Woningnood

Voor nieuwe woningen is er in de stad nog plek zat

In de wijk Berflo Es Zuid in Hengelo is opgeknapt naar ontwerp van KAW. Veel oude woningen zijn gesloopt om plaats te maken voor 240 nieuwe woningen, zowel gezinswoningen als levensloopbestendige huizen en zorgappartementen. Verkeer komt niet meer in de wijk, waardoor het hart kon veranderen in een groen park.Beeld Daria Scagliola, KAW

De behoefte aan woningen neemt snel toe en daarmee ook de roep om te bouwen in het weiland. Nee, gebruik de ruimte die er nog is in naoorlogse wijken, zegt architectenbureau KAW.

De groene randen van de steden hebben we nog hard nodig, zegt directeur Reimar von Meding van KAW. En niet alleen voor recreatie. “Denk aan de inspanningen die we nog zullen moeten doen voor waterberging en herstel van de biodiversiteit. Je spaart die grond voor dergelijke zaken, als je de bouwruimte benut die er nog is in de stad.”

De woningnood is op te lossen door te bouwen in naoorlogse wijken, zegt architecten- en adviesbureau KAW. Ruimte genoeg en de stad vaart er wel bij.

Een andere kijk op nieuwbouw is nodig, adviseert architect Reimar von Meding van KAW aan kabinet, gemeenten en woningcorporaties. Niet de eeuwige reflex op bouwen in het weiland, maar juist binnen de stad. In de naoorlogse wijken is ruimte genoeg, blijkt uit nieuw onderzoek. De nieuwe woningen zijn ook broodnodig voor de levendigheid en om voorzieningen als scholen en winkels op peil te houden.

En die ruimte is er nog volop, berekende KAW. Ga maar na: het gemiddeld aantal bewoners per woning daalde de afgelopen dertig jaar van 3,5 naar 2, waardoor stadswijken veel minder inwoners tellen dan waarvoor ze zijn gebouwd. Ook wonen we vaak te groot; met name ouderen willen best kleiner wonen, maar doorstroming blijft uit. Bovendien verandert de mobiliteit, waardoor het verkeer minder beslag legt op de openbare ruimte, al is dat lang nog niet overal te zien.

Tegen eerdere voorspellingen in groeit de Nederlandse bevolking nog steeds. Maar de snel toenemende behoefte aan woningen zit toch vooral in de veranderende gezinssamenstelling. Nog maar een kwart van de huishoudens bestaat uit volledige gezinnen, de groep paren zonder kinderen is al net iets groter en de groep alleenstaanden is met 39 procent het grootst. Om aan de vraag te voldoen moeten de komende tien jaar 845.000 woningen worden gebouwd, meldt de ‘Staat van de woningmarkt 2020’, die de rijksoverheid eerder deze maand uitbracht. Er is nu al een tekort aan 331.000 woningen.

Beeld Sander Soewargana

Versoepeling

Bouwers, makelaars en woningeigenaren reageerden meteen met een pleidooi om ook in weilanden rondom de steden te gaan bouwen. Dat mag nu alleen onder strikte voorwaarden. Bouwend Nederland pleitte onder meer in deze krant voor versoepeling van die regels. Ook al stelden de Rijksbouwmeester, het Planbureau voor de Leefomgeving en andere deskundigen eerder al dat er in de stad nog ruimte genoeg is om te bouwen.

Nieuw is die vaststelling dus niet, maar hij miste de onderbouwing, zegt Von Meding. “Daarom hebben we het nu zelf onderzocht en daarbij hebben we twee soorten onderzoek bij elkaar gebracht.” Allereerst scande KAW in bestaande wijken welke ingrepen mogelijk zijn om de capaciteit te vergroten, om de resultaten vervolgens met behulp van data-analyse te vertalen naar het hele land. Conclusie: de komende tien jaar moet het mogelijk zijn tussen de 482.000 en 708.000 nieuwe huishoudens in de naoorlogse wijken te laten wonen. “Dat is een voorzichtige schatting, waarbij we het nog niet eens hebben over industrieterreinen of kantoorgebieden met leegstand. Dan ben je toch gek bezig als je weilanden wilt gaan bebouwen?”

Reimar von Meding, architect en algemeen directeur KAW.Beeld Martin Wengelaar

KAW richtte zich in het onderzoek ‘Ruimte zat ín de stad’ , dat komende week online komt, op de naoorlogse wijken, gebouwd tussen 1950 en 1980. Dat is geen toeval. De oorspronkelijk in Groningen opgerichte Koöperatieve Architecten Werkplaats ontstond in 1976 uit de idealen van de kraakbeweging en de eerste wijkvernieuwing. En al is het bedrijf inmiddels een bv met teams in Rotterdam en Eindhoven, die idealen om te werken aan een sociale toekomst bestaan nog steeds. Vandaar dat het onderzoek uitmondt in een pleidooi voor een ‘paradigmaswitch’ in de omgang met woningnood: de stad moet het uitgangspunt zijn. Bouwen in de wijken betekent vanzelf verbetering van de stad. Als er aan de randen telkens nieuwbouwwijken bijkomen, hollen die de stad juist uit. Zij vergen extra infrastructuur en nieuwe voorzieningen, terwijl de problemen van de oudere wijken blijven bestaan. Met minder inwoners komen winkels leeg te staan, moeten scholen sluiten en slaat de vereenzaming toe.

“Wijken hebben blijvend nieuwe aandacht nodig”, legt Von Meding uit. “Na de vernieuwing in de jaren tachtig, de kracht-, pracht- en Vogelaarwijken, staan we nu voor de derde vernieuwingsgolf, waarin het gaat om verduurzaming van de woningen en klimaatbestendig maken van de wijken.” KAW spreekt van koppelkansen. Nieuwe inwoners van bestaande wijken kunnen een impuls geven aan de voorzieningen en de levendigheid. “Die stedelijke intensiteit is nodig.” En door het toevoegen van woningen te combineren met maatregelen zoals een verzwaring van het elektriciteitsnet, aanleggen van groen en aanpak van sociale problemen, snijdt het mes aan meerdere kanten.

Huis met tuin

In het rapport noemt KAW vier manieren om te bouwen in de naoorlogse wijken: bestaande woningen splitsen, uitbouwen of ‘optoppen’, kleine ‘chirurgische’ ingrepen in restruimte, slopen en opnieuw bouwen, en tenslotte de ruimte gebruiken die vrijkomt door afnemend verkeer, waardoor minder (brede) rijbanen nodig zijn. “Onze naoorlogse wijken zijn op de auto gemaakt, maar die behoefte neemt echt af”, zegt Von Meding. “Veel gemeenten hebben de parkeernormen al omlaag bijgesteld.”

Bijbouwen, opbouwen, verbouwen of slopen en herbouwen zorgen voor meer woningen, maar ook voor een diverser aanbod. En dat kan zorgen voor doorstroming, bijvoorbeeld van ouderen die kleiner willen wonen maar wel in hun wijk willen blijven, of mensen die na een scheiding als kleiner gezin verder gaan. “We bouwen extensief in Nederland, twee derde van de woningen is een huis met een tuin, we wonen vaak groot, maar de vraag naar bouwvormen in de stad is veranderd.”

Om die verandering vorm te geven moeten de woningbouwcorporaties, die enkele jaren geleden min of meer aan banden zijn gelegd na enkele uitspattingen, weer de mogelijkheid krijgen om initiatieven te nemen, stelt KAW. En gemeenten moeten bereid zijn de koppelkansen te benutten, door geld voor bijvoorbeeld sociale verbetering in te zetten. “We moeten meer op een holistische manier naar de wereld kijken”, legt Von Meding uit. “Nederland is verkokerd, voor van alles is een apart potje geld, maar je kunt ook kijken naar de samenhang.”

Uiteindelijk is dit ook rendabel, stelt hij. “Als het gaat om snel nieuwe woningen bouwen, is de reflex altijd om te kijken naar het weiland. Dan is het uitgangspunt dat zo’n weiland al bouwrijp is, maar dat is natuurlijk niet zo. Ook de Vinex-wijken, die nu zo’n beetje klaar zijn, hebben tientallen jaren aan bouwtijd gekost. Vanaf het nulmoment gaat bouwen in de wijk juist veel sneller, omdat je de bewoners erin kunt meenemen: zij krijgen een betere wijk dus is er veel minder weerstand te verwachten.”

Von Meding gaat ‘Ruimte zat ín de stad’ presenteren aan minister Kajsa Ollongren van binnenlandse zaken. “Ik vind het jammer dat er geen ministerie van VROM meer is. We hebben de ruimtelijke ordening overgelaten aan de lokale overheden en de markt. Terwijl juist visie nodig is. Daar willen we met ons onderzoek aan bijdragen.”

‘Het duurt te lang’

“We hebben behoefte aan snel uitvoerbare bouwplannen om de woningnood niet verder op te laten lopen. We ontkomen er niet aan om ook naar locaties aan de randen van de stad te kijken”, reageert voorzitter Maxime Verhagen van Bouwend Nederland. “Veel gemeenten willen het woningtekort zo veel mogelijk oplossen door binnenstedelijk te bouwen. Analyses van onder meer het Economisch Instituut voor de Bouw tonen aan dat binnenstedelijk onvoldoende locaties beschikbaar zijn en dat het hier vaak jaren duurt voordat de bouw kan starten.”

Over het volgende is Verhagen het met Von Meding eens: “Het is belangrijk dat de Rijksoverheid de centrale regie neemt.”

Lees ook:

We moeten snel meer bouwen

De druk op de woningmarkt is enorm. Er zijn nu maatregelen nodig, aldus Jelle Beemsterboer, wethouder wonen namens het CDA in Schagen, en Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland.

Rijtjeshuizen in het weiland bouwen? Gun bewoners juist contact met de stad

Veel burgers koesteren helemaal niet meer het ideaal van een huis in het groen, stellen Ben Kuipers en Jan Janse van de Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten.

‘Meer woningen bijbouwen is puur lobbyisme’

Hij is niet uit het reguliere architectenhout gesneden. In plaats van enkel nieuwe woningen uit de grond te stampen, doet directeur Reimar von Meding ook onderzoek naar de woonbehoefte. Wat blijkt? Zo groot is die behoefte aan nieuwbouw niet.

Naoorlogse woonwijk is te vaak niet meer van deze tijd

Nu de bevolkingssamenstelling verandert, moet de manier waarop we wijken aanleggen meeveranderen. Dat betekent meer aandacht voor ouderen en singles, vindt de Rijksbouwmeester.

Vinex: niet voor herhaling vatbaar

Nederland heeft tot 2040 1 miljoen nieuwe huizen nodig. Offer daar niet weer groen gebied voor op, zeggen experts.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden