Nieuws Dierenwelzijn

Varkens voor de export zitten in minder veilige stallen

De stal waar 2100 varkens overleden door hitte na een stroomstoring. Beeld ANP

Varkens die stikken door stroomuitval: het zal onze eigen koteletjes niet snel overkomen, maar kan wel gebeuren bij de 80 procent die naar het buitenland gaat.

Valt de ventilatie uit, dan zitten sommige varkensstallen ineens potdicht. Afgelopen week stierven in Maarheeze tweeduizend varkens door verstikking. Nederland telt gemiddeld veertien miljoen varkens, waarvan de meeste met duizenden tegelijk in grote stallen leven. Is het incident in Maarheeze, samen met de aanhoudende stroom stalbranden (vorig jaar twintig, volgens Wakker Dier), niet het bewijs dat de varkenshouderij in Nederland op haar grenzen stuit?

Nee, zegt Bram Bos, onderzoeker verduurzaming veehouderij bij Wageningen Livestock Research. “Natuurlijk, het zijn veel varkens op één plek. Het is voor een boer vaak woekeren met de ruimte die hij heeft. Maar met een goed, computergestuurd ventilatiesysteem, en een goede back-up, is het in principe te doen.”

Noodaggregaat

Stallen worden vanwege milieuoverlast mechanisch geventileerd, waarbij luchtwassers de ammoniak uit de uitgaande lucht halen. In Maarheeze stopte de luchtwasser door stroomuitval. De boer uit Maarheeze had geen noodaggregaat. Dat is ook niet wettelijk verplicht. Het is wel een voorwaarde om één ster te krijgen van het ‘Beter Leven’-keurmerk. Al het vlees dat in Nederlandse supermarkten ligt, voldoet daaraan. Dat geldt echter niet voor de export, en tachtig procent is bestemd voor het buitenland. Als die verplichting niet algemeen wordt, zullen de verzekeraars het wel gaan eisen, zegt Bos. “Los van de emotionele schade is zo’n ongeval ook een enorme kostenpost.”

De sector heeft al veel gedaan om de uitstoot van ammoniak te verminderen, zegt hij. “Vergeet niet, de helft van de ammoniak komt van de melkveehouderij. En met het verkleinen van bedrijven kom je er ook niet. Het klinkt wel romantisch, een boerderij met een paar varkens die lekker in de modder wroeten, maar die geven ook al stankoverlast. Met vijftig varkens staat de buurman gegarandeerd op de stoep.”

Varkens in een stal Beeld ANP

Maar, geeft hij toe, ideaal is het systeem met de luchtwassers niet. “Echt prettig is het in zo’n stal niet en de apparaten vreten stroom, waardoor sommige boeren ze zachter of soms zelfs uitzetten.” Daarom zou een gerichte reductie van de varkensstapel welkom zijn. “Met domweg 30 procent minder varkens schiet je niks op. Dat verandert nog niets aan de stallen. Maar als je specifiek de stallen die bij kwetsbare natuurgebieden staan weghaalt, krijg je meer lucht qua milieuregels. Dan kun je ook stallen bouwen met iets minder ammoniakreductie, maar wel met natuurlijke ventilatie en zelfs met een uitloop naar buiten. Die systemen bestaan.”

Als het ventilatiesysteem goed werkt, hebben de varkens het zo slecht nog niet in die stallen, zegt Frank van Eerdenburg, onderzoeker van de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. “Sterker nog, ik denk dat de varkens in deze grote stallen het over het algemeen beter hebben dan in kleine oude stalletjes. Voor een groot bedrijf is het rendabel om te investeren in dierenwelzijn. Bovendien, als je die grote stallen zou verbieden, komt heel Nederland vol te staan met kleine stalletjes.”

Met één ster van het Beter Leven- systeem, hebben de varkens volgens hem een redelijk leven. “Met drie sterren hebben ze een goed leven. Maar daar hangt een prijskaartje aan. In het stemhokje wil de Nederlander dat wel betalen, maar in de supermarkt niet. Dan gaat hij vaak toch voor de kiloknaller.”

Hamlappen

Tachtig procent van de productie is voor de export. Daar kan toch wel wat van af? Is Nederland niet gewoon te klein voor zoveel varkens? Zo werkt het niet, zegt Bos. “Het kan zeker wel een tandje minder, maar je kunt niet zeggen: we produceren alleen nog voor eigen gebruik. Wij exporteren geen complete varkens, maar we exporteren delen van het varken. Wij eten de hamlappen, maar de Chinezen krijgen de snuit. Duitsers maken er worst van. Zonder zo het complete varken te ‘vierkantsverwaarden’, zoals dat heet, wordt het economisch een lastig verhaal.”

Het punt is, zegt Van Eerdenburg: “Wij houden in Nederland varkens, omdat we het vlees willen eten. En omdat we ze deels exporteren, verdienen we er geld aan. Een vetpot is het niet. Jarenlang moest er bij veel varkenshouders geld bij. Nu gaat het iets beter, doordat de Chinese productie is stilgevallen door de varkenspest. Maar als we hier strengere eisen gaan stellen, gaan veel varkensboeren ten onder en verdwijnt de industrie naar landen waar ze het niet zo nauw nemen met het dierenwelzijn.”

Lees ook waarom de eiwitrevolutie onvermijdelijk is

Volgens Rianne van Voorst is veganisme niet langer een bespotte subcultuur maar wordt het steeds normaler. 

Lees ook  waarom er door voorlopig er in China voorlopig geen varken meer op het menu staat

De Afrikaanse varkenspest is een ramp voor de Chinese boeren. Miljoenen zieke dieren worden levend begraven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden