Vissers moeten steeds verder varen om hun netten te vullen

Vissers hangen vrijdag netten uit voor de lancering van het merk Scheveninger'Best in Scheveningen. Beeld ANP

Vissers moeten steeds verder varen om hun netten te vullen. Inmiddels wordt daartoe 90 procent van de wereldzee bevaren, in 1950 was dat nog 60 procent. Vooral vloten van rijke landen spelen daarbij een dominante rol.

Dat blijkt uit twee studies van onder andere visserijbiologen in wetenschappelijk tijdschrift Science Advances, naar de impact van industriële visserij. Daarvoor wordt met grote schepen - groter dan 24 meter - vaak duizenden kilometers van de thuishaven en weken achtereen op volle zee gevist. Een populaire visserij is die op tonijn, op de Atlantische Oceaan.

Dat vis van steeds verder wordt aangevoerd zien natuurorganisaties en wetenschappers als bewijs voor overbevissing. Tot nu toe ontbraken eenduidige gegevens. De Australische onderzoekers hebben nu voor de twintig grootste visserijlanden de ‘visserijpatronen’ gereconstrueerd. Deze twintig landen zijn verantwoordelijk voor tachtig procent van alle industriële visserij.

Zo blijkt dat Aziatische vissers uit Taiwan en Zuid-Korea de langste afstanden afleggen over zee. Taiwaneese en Koreaanse schepen visten in de jaren vijftig vooral voor Aziatische kust, maar omdat motoren in de loop der tijd steeds krachtiger werden, leggen ze nu gemiddeld vijf à zesduizend kilometer per zeereis af. Spaanse vissers komen met 4000 kilometer daarbij in de buurt, maar zij legden in 1950 al grote afstanden af. Naar noordelijke visgronden voor de kabeljauw bijvoorbeeld.

Opbrengsten dalen

Het onderzoek laat ook zien dat, ondanks de grotere afstanden, de opbrengsten in de loop der jaren flink zijn gedaald. De afstand ten opzichte van de thuishavens is sinds de jaren 50 van de vorige eeuw verdubbeld, maar toen was de opbrengst per afgelegde kilometer op zee drie keer zo groot. Midden jaren negentig had de vloot de uitersten van haar geografische expansie bereikt, schrijven de onderzoekers. "Toen was de vangst al 22 procent gedaald."

Naast Taiwan, Zuid-Korea en Spanje zijn verder vooral China en Japan heer en meester op de grote oceanen, blijkt uit een tweede onderzoek. Het zijn landen waar vissers vaak op overheidssteun kunnen rekenen en waar genoeg geld en kennis voorhanden is om steeds grotere schepen te bouwen. 

Samen tekenen deze vijf voor 97 procent van alle industrieel gevangen vis, maar ook lokaal zijn ze zeer actief.  Zo brachten zij nog eens 78 procent van vis uit nationale wateren van arme landen aan wal. Belangrijke informatie voor het debat over eerlijke toegang tot de wereldwijde visgronden, schrijven de onderzoekers. Temeer daar drie miljard mensen wereldwijd vaak afhankelijk zijn van eiwitten van vis. 

Lees ook:

Een onzekere toekomst voor de Nederlandse visserij die worstelt met Europa

De vloot kijkt angstig naar ontwikkelingen rond de pulsvisserij, windmolenparken en brexit.

Nederlandse vissers voelen zich van de Noordzee verdreven - en dat pikken ze niet langer

Windparken, natuurgebieden en steeds meer regels: Nederlandse vissers voelen zich van de Noordzee verdreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden