Reportage Biodiversiteit

Vrijwilligers houden typische Hollandse boom in stand: ‘Geef ons de knotwilg terug!’

Een groep vrijwilligers van de Stichting Kleinschalige Cultuurlandschappen is een rij wilgen aan het knotten in Bathmen. Beeld Herman Engbers

De vooruitgang heeft veel oude landschapselementen de kop gekost. Maar wat weg is, kan ook terugkomen, meent een vriendengroep van dertigers uit Deventer.

Tegen de stam van de knotwilg staat een metalen ladder. Sil Westra (39) zit gehurkt in de kruin van de boom op het Landgoed De Bannink in Deventer. Met een verbeten gezicht begint hij met kracht een tak te zagen. Bij het laatste stukje is luid gekraak te horen, waarna de tak in het weiland valt. Zes vrijwilligers zijn op deze zaterdagochtend bezig om op het landgoed een rij van twintig wilgen te knotten. Het is het tweede weekend dat ze hier werken en ze hebben nog ongeveer twee dagen nodig om alle bomen te doen.

“De knotwilg is een beeldbepalend element in het landschap”, zegt Westra als hij even later weer beneden staat – zichtbaar verhit van het zagen. “Het is hartstikke gaaf om die typisch Hollandse boom in stand te houden.” Westra is voorzitter van de nieuw opgerichte Stichting Het Kleinschalige Landschap, die zich inzet voor het in stand houden van het kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. “Deze rij knotwilgen fungeert als een groene ader tussen de graslanden en biedt ruimte voor onderbegroeiing, zoals kruidenrijke planten”, vertelt Westra die een eigen ecologisch onderzoeksbureau heeft. “Vogels en andere dieren kunnen er beschutting vinden. En de steenuil broedt er.”

Net als houtwallen, heggen, hagen en hakhoutbosjes zijn knotwilgen elementen van vroegere boerenerven, die nu geen nut en noodzaak meer hebben, maar die volgens Westra van cruciaal belang zijn voor het landschapsbeeld én voor de biodiversiteit. Hij wijst naar de rij knotwilgen voor ons. In de verte is een boerderij zichtbaar.

“Het ziet er toch hartstikke mooi uit zo? Stel je eens voor dat dit een uitgestrekte zee van Engels raaigras was… Dit tafereel straalt historie uit.” Hier werden ooit van het vrijgekomen hout van houthakbosjes stelen voor gereedschap gemaakt, van wilgentenen zijn manden gevlochten en van het wilgenhout klompen gemaakt.

Door schaalvergroting in de landbouw en de komst van prikkeldraad zijn veel natuurlijke grensafscheidingen uit het landschap verdwenen. Wat nog over is, vraagt inspanning om te onderhouden.

Beeld Herman Engbers

Overhoekjes

Vijf jaar geleden kwam Westra bij de milieuvereniging van zijn woonplaats Bathmen (bij Deventer) terecht, met vrijwilligers die wilgen knotten en andere klussen in de natuur uitvoerden. Vorig jaar besloot Westra samen met enkele jongeren uit de groep een doorstart te maken in de vorm van een stichting die zich hogere doelen stelt. “We willen dit soort landschapselementen niet alleen onderhouden, maar ze ook terugbrengen in het bestaande landschap.”

De groep – bestaande uit vijf bestuursleden en zo’n dertig vrijwilligers, onder wie veel dertigers – plant hier en daar knotwilgen en wil in de toekomst ook kleine ‘overhoekjes’ land aankopen, de hoekjes waar grote landbouwmachines niet bij kunnen, legt Westra uit. “Daar willen we bijvoorbeeld een paar knotwilgen plaatsen.” Donateurs en houtverkoop moeten deze aankopen financieren.

Leuke plannen, maar hoe zinvol zijn dit soort kleinschalige initiatieven in een land met overwegend intensieve landbouw? David Kleijn, professor plantenecologie en natuurbeheer bij Wageningen University denkt dat ze, hoe kleinschalig ook, ‘absoluut zinvol’ zijn. “Veel dieren maken er gebruik van, als nestgelegenheid of voor voedsel. Als je ze terugbrengt, leidt dat tot meer biodiversiteit. Bij dit soort dingen geldt: alle beetjes helpen.”

Geen subsidie voor knotwilgen

Het werk van vrijwilligersgroepen bespaart boeren tijd en geld om de landschapselementen zelf te onderhouden. Kleijn: “Boeren krijgen subsidie van de Europese Unie voor het aantal vierkante meter geteeld land. Voor al het land dat niet wordt gebruikt voor het telen van gewassen, krijgen ze geen subsidie – dus ook niet voor een rij knotwilgen. Daarom besluiten boeren soms zo’n rij maar omver te halen en om te ploegen. Vrijwilligersinitiatieven nemen de boer in ieder geval het onderhoud uit handen.”

Behalve wilgen knotten doen de vrijwilligers van Stichting Het Kleinschalige Landschap aan houtwallen afzetten (een verhoging in het landschap waarvan de bomen tot de grond toe worden afgezaagd, waardoor onderbegroeiing weer kans krijgt) en heggen vlechten.

“Dat laatste is een oud gebruik, dat zie je bijna nergens meer”, legt Westra uit. “De gevlochten hekken – vaak doornstruiken – zorgen voor een dichte erfafscheiding waar het vee niet door kan breken.” Sinds er prikkeldraad is, zijn de gevlochten heggen grotendeels verdwenen. Westra wijst naar de meidoornhaag achter ons, die het perceel waar we op staan afscheidt van het andere weilandje. “Hier zie je ook dat zo’n haag kan zorgen voor een perceelscheiding. Daarachter lopen winterharde runderrassen.”

De stichting zoekt samenwerking met landbouwers en andere mensen met veel grond. De klussen op die terreinen voert ze uit tegen een onkostenvergoeding. Ook op intensief gebruikte grond is zoiets als het aanplanten van een meidoornhaag mogelijk, volgens Westra. “Die is vrij compact en relatief makkelijk aan te planten. Ook heeft hij weinig slagschaduw waar planten onder lijden.”

Beeld Herman Engbers

Van onderen

David Kleijn is benieuwd hoe boeren de initiatieven van de Stichting zullen ontvangen. “Sommigen zullen het lastig vinden en niet willen meewerken, maar als je mensen direct benadert met een bevlogen verhaal, zijn er altijd die meegaan.”

Kleijn denkt dat het helpen terugbrengen van landschapselementen vooral een gunstig effect heeft op de biodiversiteit als het onderdeel is van een bredere omschakeling naar natuurinclusief boeren.

“Zo’n club vrijwilligers richt zich nadrukkelijk op de landschapselementen, maar het mooist is als er ook aandacht wordt besteed aan de openbare ruimte, zoals de bermen in het gebied. Dat kan zo’n club niet alleen, daar zijn andere partijen voor nodig. Als je al dit soort initiatieven bij elkaar veegt, kan je weldegelijk wat bereiken.”

“Van onderen!” roept een vrijwilliger in de verte, waarna een tak naar beneden valt. Stammen dikker dan polsen worden verkocht als brandhout. Van het resthout wordt – zodra de vergunning rond is – een paasvuur gemaakt. Een andere vrijwilligster sleept de zojuist afgezaagde takken naar de paasvuur-stapel. Westra beziet het welwillend. Hij is positief over de toekomst van de kleinschalige landschapselementen. “Ik denk dat er op dit moment veel ruimte is voor verandering en dat er de komende jaren ook veel gaat gebeuren. Er komt steeds meer aandacht voor hoe we met ons land omgaan. Nederland is klaar voor wat stapjes in de goede richting.”

Lees ook:

Gestaag verorbert de boer het groen
Op zoek naar zoveel mogelijk hectares voor mestafzet en EU-subsidie, kappen boeren vaker bomen en houtsingels. ‘Het mooie verdwijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden