Verduurzaming

Van plofkip tot koffie, concurrentiewaakhond ACM wil soepeler regels voor groene deals

Beeld Reuters

Omwille van het klimaat de mededinging even opschorten moet makkelijker worden, vindt de ACM. Nederland loopt daarmee voorop maar er ligt ook kritiek op de loer.

Bedrijven krijgen meer ruimte voor groene afspraken, als het aan concurrentiewaakhond ACM ligt. De Autoriteit Consument en Markt wil milieu en klimaat zwaarder meewegen bij besluiten over mogelijke kartels. Een duurzamer, maar duurder product kan zo gemakkelijker de markt veroveren.

Het is nog een voorstel, vorige week gepubliceerd, tot oktober mag iedereen zijn mening erover geven. Die commentaren zullen vooral positief zijn. Een opvallend breed palet van organisaties vroeg al in 2016 om verruiming van de concurrentieregels: VNO-NCW, Natuur & Milieu, LTO Nederland, de Consumentenbond, het groene bedrijfsleven, allemaal zagen ze dat wel zitten.

Weg met de plofkip

Aanleiding was ‘de Kip van Morgen’. Dat was een poging van de supermarkten en de ­pluimveesector om de plofkip uit te bannen. Ze lanceerden een iets minder zielige, iets duurdere kip, als een soort bodem in de markt. Mag niet, oordeelde de ACM toen. Dat de kip iets beter voer en een klein beetje meer ruimte krijgt, weegt niet op tegen de hogere prijs en de verminderde keuzevrijheid. De consument moet de goedkopere plofkip ook in het winkelwagentje kunnen leggen.

Was de milieuwinst toen te klein, nu gaat de ACM dat begrip breder uitleggen. Eerst keek de waakhond naar de bereidheid van de consument meer te betalen voor duurzamere producten.

In het geval van de kip: wil de supermarkt-­bezoeker 1,46 euro per kilo – zoveel was de Kip van morgen duurder – meer neertellen voor een iets duurzamer filetje? Nee oordeelde de ACM destijds na onderzoek, dat is maar 82 cent. En dus ging het niet door. Nu is de ACM van plan verder te kijken dan degene die de kip koopt. Ook de baten voor de hele samenleving – minder uitstoot, schonere lucht – moeten meewegen.

Zo’n benadering vergemakkelijkt het maken van groene afspraken. Stel: vijf bedrijven willen samen hun productie CO2-neutraal ­maken. Dat maakt hun spullen duurder en de keuzevrijheid voor de consument minder. Maar als het klimaat – en daarmee alle burgers – er voldoende mee opschiet, dan mag dat voortaan toch, is het voorstel van de ACM.

Wetten en verdragen

De verlaging van de CO2-uitstoot is immers een essentieel onderdeel van overheidsbeleid en vastgelegd in wetten en verdragen. Als de deal tussen de bedrijven daaraan bijdraagt, dan kan het, mits die samenwerking ook nodig is om de uitstoot omlaag te krijgen.

Nederland loopt met deze richtlijn voorop in Europa. Er is dan wel brede maatschappelijke steun voor zo’n verandering, niet iedereen is enthousiast. Het is bijvoorbeeld zeer de vraag hoe ‘Brussel’ deze aanpak beoordeelt, de Europese Commissie en de lidstaten moeten nog reageren op de Nederlandse plannen. Het gevaar van ‘greenwashing’ ligt op de loer. De Europese mededingingsregels zijn zeer streng, bedrijven moeten niet onder het mom van ‘groen’ zo maar hogere prijskaartjes aan spullen gaan hangen, is de tendens.

Dat gebeurt ook niet ‘zomaar’, zal de ACM aanvoeren, de klimaatwinst valt te berekenen. Daar zit volgens critici, met name economen, nu juist de zwakke plek. De concurrentiewaakhond gaat iets doen – de maatschappelijke baten wegen – waar de organisatie niet voor in het leven is geroepen.

Als de samenleving het belangrijk vindt zoiets als de plofkip uit te bannen, laat de overheid die dan verbieden. De Raad van State uitte vorig jaar soortgelijke kritiek op het wetsvoorstel. De overheid stelt de regels, simpel gezegd, partijen moeten dat niet onderling gaan bedisselen.

Het groene bedrijfsleven kan met deze strikte benadering niet uit de voeten. Verduurzaming schiet pas op als de hele keten of de volledige sector meegaat. Als die bereidheid er is, zoals met de kip, dan is het zonde het ellenlange traject van wetgeving af te moeten wachten om dingen te veranderen, is de redenering.

Koffieboer subsidieert Nederlands kopje koffie

Samen meer marktaandeel veroveren met een duurzaam product. Dat is de gedachte achter de Futureproof Coffee Collective. Nederlandse kleine en middelgrote koffiebedrijven, zoals Simon Levelt, Fairtrade Original en Peeze, gaan samen met andere organisaties de hele keten door, van boer tot kopje koffie.

Het zijn eigenlijk concurrenten van elkaar, deze koffiebedrijven. Maar ze hebben een gemeenschappelijk doel: een verantwoord en duurzaam kopje koffie verkopen. Dat is niet gemakkelijk. De prijs van koffie op de wereldmarkt is niet genoeg om de productiekosten van de boer, helemaal onderin de keten, te dekken. De prijs die de Nederlandse consument voor dat kopje koffie betaalt, is daarmee eigenlijk ook te laag. “De koffieboer subsidieert de koffie die wij hier drinken”, verwoordt Meine van der Graaf van MVO Nederland, het netwerk van duurzame bedrijven, het.

“Op de lange termijn is dat niet houdbaar. Dan blijft alleen de massaproductie in Brazilië en Vietnam over en is de rest van de koffieboeren omgevallen.” Klimaatverandering ­bedreigt bovendien de koffieplantages.

Bewustzijn creëren

Als individueel bedrijf de prijs verhogen zet in deze omstandigheden geen zoden aan de dijk. MVO Nederland bracht alle partijen bij elkaar om de hele keten in kaart te brengen en de ‘echte kosten’ van de koffieproductie in kaart te brengen, om te beginnen in Colombia. “Het gaat om de verborgen kosten die nu niet in de prijs terechtkomen. Zoals het gebruik van water, de CO2-uitstoot, de aanslag op de bodem, de biodiversiteit en het leefbaar loon. We hebben daar een methode voor ontwikkeld die de bedrijven in het project kunnen gebruiken. Als één ondernemer dat moet uitzoeken, is het niet te betalen.”

Met de kennis over die verborgen kosten kunnen bedrijven verschillende dingen doen. “Je kunt er de consument mee om de oren slaan: dit is wat je eigenlijk moet betalen, ­bewustzijn creëren. De gegevens zijn ook te gebruiken om mee aan de knoppen te draaien: hoe verminder je het waterverbruik, ­welke teelt is het milieuvriendelijkst?”

De in het koffieproject ontwikkelde methode levert bovendien genoeg ‘harde’ informatie op om de markt hier in Nederland te verschuiven. Rijkswaterstaat heeft in een aanbesteding voor de inkoop van koffie de voorwaarden zo kunnen formuleren dat verantwoorde koffie een hogere prijs heeft, noodzakelijk voor de boer en de leefomgeving. Dat betekent dat duurzame bedrijven de aanbesteding kunnen winnen, zonder dat ze ervan worden beticht de prijs onterecht op te drijven.

“Zo kunnen de duurzame koffiebedrijven hun marktaandeel vergroten. Dit is niet in strijd met de ACM-regels. Hun nieuwe richtlijn voor duurzame afspraken helpt om de angst voor de ACM te verkleinen. Bedrijven moeten niet te snel denken dat iets niet mag vanwege concurrentie.” Met de aanbesteding van Rijkswaterstaat in de hand, kunnen de koffiebedrijven verder de markt op. “Zo kan een ander type bedrijven boven komen drijven.”

Lees ook:

Nee zeggen tegen groene afspraken? ACM-topman Don deed het geregeld

Kolencentrales sluiten, een eind aan de plofkip, korting voor mensen die gasloos gaan wonen. Wie wil dat nu tegenhouden? Scheidend topman van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) Henk Don deed het.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden