Waar poot ik mijn tulpenbollen?

Gerbrand BakkerBeeld Maartje Geels

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Als ik in Amsterdam ben, denk ik vaak aan mijn Eifeltuin. Als ik in Berlijn ben, of in Dublin of Griekenland niet. Dan ben ik blijkbaar écht weg. Nu zit ik in de hoofdstad naar buiten te kijken, waar het nevelig is, waardoor op de een of andere manier het gejoel van de schoolkinderen gedempt wordt. Hier joelen kinderen drie uur lang. Elke ochtend, behalve in het weekend. In de Eifel zijn die kinderen niet. Ik word een beetje een opa, die - als bezoek iets zegt over het lawaai - opmerkt dat vroeger zoiets toch speelkwartier heette omdat het maar een kwartier duurde? En ook: “Dat plein werkt als een klankkast, daar hebben de stedenbouwers geen rekening mee gehouden.”

Daar ligt in elk geval een overeenkomst met mijn Eifeltuin: de klankkast. Hier zijn het de tamelijk hoge gebouwen aan beide zijden van het plein, in de Eifel zijn het heuvels aan weerszijden van de weg. En mede vanwege dat klankkasteffect moet er nu een muur komen om een deel van mijn tuin heen. Misschien dempt die het gebrul van de motoren in de zomer.

Nevel 

Ik staar naar de nevel en denk dus aan mijn muur. Ik schreef er hier vele weken geleden over. De jongen die het wilde doen, die in zijn handen wreef bij het vooruitzicht van zo’n fijne en overzichtelijke klus, is toch een typische Eifeler gebleken. Hij liet niets meer van zich horen. Gisteren was ik het beu en whatsappte ik hem: ‘Hast du keine Lust mehr?’ Meteen kwam er antwoord - net als drie weken geleden. Zeker had hij zin en morgen (vandaag) zou de offerte volgen. Maar goed, het is half november en er is zo nu en dan al een graadje nachtvorst. Volgens mij kun je niet metselen en verputzen als het vriest. Ik had gehoopt die muur te hebben staan voor de winter. Ik visualiseer hem, of probeer dat in elk geval. Iets wat je in je hoofd hebt, kan er in werkelijkheid heel anders uit komen te zien. Het is nogal een ingreep.

Ook zie ik het akelig lege houthok voor me. Ik moet mijn nieuwe Holzlieferant bellen. En ik móet dus ergens volgende week weer Eifelwaarts, want de berg eikenhout die geleverd zal worden, stapelt zich niet zelf op in het hok. De leverdatum kan niet anders dan bij benadering zijn, want hij moet niet komen als het stortregent. Dan zit ik met nat hout. Hoewel natgeregend hout wel weer opdroogt, is het stapelen van droog hout toch veel plezieriger.

En dan die nachtvorst. Er staat nog van alles buiten wat naar binnen moet. De Agapanthussen, het laurierboompje, de in een wijnvat overgeplante Brachyglottis. De gedachte aan de honderden tulpenbollen duw ik van me af. Omdat ik afgelopen zomer elk braak stukje grond heb beplant, heb ik geen flauw idee waar ik die in de grond moet stoppen. Daar valt niets te visualiseren.

Het archief van deze rubriek vindt u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden