null Beeld Fadi Nadrous
Beeld Fadi Nadrous

BoekrecensiesDieren

Van zee-engelen tot zaagwespen: drie inspirerende boeken over dieren met een lage aaibaarheidsfactor

Een struinende natuurliefhebber, een jonge bioloog en een ervaren wetenschapper tonen hun gedeelde liefde voor het dier in drie boeken over zeer verschillende diergroepen: de schelp, de wesp en reptielen. Bioloog en Trouw-columnist Jelle Reumer werpt er zijn licht op.

Jelle Reumer

1. Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes van Koos Dijksterhuis

In Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes, een schelpenboek, belijdt Koos Dijksterhuis – bioloog, schrijver en medecolumnist van Trouw – zijn liefde voor het weekdier. Weekdieren of Mollusca (van het Latijnse ‘mollis’: zacht, week) vormen de op één na soortenrijkste stam van het dierenrijk. Alleen de geleedpotigen zijn talrijker.

Het woord weekdier verraadt dat deze dieren over het algemeen zacht zijn, denk aan een oester of een naaktslak. Om die weekheid te beschermen bezitten verreweg de meeste soorten een hard kalken pantser in de vorm van een slakkenhuis of een paar schelpkleppen. Die blijven na de dood van het dier dikwijls goed bewaard.

Het is een grappige contradictie dat de meeste verzamelaars van weekdieren niet gefocust zijn op de weke delen maar op de harde schelp. Die kun je op het strand vinden, meenemen, bewaren en bestuderen. Zo is ook de schelpenliefde van Dijksterhuis begonnen, met zijn ouders schelpen rapend op het strand van Schiermonnikoog, waar hij nu nog altijd rondstruint op zoek naar zaagjes, nonnetjes en de noordkromp.

Noordkrompen zijn relatief grote tweekleppigen die zich in noordelijke wateren thuis voelen. Ze kunnen heel oud worden: de oudste noordkromp ooit gevonden telde 507 jaarringen en moet rond 1499 uit het eitje gekropen zijn. Hij werd bij IJsland opgevist en helaas voor het onderzoek doodgemaakt. ‘Alles moet altijd dood’, zo merkt Dijksterhuis daar bedroefd over op.

De noordkrompen die hij op het strand van zijn eiland vindt, zijn uiteraard al dood. Het is bizar dat het meestal linkerkleppen zijn; waar de rechterkleppen zijn gebleven is een raadsel. ‘Misschien is er bij de Doggersbank wel een soort Bermudadriehoek waarin ze verdwijnen’. Het boek staat vol humorvolle of onbedoeld grappige zinnen, zoals ‘(…) koffieboontjes eten zakpijpen en leggen er hun eitjes in’.

Koffieboontjes, die ook in de boektitel figureren, zijn kleine roze kauri-achtige slakjes met geribbelde huisjes, die qua vorm en afmeting inderdaad op een koffieboon lijken. Dijksterhuis verschaft ons een fraai geïllustreerd overzicht van het weekdierenrijk; de diversiteit blijkt enorm. Van de piepkleine als plankton in zee zwevende zee-engelen tot de meterslange reuzeninktvissen, en van de grote doopvontschelpen tot de naaktslakken in uw tuin.

Van de kokkels die wij Nederlanders niet blieven maar die in Spanje in de paella verdwijnen tot de uiterst intelligente octopus die een zenuwstelsel heeft dat zelfs een zekere mate van bewustzijn genereert. ‘Al die geweldige variaties, alsof ik de hele tijd naar Bach luister’, zo citeert Dijksterhuis de blinde Nederlands-Amerikaanse malacoloog (weekdierkundige) Geerat Vermeij.

Het boek toont, naast grote liefde, ook de zorgen van Dijksterhuis over de bedreigingen van overbevissing, vervuiling en mishandeling. Ooit was hij er getuige van hoe in een Japans restaurant zeven armen van een levende octopus werden afgeknipt, en de inktvis met nog maar één resterende arm terugging naar de keuken: ‘wat een pijn moet deze inktvis gevoeld hebben!’ De ware liefde voor het weekdier begint echter op het strand, tussen de aangespoelde nonnetjes, kokkels, wenteltrapjes en fuikhorens.

Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes van Koos Dijksterhuis.  Beeld
Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes van Koos Dijksterhuis.

Koos Dijksterhuis. Noordkrompen, zee-engelen en koffieboontjes – een schelpenboek. Atlas Contact, 414 blz., € 27,99

2. Het fascinerende leven van reptielen van Sterrin Smalbrugge

Aan liefde ontbreekt het ons meestal als we het over reptielen hebben. Ongeveer 11.000 soorten reptielen leven er op aarde, en met veel daarvan hebben we een wat moeilijke relatie. Bij ‘reptiel’ denken veel mensen al snel aan gevaarlijke krokodillen of giftige slangen; afkeer voor slangen lijkt zelfs in onze genen te zitten.

Jaren geleden reed ik op Menorca toen ik twee in elkaar kronkelende slangen over het wegdek zag bewegen. Een boeiend gezicht, tot er twee mannen kwamen die met een stok op de slangen insloegen. Eén slang ontsnapte, de andere werd doodgeslagen – en dat terwijl daar helemaal geen gifslangen leven. Een volstrekt zinloze daad. Ik dacht dat het om een paringsdans ging, maar nu las ik dat het evengoed twee mannetjes geweest kunnen zijn in gevecht om een vrouwtje.

De jonge biologe Sterrin Smalbrugge schrijft in Het fascinerende leven van reptielen alles over deze diergroep. Smalbrugge houdt van reptielen. Ze is er, zo schrijft ze herhaaldelijk, verliefd op. En ze heeft een missie ‘om de wereld een betere plek te maken voor ondergewaardeerde dieren. Ik heb besloten dat dit mijn belangrijkste doel is op aarde’. Of haar dat gaat lukken, moeten we afwachten, maar ze slaagt er zeker in om de lezer veel interessante feiten en anekdotes over reptielen voor te schotelen.

Zo blijken veel soorten waarvan je dat niet zou verwachten een persoonlijkheid te bezitten. Er zijn waaghalzen en kat-uit-de-boom-kijkers, brutale en verlegen types, sociale en niet-sociale dieren. Smalbrugge beschrijft de verschillende karakters in een groepje koningscobra’s, met maximaal vijf meter de langste gifslang te wereld en waarvan de beet dodelijk is.

Een van de dieren was nogal onberekenbaar. ‘Vanaf het moment dat ik hem zag, was ik verliefd. Zijn prachtige hoofd en intense blik intrigeerde me. (…) In plaats van dat hij me bang maakte, zorgde zijn gedrag ervoor dat ik nog meer van hem ging houden’.

Dergelijke zinnen zijn typerend voor Smalbrugges proza: korte en zakelijke zinnen, met dikwijls een referentie naar haar jeugd. ‘Als kind al was ik erg gefascineerd, zeg maar gerust betoverd’. De dood van meerdere van haar collega’s door slangenbeten krijgt slechts een korte vermelding, alsof ze meer compassie heeft voor de koningscobra dan voor de collega’s.

Een boek over reptielen is beslist geen overbodige luxe: de diergroep lijdt in tegenstelling tot de meeste zoogdieren en vogels enorm onder het gebrek aan aaibaarheid. Zelfs de levensgevaarlijke ijsbeer roept meer sympathie op dan volstrekt onschuldige soorten als de hazelworm of de hagedis. Alleen al daarom is dit een nuttig boek.

Smalbrugge heeft veel literatuur geraadpleegd, wat het boek soms een omgevallen dossierkast maakt, maar ook veel wetenwaardigs oplevert over geschubde homoseks, homing-gedrag (het kunnen terugvinden van het territorium), het gebruik van slangengif als medicijn, de vele bedreigingen als gevolg van menselijk handelen en wat we van reptielen kunnen opsteken. ‘Als reptielen ons íets kunnen leren, dan is het wel geduld.’

Het facinerende leven van reptielen van Sterrin Smalbrugge.  Beeld
Het facinerende leven van reptielen van Sterrin Smalbrugge.

Sterrin Smalbrugge. Het fascinerende leven van reptielen – Fontaine Uitgevers, 256 blz. 24,99 euro.

3. De wesp van Seirian Sumner

Net als het reptielenboek gaat De wesp over een weinig aaibare diergroep én is het geschreven door een vrouw die verklaart van de diertjes te houden: ‘Ik werd verliefd op wespen wegens hun eindeloze verschijningsvorm en fascinerende gedrag’. Maar daarmee houden de overeenkomsten wel op.

Biologe Seirian Sumner, die ons in bijna 400 bladzijden inwijdt in het leven van wespen, is hoogleraar aan University College Londen en een ervaren communicator. Hoewel zij in het boek zeker zoveel literatuur heeft verwerkt als Smalbrugge in het hare, is De wesp geen omgevallen bibliotheek geworden maar juist heerlijk leesbaar en informatief.

Er zijn ongeveer 100.000 wespensoorten in de wereld. Daarbij zijn de wespen die stuifmeel zijn gaan verzamelen en die we bijen noemen, en de wespen die zijn verleerd om te vliegen (de mieren) niet meegerekend. De wesp gaat niet alleen over de geel-zwarte zoemers die in augustus onze picknick verstoren, maar over alle wespen.

En dat zijn er nogal wat. Van millimeterkleine sluipwespjes tot kolossale tropische soorten: er zijn zaagwespen, vijgen-, blad-, hout-, gal-, hang-, graaf-, bladluis-, mier-, veld-, plooi-, leem-, juweel-, platkop- en limonadewespen; die laatste zijn de zomerse lastpakken die de hele groep een negatieve naam bezorgen. Ten onrechte, zo weet je na lezing van dit boek, want wespen vormen een buitengewoon boeiende diergroep.

Sumner is gespecialiseerd in de evolutionaire achtergrond van de socialiteit waarin veel wespen (en ook veel bijen en alle mieren) leven, met een zich voortplantende koningin, helpers en werksters en af en toe een mannetje voor het sperma. Waarom zou je als individueel insect de koningin helpen om je zusters groot te brengen in plaats van zelf nakomelingen te produceren? Dat heeft te maken met het ogenschijnlijk ingewikkelde begrip inclusive fitness, dat Sumner haarfijn én begrijpelijk uitlegt.

Wie een kind heeft, weet dat daarin 50 procent van zijn of haar genen voortbestaan (de andere 50 procent komt van de partner). Maar met volledige broers of zusters, afkomstig van dezelfde ouders, deel je ook 50 procent van je genen. Het is daardoor evolutionair even zinvol om altruïstisch je ouders te helpen dan egoïstisch zelf een kind te krijgen. En het loont dus nog meer om te helpen bij het grootbrengen van heel véél zusjes.

Centraal in het boek staat een fictieve conversatie tussen Sumner en oerbioloog Aristoteles (‘Aris’), waarin alle aspecten van het sociale wespenbestaan worden besproken, waaronder de zeer gecompliceerde nestbouw. Wespennesten worden gemaakt van papier van gekauwde houtpulp met speeksel en hars; plooiwespen maken zelfs verschillende soorten papier, afhankelijk van de benodigde trek- en druksterkte en isolatiewaarde.

Sumner heeft een heerlijk en nuttig boek geschreven. Het is, zo schrijft ze ergens, haar missie de belangstelling voor de wesp in evenwicht te brengen met de populariteit van de bij, zodat we met meer nieuwsgierigheid naar ze kijken. Dat is haar prima gelukt.

De wesp van Seirian Sumner.  Beeld
De wesp van Seirian Sumner.

Seirian Sumner. De wesp. De geheimen van een onmisbaar insect – Nieuw Amsterdam, 2022 (verschijnt 11 juli), 384 blz. 27,99

Lees ook:

Van schimmels tot stikstof: met deze boeken heeft u een groen 2022

Deze periode nodigt uit tot reflectie. Als er érgens diep over na te denken valt, dan is het wel de staat waarin milieu en klimaat verkeren. Vier boeken die de lezer op weg helpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden