null

InterviewNatuur en taal

Volgens wereldreiziger Arita Baaijens kunnen we allemaal praten met de zee – ze werkt op dit moment aan een taal

Beeld Patrick Post

Wereldreiziger Arita Baaijens gaat ‘in gesprek met de Noordzee’ om tot een taal te komen die wél recht doet aan onze natuurervaringen. “Dit is geen New Age, maar een stap terug naar normaal.”

Met een weids gebaar wijst Arita Baaijens vanaf het Zandvoortse strand over zee. “Daar, ergens ver weg, ligt de Doggersbank, een ondiepte in de Noordzee. Elektriciteitsbedrijven die windmolenparken op zee willen aanleggen noemen de plek ‘een gigantisch stopcontact’. Tot een paar duizend jaar geleden leefden er mensen, mammoeten en wolharige neushoorns en daarom wordt de Doggersbank ook wel ‘ons Atlantis’ genoemd. Proef het verschil tussen die twee termen.”

Bioloog, schrijver en ontdekkingsreiziger Baaijens trok 17 jaar lang met kamelen door de Sahara, ging te paard door het Altaj-gebergte in Centraal-Azië en leefde diep in het oerwoud van Papoea Nieuw-Guinea. Ze maakte kennis met mensen voor wie de natuur zeggingskracht heeft en tot handelen in staat is. “Het bleek knap lastig daarover te schrijven. Ons vocabulaire kent geen woorden voor zienswijzen die elders doodnormaal zijn.”

Het opende Baaijens de ogen voor de invloed van taal en cultuur op onze omgang met de natuur. Na al haar verre reizen daagde het besef dat ze haar werkterrein moest verleggen naar Nederland. “In de westerse wereld beschouwen we onszelf als eigenaar van de natuur. Een problematische manier van denken en doen, die we exporteren naar de rest van de wereld.”

Natuur is passief, onontgonnen terrein

Ze startte het experiment Taal voor de Toekomst, waarin je kunt praten met een ‘lerende taalmachine’ die namens de zee spreekt. Een algoritme genereert een nieuwe taal vol woordvondsten die prikkelt om op een andere manier over de zee te denken (zie kader). “Taal beïnvloedt wat je wel en niet kunt denken en voelen ten aanzien van natuur”, zegt Baaijens. “Onze huidige taal voor natuur is vooral technocratisch. We hebben het over ruimtelijke ordening, waterbeheer, natuurdoeltypen. Natuur is passief, onontgonnen terrein dat ligt te wachten op menselijk handelen.”

Het kan ook anders. In het Perzisch en in veel Aboriginal-talen is er een grammaticaal onderscheid tussen bezielde en niet-bezielde natuurobjecten. In het Ierse Gaelic zeggen plaatsnamen iets over wat er in het verleden op die plek gebeurd is. “Bij de Papoea’s had ik moeite het woord ‘natuur’ uit te leggen. Zij kennen dat concept niet, maakten er telkens nature-beings, natuurwezens, van. Natuur is daar geen zelfstandig naamwoord, eerder een werkwoord. Natuur spreekt, denkt en handelt.”

Volgens Baaijens is onze taal een afspiegeling van een wetenschappelijk-technologisch wereldbeeld waarin alleen de aspecten van de werkelijkheid die je kunt meten, objectiveren en standaardiseren er echt toe doen. “We zitten hier nu in het zand aan de kust, maar wat we ervaren omvat veel meer dan alleen de coördinaten van deze plek. Het uitzicht, de geur van de zee, zout op je huid en wind in je haar: dát is voor mensen de ervaring van de zee. Plus alle associaties en mijmeringen die daaruit voortvloeien. En dan is er ook nog de zee die van zichzelf is, en een stem heeft waar we naar zouden kunnen luisteren. Ik noem dat alles maar de poëtische aspecten van de werkelijkheid. Bij gebrek aan betere woorden.”

De zee zit barstensvol leven en heeft recht van bestaan

Taal voor de Toekomst richt zich met name op bestuurders en beleidsmedewerkers van overheden en organisaties die zich met de zee bezighouden. Juist daar gedijt het technocratische jargon waar eigenaarschap uit spreekt. “Laatst hoorde ik een belangrijke bestuurder zeggen: ‘De Noordzee is het grootste ongebruikte industrieterrein van Nederland’. Ik dacht dat ik een stomp in mijn maag kreeg. Er spreekt geen enkel besef uit dat de zee barstensvol leven zit dat recht van bestaan heeft.”

Schuift Taal voor de Toekomst met zijn lerende taalmachine niet ook nog eens de technologie tussen mens en natuur? “Die taalmachine is mijn hypnose-act”, zegt Baaijens. “Die valt goed in een cultuur die verslingerd is aan technologie en apps. Het gaat erom dat hij taal oplevert die ons inspireert en uitdaagt tot nieuwe denksporen.”

Hoe werkt dat in de praktijk? Via de website taalvoordetoekomst.nl is het mogelijk een vraag in te sturen. BIjvoorbeeld: ‘Hoe is het om leven in je te voelen ontstaan? Het te voelen groeien en splitsen en uiteindelijk het land te zien opkruipen?’ Baaijens legt die vraag weer voor aan de computer.

Taalmachine laat zien hoe de zee zou kúnnen spreken

Die antwoordt: ‘Doorschijnendheid stroomt uit de golven, de zee voelen krabbelen, werd opeens lichaam volop. Een oog, klauw, lange huid en zwemmen uit beperkte zee. Waarom? Je hebt hier geweest. Precies.’

Dat de zee hier niet zelf praat, is volgens Baaijens niet relevant. “Het is natuurlijk raadselachtige taal. Maar het roert iets aan. Je gaat interpreteren, invullen, onderzoeken, het antwoord naar je eigen belevingswereld vertalen. De taalmachine laat zien hoe de zee zou kúnnen spreken.”

Het project is allerminst zweverig, zegt Baaijens. “Ik onderzoek aannames die in onze taal verborgen zitten, het wereldbeeld dat ze onthullen. Ik heb zelf ook een wetenschappelijke blik, en besef dat de wetenschap de neiging heeft om andere benaderingen van de wereld als irrelevant opzij te schuiven. Maar inmiddels is volstrekt duidelijk dat de overexploitatie van de natuur, ingegeven door een mensgericht wereldbeeld, rampzalig is. Dit project is geen New Age, maar een stap terug naar normaal.”

Wilde woorden om onze woordenschat mee te verrijken

Gaan we natuur beter beschermen als we andere taal hebben? “Andere taal geeft in ieder geval andere opties. Die poëtisch-ecologische taal uit de taalmachine helpt om andere zienswijzen uit te proberen. Na de zomer kiezen we de beste nieuwe, wilde woorden om onze woordenschat mee te verrijken.”

Onder de woorden die de Noordzee via de computer gecreëerd heeft, zitten pareltjes als ‘onderwatersnood’ en ‘lotsgemelijk’. Heeft Baaijens zelf een favoriet? “Gnabben! Geen idee wat dat betekent, maar het klinkt typisch als iets dat op de zeebodem plaatsvindt, ongezien door mensen.”

Co-creatie tussen mens en machine

In het project Taal voor de Toekomst gaan bestuurders, kunstenaars en belangstellenden in gesprek met de Noordzee. Ze delen ervaringen, herinneringen en ontboezemingen met Arita Baaijens, die ze voorlegt aan een lerende taalmachine, bedacht door de Amerikaanse kunstenaar Tivon Rice. Daarvoor logt ze in op een speciaal voor dit project gemaakte database met 8 miljoen pagina’s tekst, onder andere ecologisch-filosofische teksten. Het algoritme analyseert de tekst (de technologie lijkt op de tekstvoorspeller op je smartphone, maar dan geavanceerder) en laat vervolgens een passende reactie uit de printer rollen. Baaijens fungeert als een soort ‘medium’ en bewerkt de reacties waar nodig (‘Het is co-creatie tussen mens en machine’). De sessies houden het midden tussen een speels filosofisch experiment en een performance.

Ook praten met de Noordzee? Ga naar www.taalvoordetoekomst.nl

Lees ook:

Het landschap leeft en is bezield

Op haar zoektocht naar het paradijs leerde ontdekkingsreizigster Arita Baaijens de schoonheid van het Altaj-gebergte kennen en de heiligheid ervan ervaren. Slot van een drieluik over landschap.

Het klimaatprobleem moet niet-westers benaderd worden

Hoe kunnen niet-westerse denktradities bijdragen aan de aanpak van wereldwijde problemen, zoals klimaatverandering? Tijdens het evenement Thinking Planet op 15 april gaan internationale gasten hierop in. Drie experts blikken alvast vooruit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden