Vervuiling moet geld kosten

Bovenop de geosfeer (de vaste aarde) en de biosfeer (alle organismen, de oceanen, de bossen) heeft de mens een technosfeer gecreëerd. Die nieuwe industriële wereld voedt zich met delfstoffen en hout, maar erkent niet de waarden van frisse lucht of regenwoud. Laat staan dat die waarden worden doorberekend.

Een blikje schone lucht. Een Chinese zakenman kwam recent op het idee frisse lucht uit een dunbevolkt deel van China in te blikken voor verkoop in de grote steden. In het blik: kraakheldere lucht, genoeg om drie keer diep in te ademen - goed voor de gezondheid van de stedeling. Extreem idee of een onafwendbare zaak gezien de schaarste aan gezonde lucht?

Koert van Mensvoort, filosoof en kunstenaar, verbonden aan de Technische Universiteit van Eindhoven, vindt het een onwenselijk toekomstscenario. "Lucht willen we om ons heen hebben en niet uit een blikje consumeren", is zijn kritiek. Desalniettemin is hij ervan overtuigd dat het beprijzen van ecologische zaken de enige manier is om de natuur te beschermen.

Floreren
Gedragseconome Eva van den Broek deelt die visie. Zij promoveert volgend jaar in experimentele economie aan de Universiteit van Amsterdam en werkt tegenwoordig voor het Landbouw Economisch Instituut van Wageningen Universiteit. Samen zitten ze aan tafel in Van Mensvoorts studio in de Amsterdamse Pijp voor het gedachtenexperiment hoe de ecologische en de monetaire wereld aan elkaar te koppelen. Een moreel appèl op mensen om natuur te beschermen tegen oprukkende industrialisatie en techniek is een heilloze zaak, geloven de twee. Wat geen geldelijke waarde heeft, kennen mensen in de praktijk van alledag geen waarde toe. We mogen misschien op vrije dagen graag door bossen banjeren, we beschermen het groen niet wanneer het plaats moet maken voor wegen, woningen of werkgelegenheid.

Voorbeeld. Een Braziliaanse boer kapt regenwoud omdat hij geld verdient wanneer hij zijn grond geschikt maakt voor sojateelt. Als Europeanen kunnen we dat fout vinden, maar de boer moet ergens van leven en wil geld verdienen. Er zit maar één ding op: Braziliaanse boeren moeten betaald krijgen voor het laten floreren van het regenwoud in plaats van voor het kappen ervan. We moeten de portemonnee gaan trekken voor frisse lucht. Over de manier waarop, verschillen de kunstenaar en de econome van mening.

Microbelasting
Van Mensvoort vindt dat de losgeslagen effectenhandel moet worden aangeslagen. "Er moet een microbelasting komen op financiële transacties", stelt hij. "84 Procent van de aandelenhandel wordt tegenwoordig door computers gedaan. Flitskapitaal dat parasiteert op het systeem en waarvan niemand profiteert, behalve een handjevol effectenhandelaren. Dat is niet goed voor de wereld."

Met een microbelasting moet een handelaar een klein percentage van het geld afdragen aan een autoriteit als de Wereldbank. Van Mensvoort: "Op deze manier wordt de dynamiek van de transactie vertraagd en wordt het minder aantrekkelijk om met de snelheid van het licht te handelen." De belastingopbrengsten komen in een fonds terecht. Daarmee kan de ecologie worden beschermd. Pikant detail: Nederland is als een van de weinige EU-landen tegen het invoeren van een belasting op flitskapitaal (de zogeheten Tobintaks).

Een ander idee dat Van Mensvoort aan het uitzoeken is met zijn studenten aan de TU Eindhoven, is de introductie van ecogeld. Met de microbelasting op flitskapitaal kan de ecomunt worden gefinancierd. Een Braziliaanse boer kan zelf kiezen: kap ik het regenwoud op mijn stuk grond voor Braziliaanse reals, of laat ik het staan, zodat ik er eco's voor krijg die ik vervolgens kan omwisselen voor euro's, dollars of reals.

"Wanneer alle boeren voor het laatste kiezen, gaat het goed met de natuur en wordt de eco minder waard", stelt Van Mensvoort. "Doet geen enkele boer het, dan is het laatste stukje regenwoud op een gegeven moment zoveel waard dat de eco door het plafond zal gaan. Zo kun je de waarde voor het milieu synchroniseren met de rest van het financiële systeem. Als de nood echt aan de man is en onze natuurlijke hulpbronnen worden bedreigd, is het voor een Braziliaanse boer economische noodzaak om voor eco's te kiezen. Het gaat niet meer om moraliteit, het is gewoon profit of niet. Misschien krijg je op een gegeven moment dat iemand een truc verzint om in de Sahara een regenwoud aan te leggen. Dan wordt het regenwoud in de Amazone minder bijzonder en minder eco's waard. Niet erg, want we hebben dan toch genoeg."

Betalen voor de grondstoffen
Econoom Eva van den Broek vindt het idee van ecovaluta sympathiek. Maar waar Van Mensvoort vooral bedrijven en effectenhandelaren wil laten betalen, wil Van den Broek ook de consument dieper in de beurs laten tasten. "Het is voorstelbaar dat mensen met de eco ook gaan betalen voor diensten die de natuur ons verleent", stelt ze voor. Een medicijnenfabrikant die grondstoffen voor medicijnen uit het regenwoud wil halen, moet daar eco's voor betalen. Nu betaalt de consument de fabrikant voor de productie van de medicijnen, maar niet voor de benodigde grondstoffen. Ik wil dat producenten de werkelijke prijs van spullen doorberekenen aan de consument; inclusief het geld voor grondstoffen en milieuschade. Dat is nu vaak niet het geval. Het transport voor een ingevoerde papaja wordt te weinig belast, omdat we niet hoeven te betalen voor de CO2-uitstoot. Je hoeft ook vaak niet te betalen voor de hoeveelheid water die er nodig was om groenten of fruit in kassen te kweken; dat wordt nu eenmaal niet in de prijs meegenomen. Dat vind ik fout. Maak voor de consument maar inzichtelijk wat een papaja écht kost."

Die 'echte prijs' kan fabrikanten en consumenten prikkelen, stelt Van den Broek. Een praktijkvoorbeeld. "Chipsfabrikant Walkers koopt (nog niet gefrituurde) chips in per kilo", begint ze. "Aardappelboeren leverden Walkers natte chips - dat woog lekker veel. Maar toen de Britse supermarktketen Tesco Walkers verplichtte om een CO2-voetafdruk op de zak te zetten, ging Walkers doorrekenen wat het natte spul kostte, qua vervoer en om het vocht eruit te frituren. Toen werd het lonend om de chips droog aan te leveren. De èchte prijs kan dus ook lager uitpakken. Ik wil dat de Consumentenbond van fabrikanten eist dat ze inzichtelijk maken hoe iets wordt geproduceerd. Puma heeft een schoen met milieuvriendelijker gelooid leer die maar zes procent extra kost. Een andere manier van kosten doorberekenen is CO2ZERO, het compensatieplan van de KLM dat voor passagiers berekent wat het kost om hun CO2-uitstoot te compenseren. Voor het geld dat de consument extra betaalt, planten KLM en het Wereldnatuurfonds boompjes aan. Zo'n 'verechting' van de kosten zou op alle producten zichtbaar moeten zijn, ook op doosjes champignons. De True Price-beweging richt een platform voor de Echte Prijs op, met hulp van oud-topmannen van Unilever en AkzoNobel. Ik ben zelf met experimenten bezig om te zien hoe consumenten op zo'n prijs reageren."

Drie wereldbollen
Van Mensvoort heeft in een van zijn boeken een afbeelding gebruikt van drie wereldbollen: 3 keer de aarde, steeds met een andere kleur en patronen ingevuld. De eerste twee afbeeldingen stellen respectievelijk de geosfeer en de biosfeer voor. "Met de komst van de mens en technologie hebben we een nieuwe sfeer gecreëerd, of je die nu datasfeer of technosfeer noemt", stelt Van Mensvoort. "De biosfeer beïnvloedt de geosfeer, net zoals de technosfeer dat doet. Hardhout uit tropisch regenwoud, krijgt bijvoorbeeld pas economische waarde nadat het tot planken is verzaagd. Het is steeds weer een nieuwe ecologie die zich voedt met de oude ecologie.

Belangrijke dingen uit de biosfeer, zoals frisse lucht en het regenwoud, zijn niet expliciet gemaakt in de ecologie waarin we nu verkeren, de technosfeer. Daarom worden ze weggevaagd. We moeten een connectie maken tussen de techno- en de biosfeer, door de waarde van frisse lucht uit te drukken in geld - dat is nu eenmaal de gangbare manier in onze nieuwe ecologie."

Hoe voer je de eco in?
Als je een ecomunt wilt invoeren, kun je dat het best regionaal doen, meent Edgar Kampers van Qoin, dat alternatieve muntsystemen ontwerpt en implementeert.

Volgens Kampers kunnen we veel leren van de regionale betaalnetwerken die in Engeland zijn ontstaan vanuit de Transition Towns. Dit netwerk van bezorgde burgers probeert hun manier van wonen, werken en leven minder olie-afhankelijk, duurzamer en socialer te maken. Voor de regionale focus is gekozen omdat het niet mogelijk bleek grip te krijgen op landelijke of internationale politiek en organisaties. In Engeland draaien vier nieuwe valuta, waaronder de Bristol-Pound en de Brixton-Pound. Ook Duitsland kent tientallen regiogeld-initiatieven.

Kampers: "Consumenten wisselen pond sterling om in (bijvoorbeeld) Brixton-Pound en krijgen als beloning tien procent koopkrachtvoordeel. De kruidenier wordt vervolgens gestimuleerd om zijn spullen in te kopen bij een lokale tussenhandelaar, die op zijn beurt weer inkoopt bij een lokale boer. Als een bedrijf meer Brixton-Pound ontvangt dan het zelf kan besteden, kan er altijd worden teruggewisseld naar pond sterling. Betalingen gaan met biljetten, via internet, app of sms."

Het moet consumenten stimuleren regionale producten te kopen, en om regionale en lokale ketens te versterken, weet Kampers. Maar waarom moet dat in aparte valuta en niet gewoon in euro's? "Ten eerste is er een economisch voordeel voor iedereen die meedoet. De consument krijgt een koopkrachtvoordeel, de winkelier trekt extra klanten en regionale ketens worden versterkt."

Met de eco kan het als volgt werken: "Je kunt consumenten en bedrijven vragen om hun euro's in te wisselen voor regiopunten, die in het begin evenveel waard zijn als euro's", zegt Kampers. "Je kunt er ook voor kiezen om te sparen in een regionaal investeringsfonds, bijvoorbeeld voor je pensioen. Het geld in dat fonds wordt geïnvesteerd in de regionale economie, in lokale energieopwekking en voedselproductie bijvoorbeeld. De rendementen gebruik je nu, of later als je het harder nodig hebt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden