mierennest zitten. Soms worden de mierenbeten zelfs een zwarte specht te gortig, dan schudt hij zich uit en vliegt hij een eindje weg.

Spechtenonderzoeker Willem van Manen ziet in één oogopslag of een nest waarschijnlijk bewoond is of niet. Intussen weet ik hoe: als je het plafond kunt zien is het nest te ondiep, als er een schoongeveegd staartspoor is en de rand van het gat er schoongepoetst uitziet, heb je kans, tenzij een spinnenweb voor het hol verraadt dat er niet in en uit gevlogen wordt. De holen die Willem bezoekt, zijn vrijwel allemaal in gebruik, zij het niet altijd door zwarte spechten.

Zwarte specht bij nest. De mannetjes doen het meeste hakwerk om het nest te maken, maar de vrouwtjes werken ook mee. Het hakwerk is onderdeel van de paarvorming.Beeld Buiten Beeld

 In de volgende boom wel: daar vliegt tijdens de klim plotseling een specht uit, en het hol blijkt al kuikens te huisvesten. “Hoeveel?”, vraag ik. “Kan ik niet voelen. En ik kan geen foto maken want ik heb mijn telefoon in de auto laten liggen.” Twee fietsers, vrouw en man, stappen af en de vrouw vraagt wat we aan het doen zijn. “Iets met boommarters, zeker?” Na een korte uitleg over zwarte spechten vragen ze of hier wel boommarters voorkomen, want die zouden ze graag eens zien. Willem zegt dat hij ze in deze contreien regelmatig ziet. De fietsers moeten er hartelijk om lachen en schudden hun hoofd; ze geloven er niks van. “Wij zien ze nooit!”, beëindigt de vrouw het gesprek, waarna de fietsers hun bezigheid hervatten.

Fietspad

Dat zwarte spechten vlak bij een fietspad broeden, is geen uitzondering. Soms staat hun boom echt pal naast een pad. Een pad zou een handige af- en aanvliegroute kunnen zijn, maar gezenderde spechten blijken niet over paden te vliegen. Waarschijnlijk hebben de zwarte spechten wel in de gaten dat ze niets te duchten hebben van fietsers en wandelaars.

We gaan kijken bij het hol waar we drie weken eerder de eerste vangpoging deden. Weldra vliegt de specht uit het hol. Er zitten ook al kuikens in, drie stuks, nog helemaal kaal. Dat drietal is minder gemakkelijk te tellen dan je zou denken, want ze zitten of liggen met elkaar verstrengeld. Ditmaal heeft Willem zijn telefoon bij zich en op de foto die hij maakt, is te zien hoe ze alle drie hun kop over die van de andere heen vlijen. De drie halzen zien eruit als een vlechtwerk. Naast hen ligt een eierdop. 

Terwijl Willem daarboven aan het rommelen is, nadert over het bospad dezelfde vrouw met de twee hondjes als de vorige keer. Ze roept boven het gekef uit dat onze onderneming vergeefs is, want “de zwarte spechten zijn er niet meer, ik heb ze in geen weken gezien en ik laat hier bijna dagelijks mijn honden uit”. Het duurt even voor we ons verstaanbaar kunnen maken, en dan zegt Willem: “Er zitten jongen in”. Als dat tot haar doordringt slaakt ze een kreet van verbazing. Ze mag de foto zien en ik aai de honden, die dan eindelijk zwijgen en hun geblaf omzetten in zo’n gretig gekwispel dat hun hele lijf ervan kronkelt.

Ook het hol waar we vorige keer zes spechten zagen, is bewoond. Er liggen vier eieren. Ten slotte gaan we nog naar een bosje vlak bij een camping, waar houtsnippers aan de voet van een boom een vers hol verraden. Er komt een zwarte specht uit. Na enig ­dubben besluit Willem er niet heen te klimmen.

Takkeling

Vlakbij ligt een fietspad waar veel oudere echtparen op elektrische fietsen passeren en het zou in de gaten kunnen lopen. “Er is nu al verstoring genoeg!” Toch zien we tien meter verder twee vreemde vogels die kennelijk de fietsdrukte voor lief nemen, ’s lands holenbroeders bij uitstek: bosuilen. Bosuilen op klaarlichte dag!

Op een zijtak zit een takkeling, een jonge uil, van top tot vlak boven zijn tenen gehuld in grijs dons, waaruit een snaveltje steekt en twee oogjes bijna toegeknepen in onze richting turen. Zijn of haar vader of moeder zit een zijtak lager tegen de stam aangedrukt, maar vliegt weg als ik voor een foto iets dichterbij kom. De takkeling blijft roerloos en zwijgend zitten.

Koos Dijksterhuis
‘De zwarte specht’
152 blz,
uitgeverij Atlas Contact
€ 19,99.

Lees ook: 

Spreeuw: de favoriet van Mozart

Ze worden nog wel eens verward met merels. Maar spreeuwen zijn kleiner, niet zo zwart en gedragen zich anders. Natuurschrijver Koos Dijksterhuis schreef een boek over de op het oog zo gewone vogel. Een voorpublicatie.

Hoe de vogelaar van Wicken Fen karekieten fopte

De Britse veldbioloog Nick Davies beschrijft hoe je met slimme experimenten de wapenwedloop tussen parasiet en waardvogel kunt laten zien. ‘De evolutie van de koekoek toont aan dat valsspelen nooit de overhand kan krijgen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden