ReportageEcologische bestuursvorm

Van eend tot alg, in een zoöperatie krijgen alle levende organismen een stem

Toekomstig insectenhotel in de tuin van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Volgens de filosofie van de zoöp krijgen de insecten straks ook een stem aan de bestuurstafel.  Beeld Otto Snoek
Toekomstig insectenhotel in de tuin van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Volgens de filosofie van de zoöp krijgen de insecten straks ook een stem aan de bestuurstafel.Beeld Otto Snoek

Hoe krijgen alle levende organismen, van dier tot microbe, een stem aan de bestuurstafel? Dat kan in een zogeheten zoöp, een nieuwe organisatievorm. Het Nieuwe Instituut in Rotterdam mag zich de eerste zoöp noemen.

Elke van Riel

“Kijk, door deze openingen kunnen regen, zonlicht, pollen en zaadjes de grond bereiken. Zo kan het bodemleven herstellen”, wijst Klaas Kuitenbrouwer naar de open stroken in het beton van de parkeerplaats van Het Nieuwe Instituut op het Rotterdamse Museumpark. Vrijdag, op de wereldwijde Earth Day, wordt het instituut voor architectuur, ontwerp en digitale cultuur de eerste officiële zoöp. Dat is een afkorting van zoöperatie: een combinatie van het Griekse woord voor leven (zooè) en coöperatie, ofwel een samenwerkingsverband van verschillende levensvormen. Er zijn inmiddels zo’n twintig zoöps-in-wording (zie kader). Vooral in Nederland, maar ook in België, Duitsland, Italië en Slovenië.

In de vijver van Het Nieuwe Instituut zijn onlangs verdiepingen voor kikkers en amfibieën aangelegd en komen drijvende eilanden. In De Nieuwe Tuin vormen opgestapelde boomstammen een groot insectenhotel. Ernaast komt een composthoop voor het vegan café. “We hadden al een ecologische tuin, maar die had zoveel donkere hoekjes dat die drugshandel aantrok”, vertelt Kuitenbrouwer. “Dit deel is nu ingezaaid met kruiden en grassen. Daar komt een natte poel en daar achteraan wordt een brede zandstrook met duinbegroeiing aangelegd”, wijst hij.

Oog voor de belangen van niet-menselijke vormen van leven

Zoöps zetten zich in voor meer biodiversiteit, schonere lucht en schoner water, werken aan ecologisch herstel en hebben ook oog voor de belangen van niet-menselijke vormen van leven. “Dat gaat verder dan duurzaamheid, want het gaat om zogeheten ecologische regeneratie. Daarbij schaad je een ecosysteem niet alleen niet, maar versterk je het. Dat is dus levensbevorderend”, zegt Kuitenbrouwer. Hij is onderzoeker bij Het Nieuwe Instituut en bedacht het zoöpmodel samen met een groep juristen, ecologen, ontwerpers, ondernemers en filosofen.

Voorbereidingen voor de nieuwe tentoonstelling ‘Op zoek naar het pluriversum’ in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Collins+Goto Studio hebben een LP opgenomen waarop fotosynthese van bladeren omgezet is naar geluid. Beeld Otto Snoek
Voorbereidingen voor de nieuwe tentoonstelling ‘Op zoek naar het pluriversum’ in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Collins+Goto Studio hebben een LP opgenomen waarop fotosynthese van bladeren omgezet is naar geluid.Beeld Otto Snoek

“We zien doorgaans een scheiding tussen de mensenwereld en de natuur eromheen. Terwijl er feitelijk één ecosysteem is, waarvan je als organisatie deel uitmaakt”, legt Kuitenbrouwer uit. “In het zoöpmodel gaat om het leren lezen van dit ecosysteem én daarnaar handelen. Dat doe je door de behoeften en belangen van andere levensvormen – woon- of leefruimte, voedsel, veiligheid en kans op voortplanting – onderdeel te maken van je besluitvorming.” Daarvoor neemt een externe functionaris, een Spreker voor de Levenden, zitting aan de bestuurstafel om de stemmen van dieren, planten, schimmels en microben te vertegenwoordigen.

Vanaf vrijdag is Maike van Stiphout bij Het Nieuwe Instituut de eerste Spreker voor de Levenden in functie. Ze is landschapsontwerper en directeur van DS landschapsarchitecten in Amsterdam. “Anderen representeren vind ik vanuit mijn vakgebied heel logisch, want als landschapsarchitect ontwerp ik eigenlijk altijd ook voor de natuur”, zegt ze. “Maar om aan een bestuurstafel te zitten namens de dieren en het andere leven, vind ik best ingewikkeld. Want voor wie spreek je? Het ene dier eet het andere op. Belangen kunnen conflicteren.” Zo verwacht ze dat de vlonders bij de vijver veel ganzen en eenden zullen aantrekken. “Maar als die alles onder poepen, vermindert dat de kansen voor het waterleven.”

Niet poetsen, niet vegen, niet spuiten

Van Stiphout gaat zich met name richten op het gebouw, de materiaalkeuze en de buitenruimte. Ze denkt dat er vooral in het beheer winst te behalen is. “Toen ik vroeg waarom het gebouw er zo glimmend uitziet, bleek dat ze er een sapje opsmeren om algen te doden. Een beheerder houdt het gebouw graag netjes. Maar nu wordt dus de vraag: moet je dat wel doen? Want algen zijn leven. Die discussie wordt normaal niet gevoerd.”

Biodiversiteit bevorderen betekent volgens haar vooral: dingen laten. “Dus niet poetsen, niet vegen, niet spuiten. Gewoon niet doen. Daar kun je zoveel mee winnen, omdat je dan niet allerlei leven weghaalt dat ook weer van nut is voor ander leven. Zo zitten in Straatliefdegras zaadjes voor vogels en bevorderen de wortels het bodemleven . Maar we zitten in een echte doenersmaatschappij.”

Een Spreker voor de Levenden moet volgens haar kennis hebben van ecosystemen, goed kunnen vertellen, zaken kunnen uitleggen aan verschillende soorten mensen en beschikken over creativiteit, empathie – voor andere soorten én voor de mens – en optimisme. Om draagvlak te krijgen helpt volgens haar ook een beetje autoriteit. “En omdat je zo breed moet staan, is een goed netwerk handig, om vragen neer te leggen en jezelf te kunnen toetsen.”

Herbruikbare tentoonstellingsmaterialen

Een Zoönomische Stichting stelt de Spreker voor de Levenden aan. Dat zorgt voor onafhankelijkheid, verklaart Kuitenbrouwer. “De Spreker is geen bestuurslid, maar een leraar en adviseur voor organisaties die als zoöp willen werken.” Met advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek is hiervoor een model ontwikkeld dat aansluit bij (inter)nationale wetgeving. Om als zoöp gecertificeerd te kunnen worden, doorlopen organisaties een leerproces. Vervolgens bedenken zoöps jaarlijks nieuwe concrete ingrepen, zoals de bodemkwaliteit verbeteren, kiezen voor nieuwe zakenpartners, of aanpassingen doen aan het gebouw.

De eerste Spreker voor de Levenden van Het Nieuwe Instituut, Maike van Stiphout, gaat zich met name richten op het gebouw, de materiaalkeuze en de buitenruimte.  Beeld Otto Snoek
De eerste Spreker voor de Levenden van Het Nieuwe Instituut, Maike van Stiphout, gaat zich met name richten op het gebouw, de materiaalkeuze en de buitenruimte.Beeld Otto Snoek

Bij Het Nieuwe Instituut heeft één van de drie daken een groene bedekking van sedum, kruiden en mossen, de andere twee zullen volgen. Ook werkt het instituut mee aan een ecologischer beheer van het omringende Museumpark. Verder wil het biologische en goed afbreekbare of herbruikbare tentoonstellingsmaterialen gaan gebruiken. “We onderzoeken monsters, zoals dit geperste kokosvezel”, zegt Kuitenbrouwer, terwijl hij een bruine plak uit een doos haalt. “We probeerden onze materialen al langer opnieuw te gebruiken, of boden ze aan op Marktplaats.”

Vanaf donderdag is er de nieuwe tentoonstelling Op zoek naar het pluriversum te zien. Die onderzoekt hoe ontwerp kan bijdragen aan een meerstemmige wereld, waarin mens, dier en natuur in harmonie kunnen samenleven. Die meerstemmigheid sluit aan bij het gedachtegoed van zoöp en heeft ook raakvlakken met de Rechten voor de Natuur-beweging. “Een verschil is dat Rechten voor de Natuur gaat over rivieren, bergen en wouden, dus over natuur”, zegt Kuitenbrouwer. “Maar met het zoöpmodel kun je overal aan de slag, ook middenin de stad.”

Je kunt gewoon beginnen

Hoewel alle organisaties en bedrijven een zoöp kunnen worden, is het model volgens hem vooral handig voor organisaties met zeggenschap over land, water of een tuin, zoals boerderijen, waterschappen, gemeenten, sport- en stadsparken. Ook een school, hotel of Vereniging van Eigenaren met een gemeenschappelijke binnentuin kan een zoöp worden. “Het mooie is dat je gewoon kunt beginnen waar je bent. Alle stappen zijn winst”, zegt Kuitenbrouwer. “Het is een proces, dus niet alles hoeft in één keer.”

Bij Het Nieuwe Instituut komt een zoöp-infocentrum. En om van elkaar te kunnen leren gaan de zoöps onderling opgedane kennis en ervaringen uitwisselen. “Onze focus ligt nu op het goed neerzetten van de structuur en het ondersteunen van de eerste zoöps”, vertelt Kuitenbrouwer. “Dat is belangrijk, want uit de transitietheorie weten we dat een kleine groep sterke voorlopers al een omwenteling kan veroorzaken. En wat we natuurlijk hopen, is dat het voor alle organisaties normaal gaat worden om op deze manier te gaan werken.”

Lees ook:

Li An Phoa (40) liep 18.000 kilometer om ervoor te zorgen dat we weer kunnen drinken uit de Maas

Wanneer we uit onze rivieren kunnen drinken, is het hele ecosysteem weer in balans, stelt Li An Phoa. Inmiddels liep ze 18.000 kilometer langs verschillende waterwegen om aandacht te vragen voor drinkbare rivieren, en publiceerde ze een boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden