Paul van Wielink zoekt in natuurgebied De Kaaistoep naar grijze zandbijen.

BiodiversiteitDe Kaaistoep

Veldstudie naar insecten is onbetaalbaar, daarom doen deze vrijwilligers het

Paul van Wielink zoekt in natuurgebied De Kaaistoep naar grijze zandbijen. Beeld Roos Pierson

De Kaaistoep is niet veel meer dan een schraal stuk zandgrond van pakweg 400 hectare bij Tilburg, net ten noorden van de A58. Maar zonder twijfel is dit het best onderzochte plukje natuur van Nederland. Insectenman Paul van Wielink struint er al een kwarteeuw rond.

Soepeltjes zijgt de 73-jarige natuurvorser neer op de grond om met een loep in een nestje van grijze zandbijtjes te loeren. Even verderop strekt hij zich languit op de vochtige bodem, speurend naar het bijtje.

In 1998 vond Paul van Wielink ze voor eerst in de Kaaistoep. Vijftig zandbijtjes telde hij er toen, en hij weet nog hoe opgetogen hij was. Inmiddels zitten er naar schatting 10.000. Was het met alle insecten in de Kaaistoep sindsdien maar zo voorspoedig gegaan. Als ergens in Nederland het drama van de insectensterfte met harde feiten is aangetoond, is het hier in dit voormalige landbouwgebied onder de rook van Tilburg.

Ze hadden op 14 maart een mooi feestje willen vieren, de vrijwilligers van de vereniging voor veldbiologie KNNV, afdeling Tilburg. Daar was alle reden voor. Meer dan 25 jaar doen de Tilburgse veldbiologen natuurhistorisch onderzoek in het gebied. Dat leidde tot 135 wetenschappelijke publicaties, tot bijna negenduizend waarnemingen van soorten planten en dieren en ongeveer driehonderd nieuwe soorten voor Nederland. Al dat werk is gebundeld en samengevat in een jubileumboek van meer dan zevenhonderd pagina’s. Die pil van meer dan 2 kilo zou dus op 14 maart worden gepresenteerd.

Het partijtje werd afgeblazen, maar het boek ligt er. Een uitbundig geïllustreerd naslagwerk over 25 jaar uniek veldonderzoek. Het was niet alleen onderzoek, de vrijwilligers hebben het gebied ook beheerd en onderhouden: de Amerikaanse vogelkers werd uitgeroeid, de wilgen werden geknot, er werd snoeihout langs de paden en afrasteringen gelegd, poelen werden opgeschoond, afrasteringen aangelegd. De Kaaistoep werd natter gemaakt en op sommige plekken verschraald.

Elk vrij uurtje in ‘zijn’ Kaaistoep

Nergens in Nederland is een natuurgebied zo gedegen en gedetailleerd in kaart gebracht als hier. In 25 jaar hebben opgeteld ruim 250 vrijwilligers, aangevuld met talloze stagiairs van groene opleidingen, de Kaaistoep geanalyseerd en geïnventariseerd. Van Wielink, gepromoveerd in de geneeskunde en jarenlang werkzaam geweest in de farmaceutische industrie, is een van de vrijwilligers van het eerste uur.

Zo'n 250 vrijwilligers hebben De Kaaistoep in kaart gebracht. Beeld Roos Pierson

“Het gebied was eigendom van de toenmalige Tilburgsche Waterleiding Maatschappij”, vertelt hij. “TWM vroeg ons in 1995 om veldonderzoek te gaan doen in de Kaaistoep. Het is er daarna niet meer rustig geweest. We zijn met vijf man begonnen, al snel werden het tien, vijftig en uiteindelijk hebben 250 vrijwilligers bijgedragen aan het onderzoek.”

Van Wielink beschouwt zichzelf als een lichtelijk ontspoord persoon, omdat hij het liefst zowat elk vrij uurtje doorbrengt in ‘zijn’ Kaaistoep en die neiging is er in 25 jaar niet minder op geworden. “Dat is de aard, ik loop mezelf graag voorbij als ik ergens enthousiast over ben.”

Bij hem begon het met onderzoek naar kevertjes in de poelen van de Kaaistoep. Die inventarisatie liep tien jaar door. “Kevertjes kun je niet op het blote oog determineren. Dus ik moest ze allemaal meenemen naar huis om ze onder de microscoop te bekijken. Zat ik na één uurtje kevers vangen vijf tot zes uur op mijn kamertje om uit te zoeken om welke soort het ging. Het werd steeds meer werk. Daarna ben ik me in de bladmineerders gaan verdiepen, dat zijn insecten die in het blad leven. Die zijn makkelijker te herkennen. Maar ook dat was spoorzoeken op de vierkante centimeter.”

De malaiseval van de Kaaistoep. Iedere donderdag worden hier aantallen en soorten gevangen insecten geteld. Door de tentachtige structuur worden vliegende insecten naar het hoogste punt geleid en daar verzameld, vaak in een fles. Beeld Roos Pierson

En verder is Van Wielink gefascineerd door poep van dieren en kadavers. “Uitwerpselen en dode dieren zijn een hele aparte biotoop. Daarin vindt je van alles.” Hij deed onderzoek naar de manier waarop de natuur kadavers van een ree en een vos opruimt en samen met zijn collega Henk Spijkers deed hij een studie naar de insecten die afkomen op kadavers van rivierkreeften, duiven, karpers en op rottende appels. “Het is zo’n leuke hobby.”

Insectensterfte staan aan het begin van de voedselketen

De Kaaistoep heeft een belangrijke rol gespeeld in het Nederlands onderzoek naar de insectensterfte, nadat in 2017 in 63 Duitse natuurgebieden, was vastgesteld, ook door vrijwilligers, dat in een tijdsbestek van 27 jaar ongeveer driekwart van de biomassa aan insecten was verdwenen. Een Nijmeegse studie stelde dat de situatie in Nederland niet veel anders was.

Die stelling is onderbouwd door langdurige inventarisaties van nachtvlinders en kevers in de Kaaistoep en vergelijkbaar langlopend onderzoek naar loopkevers bij het Drentse Wijster. Die toonden volgens de onderzoekers aan dat de uitkomsten van de Duitse studie onverkort voor Nederland gelden. In de Kaaistoep waren het vooral de kevers en de kokerjuffers die ernstig in aantal zijn teruggelopen – de loopkevers tot 68 procent aan biomassa, nachtvlinders tot 60 procent.

De insectensterfte baart Van Wielink grote zorgen. “Insecten zijn zo belangrijk voor ons, ze staan aan het begin van de voedselketen.”

In 25 jaar is de verscheidenheid aan soorten planten en dieren in de Kaaistoep achteruit gehold, vertelt Van Wielink. “Toen wij in 1995 in het gebied kwamen, zagen we nog volop grutto’s, wulpen en kieviten. Die zien we al twintig jaar niet meer. Het is er alleen maar achteruitgegaan. Wij hebben het zien gebeuren doordat we 25 jaar lang systematisch ingewikkelde en tijdrovende veldstudies naar insecten hebben gedaan. Dat gebeurt in Nederland nog maar amper, omdat het onbetaalbaar is voor wetenschappers. Universiteiten kunnen dit niet meer doen, bij ons is het vrijwilligerswerk.”

‘De Kaaistoep - het best onderzochte stuk natuur van Nederland’
eindredactie en uitgever KNNV-afdeling Tilburg, 720 blz., € 25 ,00. 
Te bestellen bij de KNNV Tilburg (8 euro verzendkosten).

Lees ook:

Vleermuiskast trekt 261 bewoners

Een Tilburgse vleermuiskolonie in De Kaaistoep maakt dankbaar gebruik van plaatsvervangende woonruimte. In een speciale kast die in 2004 werd geplaatst, wonen inmiddels 261 dwergvleermuizen, artikel uit 2009.

Gulzige Californische kreeften moeten het Brabantse ven uit

Ongenode gasten vreten sinds kort de Brabantse vennen leeg: Californische rivierkreeften. Ecologen komen daarom in natuurgebied De Kaaistoep actie om de invasieve exoten grotendeels weg te vangen. 

‘Insecten zijn aan het verdwijnen’

Voor het eerst is met harde cijfers aangetoond dat in Europa insecten op grote schaal aan het verdwijnen zijn. In 27 jaar is de hoeveelheid met meer dan 75 procent afgenomen, blijkt uit Duits-Nederlands onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden