Verfblikken, wc-potten, de vissersboot is anno 2018 een varende vuilniswagen

Na het lossen van de vangst is ook de weekopbrengst aan afval op de kade gezet. Beeld reyer boxem

De sleepnetten van viskotters vangen meer dan alleen tong en schol. Van bureaustoelen tot auto's. Overboord gegooid op de drukke scheepvaartroutes. Sommige vissers brengen het aan wal.

De koffie is sterk, de schipper naar eigen zeggen 'een beetje afwezig', waarvoor zijn excuses. Het was vroeg vanochtend, even voor vijven kwam de NG 21 Maria-Chris de haven van Lauwersoog binnenvaren. Vol langoustines, primaire buit, maar ook met drie bigbags vol rommel als bijvangst. "Veel verfblikken", verzucht Meijer. "Het ergste is als ze nog vol zitten en gaan lekken. Dan kun je alles wat aan vis in je net zit zó weggooien."

Al twaalf jaar is de 33-jarige Meijer schipper, sinds drie jaar op de kotter met de gele masten. En zo lang als hij zich herinnert, vist hij eigenlijk al afval op. De eerste week bewaarden Meijer en zijn mannen gewoon de rommel die ze vonden. Een week later namen ze bigbags mee. Vier exemplaren kwamen propvol mee terug. "Vanaf toen ben ik best wel fanatiek geworden."

Besmettelijk

Afvalvissen werd volgens Meijer al tijden gedaan. Maar sinds Kimo, de milieuvereniging van kustgemeenten, in 2001 het project 'Fishing for Litter' in het leven riep, wordt het ook gevolgd. En het is besmettelijk, blijkt: het project begon met tien schepen. Nu zijn er 91 bij aangesloten, waarvan er zich tien het afgelopen jaar aanmeldden.

Sociale media doen wonderen, merkte Meijer toen hij foto's van overvolle bigbags ging posten op Facebook en Twitter. "Anderen gingen dat ook doen. Mooi, dacht ik dan: weer eentje erbij. Maar ik ken er ook die er niet over praten, hoor."

Wie eenmaal begint met rommel opruimen, houdt er niet meer mee op, weet de schipper. Immers: wie eenmaal zíet wat er allemaal aan afval rondzweeft, kan dat nooit meer ont-zien.

Zelf kijkt hij nergens meer van op. Wat in je huis staat, ligt ook in zee, zegt hij. "Stukken container, kunstschaatsen, één keer hadden we de cockpit van een vliegtuig in de netten. wc-potten, bureaustoelen, winkelkarren, koffiezetapparaten. Schemerlampen. Badlakens, strandballen, vliegers. Het onderstel van een vrachtwagen. Auto's. Er slaan wel eens containers overboord met slecht weer, en soms gaan die open. Vind je overal speelgoed, of duizenden pakjes maandverband. Het allerergste vind ik vuilniszakken. Daar ligt de hele zee vol mee. De hele zeebodem is één grote vuilnisbelt."

Volgens Kimo komt 70 procent van de rommel van land, 30 van zee. 50 procent van alle rotzooi bestaat uit plastic. Langs de onderzeese 'snelwegen' waarboven de koopvaardij vaart liggen vooral verfblikken en olievaten, merkt Meijer. "Maar 's zomers vonden we ook een barbecue die er nog maar pas lag. Had er iemand op zijn bootje staan barbecueën. Op land zijn we keurig netjes, maar op zee gelden blijkbaar andere regels. Plons, en het is weg - niemand die het ziet. Ik heb nog nooit een dag géén afval gehad."

Vis is nog goed 

De kwaliteit van de vis is niet in gevaar, zegt hij, afgelopen najaar nog werden vierhonderd vissen van verschillende soorten onderzocht. "Eén sprotje bleek een verwaarloosbaar spoortje van microplastic te bevatten."

Waar het hem dan wél om te doen is: de zeebodem is zijn werkvloer, zegt hij, waar hij zijn brood verdient. "Een boer bij wie rommel op het land wordt gegooid heeft daar ook last van. Het mooist zou het natuurlijk zijn als er geen rommel lág. Maar ik zou niet weten wat hier aan te doen is, anders dan wat we nu al doen: opruimen én dat naar buiten brengen, mensen ervan bewust maken."

En ja, geeft de schipper toe, behalve de zeebodem knapt ook het imago van de visserij hiervan op. En dat is hard nodig, zegt hij. Onder meer met dat doel werd in 2016 de stichting Eendracht Maakt Kracht (EMK) opgericht, die 'geweldloos' actie voert tegen onder meer de aanlandplicht en de aanleg van windmolenparken op zee. "Via EMK hebben we meer contact en sporen we elkaar aan om het beter te doen. We zijn voor ons brood bezig, en bovenal: voor de planeet."

Dure rommel 

Is het een kleine moeite om rommel mee te vissen als je toch bezig bent? Soms wel, soms niet. "Als je een grote sleeptros opvist, is dat best gedoe. Die moet eerst aan dek, dan in een zak, dan moet hij later weer aan wal worden getakeld." Het kost tijd en energie, maar soms ook gewoon geld, vertelt Meijer: een matras, wc-pot of bureaustoel vernielt de netten.

En toch, zegt de visser gedecideerd, gaat hij er gewoon mee door. "Het is belangrijk en geeft een goed gevoel. Zo van: dit hebben we toch maar weer mooi uit de zee gehaald."

Misschien heeft het met het verstrijken van de tijd te maken, filosofeert hij hardop, hij is 33 en dan ga je toch anders naar de dingen kijken. "Het heeft mij zeker de ogen geopend, steeds al die rotzooi in de netten. We nemen van de zee, dan mogen we ook wel iets terug doen. Ons steentje bijdragen. Dat zijn we aan de natuur verplicht. Het gaat hier wel even om onze toekomst hè."

Hoewel Meijer zich die toekomst niet altijd even rooskleurig voorstelt, ziet hij zichzelf niets anders doen dan dit. Eigenlijk was zijn lot al bepaald toen hij als klein jongetje mee mocht met zijn vader, "zo ver tot je geen land meer zag", en bootjes tekende, want daaraan kun je het zien, glimlacht hij: het zijn de jongetjes die bootjes tekenen.

Je groeit erin, zegt hij, en dan ben je verkocht. "Het is keihard werken hoor, je slaapt amper, bent dagen achtereen van huis en het gáát maar door. Maar toch. Het avontuur, met de jongens op zee, dat je elke zonsondergang en zonsopkomst ziet. Alleen met slecht weer is het niet fijn." Hij grijnst. "Hoewel? Natuurgeweld, hoge golven... dat levert wél weer de mooiste verhalen op."

Nederland, kampioen afvalvissen

Uit cijfers van de milieuvereniging van kustgemeenten Kimo is te zien dat Nederland er opvallend bovenuit steekt.

Tussen 2011 en 2016 haalden Nederlandse afvalvissers 1587 ton rommel uit de zee. De nummer twee, Schotland, zit op 711 ton. Engeland heeft brons met 109 ton en Zweden staat met 65 ton op de vierde plek.

Dat komt deels doordat Fishing for Litter in Nederland is begonnen, vermoedt secretaris Mike Mannaart, en daarna oversprong naar andere landen.

"Het ministerie en de vissers zijn heel actief. Daar komt bij dat wij een relatief grote vissersvloot met relatief grote schepen hebben. Een bigbag van 1000 liter kun je alleen op een flinke boot kwijt. Veel landen hebben daarvoor simpelweg te kleine schepen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden