Klimaatklimmers

Valmatten van schoenzolen en touwen van afvalmateriaal: de klimsport kan schoner

Clean Climber wil de klimsport verduurzamen.  Beeld Arie Kievit
Clean Climber wil de klimsport verduurzamen.Beeld Arie Kievit

Klimmers zijn natuurliefhebbers, maar tijdens training of in de bergen veroorzaken ze vaak milieuschade. Door bewustwording en ander materiaalgebruik kan de sport groener, zegt ‘klimaatklimmer’ Gerard van Laar.

Frank Straver

Hangend aan felgekleurde grepen op de muur wurmen klimmers zich met moeite omhoog. Er klinkt gekreun en gesteun. Gerard van Laar (40) loopt langs de boulderwanden in de Rotterdamse klimhal Monk. Helemaal achterin de oefenruimte, bij het krachthonk, stopt hij. “Zie je die rubberen zwarte mat op de vloer?”, wijst hij omlaag. “Die is nu nog gemaakt van oude autobanden. Maar wij gaan een nieuw exemplaar produceren, gemaakt van de zolen van afgedankte klimschoenen.” Zo krijgt het schoeisel een nieuw leven.

Na het hergebruik van rubber hoopt Clean Climber ook de andere vijf materialen die klimschoenen bevatten –waaronder katoen en leer – opnieuw te gaan benutten. Van Laar is opgeleid als systeemtechnicus, dus het sluiten van kringlopen en het terugwinnen van grondstoffen, daar weet hij veel van. In 2018 begon hij de stichting Clean Climber, samen met twee klauterkameraden. Hun doelstelling: de klimsport stapsgewijs duurzaam maken.

Een verzamelbak vol afgedankte schoenen in klimhal Monk in Rotterdam. Beeld Arie Kievit
Een verzamelbak vol afgedankte schoenen in klimhal Monk in Rotterdam.Beeld Arie Kievit

Volgens Clean Climber, een groep van vrijwilligers die met subsidies projecten opzet, is dat nog onvoldoende het geval. “De klimsport is niet in balans met de natuur”, zegt Van Laar in de hippe, industriële hal van Monk. Het gedrag van klimmers in berg- en natuurgebieden kan volgens hem een stuk milieuvriendelijker.

Dat begint bij: niets achterlaten. Het afval dat Van Laar klimmend in de bergen en langs natuurpaden tegenkwam vond hij ‘belachelijk’. Met de achterban van zijn stichting begon hij met afval rapen. Op klimfestivals vragen ze aandacht voor deze clean ups. “Het helpt om samen vuil te gaan rapen, het motiveert. Als eenzame klimmer voelt het als vechten tegen de bierkaai.”

Samen afval rapen

In de Duitse klimregio Ettringen, vroeger gebruikt als afvaldump, haalden deelnemers van Clean Climber grote hoeveelheden vuil weg. Maar ook op relatief schone routes is altijd wel zwerfvuil te vinden. Van een wc-papiertje tot de dop van een drinkfles. “Meestal is dat geen afval dat klimmers bewust achterlaten. Er valt iets uit je broekzak, tape waait van je vingers af.”

Maar vaker nog gaat het om afval dat buitenmensen achterlieten zonder in te zien dat het afval is. “Een klokhuis van een appel neergooien lijkt onschuldig. Maar in een uniek ecosysteem kan deze exoot de natuur verstoren.” Dat je dieren of vogelnesten niet mag verstoren spreekt voor zich, maar sommige natuurschade kan subtieler optreden.

“Zie je die witte vlekken?”, vraagt Van Laar. Hij wijst op de muur naar kalkachtige vegen. “Dat komt uit de pof-zakjes van klimmers. Magnesiumpoeder.” Door handen daarmee in te wrijven krijgt de sporter meer grip. “Helaas, de winning van magnesium-oxyide gebeurt door mijnbouw, die gepaard kan gaan met milieuschade”, weet Van Laar.

Een duurzamer alternatief is voorhanden: het Belgische bedrijf Chalk Rebels ontwikkelde een crème, die de handen ontvet en uitdroogt. Door de stoffige poeders in te ruimen voor smeersels is de klimmer groener bezig. Van Laar: “Je moet het natuurlijk maar net weten.”

‘Informeren helpt’

Door workshops te gaan geven hoopt Clean Climber de kennis over duurzaam klimgedrag te kunnen verspreiden. Van Laar wil medeklimmers niet met een belerend vingertje tegemoet treden, maar enthousiasmeren om de sport met respect voor natuur te beoefenen. Zelf is hij veganist en vliegt hij niet – naar klimregio’s probeert hij de trein of Flixbus te nemen – maar dit wil hij niet aan andere sporters opdringen. “Toch zijn er dingen waarvan ik zeg: dat moeten we als klimmers samen niet willen. Daar mag je elkaar op aanspreken.”

Het weggooien van een sigarettenpeukje, dat is zoiets waar klimmers volgens Van Laar vaak te achteloos mee omgaan. “In de droge natuur kan een smeulende sigarettenstomp nog enkele dagen tot brand leiden.” De behoefte doen op de verkeerde plekken, te dicht bij een beekje bijvoorbeeld, kan ook een lokaal ecosysteem vervuilen. Ludiek een bloem of plant plukken om mee te nemen kan, zeker als iedereen het doet, lokale natuur in onbalans brengen.

“Laat niets achter en neem niets mee”, zo vat Van Laar de duurzame richtlijn samen. Bij populaire klimgebieden, zoals in Roemenië en Bosnië-Herzegovina, plaatst Clean Climber informatieborden. Daarop staat uitleg over milieuvriendelijk gedrag.

“Informeren helpt”, denkt Van Laar. Want hoewel sommige klimmers volgens hem ‘rebels zijn en grenzen opzoeken’ dragen de meeste avonturiers het milieu een warm hart toe, bleek uit onderzoek van de Hogeschool Rotterdam. “Verstoring van de natuur begint vaak uit onkunde.”

Bij een klimgebied bij het Franse Fountainebleau bijvoorbeeld, zijn de rotsen opgebouwd uit fragiel kalksteen. “Daar moet je na hevige regenval niet gaan boulderen, want dan brokkelt de natuur snel af”, weet Van Laar. Je kunt niet van alle klimmers – de sport kent veel beginners – verwachten dat ze direct overal aan denken.

Vloermatten van gerecyclede schoenen

Door klimmers op duurzaamheid te wijzen via hergebruik van hun rubberen schoenen, hét symbool van de sport, wil Clean Climber bijdragen aan groeiend milieubewustzijn. “Alle klimmers komen zo’n beetje in trainingshallen. We verwachten dat we 95 procent van alle oude schoenen in kunnen gaan zamelen.” Veertig paar oude klimaatschoenen bieden al genoeg rubber om een zachte vloermat van te fabriceren.

Bij de entree van de klimhal staat een houten kist, waar sporters hun afgesleten stappers in kunnen gooien. Ook in andere trainingshallen voor klimmen en boulderen staan inleverpunten. Die stromen snel vol, want klimschoenen slijten snel. Zelf versleet Van Laar zeker vijftien paar. Landelijk gooien klimmers jaarlijks naar schatting 80.000 kilo aan schoeisel weg.

Door de schoenen apart in te zamelen zorgt Van Laar ervoor dat ze niet in de verbrandingsoven belanden. “Het recyclen vergt veel energiegebruik, dus het is nog beter om de schoenen eerst op te lappen”, zegt hij. Dat kan vaak nog prima.

Van de schoenen worden tegels gemaakt. Beeld Arie Kievit
Van de schoenen worden tegels gemaakt.Beeld Arie Kievit

Hij pakt een paar oude klimschoenen uit de donatiebak en laat de schade zien. Bij de tenen zijn gaten en slijtplekken ontstaan, door het klauteren. “Verder mankeert die schoen vrij weinig.” In deze staat kan een klimschoen prima nog een keer verzoold worden voor hergebruik, zegt Van Laar. Maar ja, dan moeten er wel schoenmakers zijn die dat kunnen.

“Dat is een vak apart”, zegt Van Laar. Met behulp van een lokale subsidiepot hoopt Clean Climber in Rotterdam tien schoenmakers op te kunnen leiden tot klimschoenreparateur. Fabrikanten van de bekende Noord-Italiaanse schoenmerken Scarpa, La Sportiva en Vibram gaan daarbij helpen. Zij leveren losse onderdelen zoals lappen rubber voor snelle reparaties.

‘Eerst hergebruiken, dan recyclen’

De merken zeggen zelf ook het nut van duurzaamheid in de klimsport te zien. Zij mikken op de verkoop van duurdere, luxere klimschoenen, die na slijtage nog wel een of twee keer opgelapt kunnen worden. “Eerst hergebruiken, dan pas recyclen”, zegt Van Laar. Want het recyclen kost zoveel energie dat het maar weinig milieuwinst oplevert in vergelijking met productie van nieuwe schoenen. De productie van valmatten van oude schoenzolen kan alleen maar uit dankzij de subsidie.

“Dat moet veranderen, zodat het aantrekkelijker is om grondstof opnieuw te benutten”, vindt Clean Climber. De club pleit voor een regeling waarbij de producenten van klimschoenen gaan meebetalen aan inzameling en hergebruik van hun producten, net zoals de fabrikanten van elektronica. Sinds 1 januari geldt voor de producenten van (klim)schoenen in Frankrijk zo’n verplichte vergoeding voor recycling.

Van Laar kijkt rond in de Rotterdamse klimhal. “Eigenlijk kunnen alle materialen duurzamer”, zegt hij. Er is al een bedrijf in Limburg dat de grepen voor klimhallen produceert van duurzamer materiaal. Ook over de productie van klimtouwen van afvalmateriaal wordt door technici nagedacht.

De klimsport moet zich legitimeren door duurzaam te zijn, vindt Van Laar. Gebeurt dat niet, dan vreest hij dat overheden en verontruste bewoners van natuurgebieden geen avonturiers meer dulden en dat klimregio’s op termijn sluiten. “We staan pas aan het begin van een duurzamere klimsport.”

Clean Climber zal nooit roepen dat de projecten van de organisatie ‘circulair’ zijn. Zo’n claim betekent nogal wat, weet Van Laar als technicus. “De klimaatimpact die het heeft om naar een opruimactie te rijden met de auto is al snel groter dan de milieuwinst van het afgeruimde afval.”

Dat geeft volgens hem niet, want een clean up motiveert deelnemers om door te gaan. “Ooit gedacht aan elektrisch vervoer naar klimgebieden? Als iemand een mooi plan ontwikkelt, dan doen wij graag mee.”

Lees ook:

De sportklimmers hangen binnenkort aan milieuvriendelijke grepen in de hal

Sportklimmen werd olympisch en groeit als kool. In Limburg worden de klimgrepen milieuvriendelijker gemaakt. Deel 4 van een serie over duurzaamheid en sport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden