Interview

'Uitstoot reduceren doet pijn, maar later beginnen doet nog veel meer pijn'

Een bosbessenteler in Peru. De plattelandsbevolking heeft last van de smeltende gletsjers in het Andesgebergte. Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

De rechter zal steeds vaker een oordeel worden gevraagd over aansprakelijkheid voor klimaatverandering. Een groep juristen en wetenschappers maakte gedragsregels voor bedrijven.

Bedrijven worden steeds vaker aangesproken op hun klimaatimpact. Vorige week nog stond in deze krant dat New York vijf oliemaatschappijen, waaronder Shell, via de rechter wil dwingen om mee te betalen aan beschermingsmaatregelingen tegen orkanen als Sandy. Dichter bij huis is de Duitse energiegigant RWE aangeklaagd door een Peruaanse boer. Hij eist dat RWE, wereldwijd een van de grotere CO2-uitstoters, financieel bijdraagt aan bescherming van zijn dorp. Daar zien ze de stukken gletsjer-ijs boven hun huizen elke dag losser raken.

Deze rechtszaken focussen op schadevergoeding, maar in Amsterdam wordt vandaag nog een andere methode gepresenteerd waarbij het recht gebruikt wordt om bedrijven in beweging te krijgen: de Principles on Climate Obligations of Enterprises. Dit document brengt in kaart welke juridische verplichtingen ieder bedrijf heeft in het terugdringen van de eigen uitstoot van broeikasgassen.

Mr. Jaap Spier Beeld Werry Crone

Inspiratiebron

De drijvende kracht achter de Principles is Jaap Spier (1950), voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad en nu UvA-hoogleraar Global Challenges. Hij formuleerde de Principles samen met een internationale groep rechters en wetenschappers en het eindresultaat wordt onderschreven door 53 prominenten - hoogleraren en Hoge Raad-rechters van Bangladesh tot aan Hawaï. Het document is een opvolger van de Oslo Principles uit 2015, waarin voor hetzelfde onderwerp de juridische verplichtingen van staten zijn opgetekend.

Spier: “In het Parijs-akkoord zijn afspraken gemaakt om onder de 2 graden opwarming te blijven. Maar in essentie komt het erop neer dat landen zelf morgen bepalen hoe ze dat gaan doen. Met alle landenplannen bij elkaar opgeteld komen we op misschien wel 3,5 graad uit. Er moet dus veel meer gebeuren.” Om ook bedrijven en investeerders in beweging te brengen, moet duidelijk zijn wat er van elk van hen verwacht wordt, betoogt Spier. “Anders is de kans dat iedereen gaat doen wat nodig is ongeveer nul.”

De Principles zijn gebaseerd op een inventarisatie van allerlei soorten recht: van aansprakelijkheidsrecht tot aan mensenrechten. Ze dienen als inspiratiebron voor de wetgevende macht, investeerders, banken, pensioenfondsen en bedrijven zelf. In het document wordt in dertig punten uiteengezet waar elk bedrijf of grote belegger zich volgens het bestaande recht aan moet houden. Allereerst is er de verplichting voor elk bedrijf om zijn uitstoot jaarlijks terug te dringen met hetzelfde percentage als het land waarin het gevestigd is - al hebben landen een zekere mate van de vrijheid om deze verplichting aan te scherpen of te verzachten. Voor het berekenen van die percentages leveren de Principles een formule, niet de exacte cijfers. “Dat laten we aan het IPCC over. Wij zijn juristen.”

Andere Principles gaan over verplichtingen die het terugdringen van de uitstoot mogelijk maken. Zo moeten alle uitstootbesparende maatregelen die geen geld kosten, of waarvan aannemelijk is dat ze worden terugverdiend, sowieso genomen worden. Overstappen op hernieuwbare energie hoort hier ook bij. Hetzelfde geldt voor de uitstoot van producten of diensten van het bedrijf; denk aan het oprekken van de levensduur van apparaten. Ook moeten ze veel zelfonderzoek doen - bijvoorbeeld naar hoe kwetsbaar het bedrijf zelf is voor klimaatverandering - en dat openbaar maken. En bedrijven moeten ook voldoen aan deze Principles als de (inter)nationale regels minder streng zijn.

Geen namen

Voor investeerders zijn er ook verplichtingen, zoals onderzoeken of een bedrijf waar ze geld in willen steken zich aan de Principles houdt. Is dit niet zo en wordt er toch geïnvesteerd, dan moeten ze hun macht gebruiken om het bedrijf de juiste kant op te sturen. Spier heeft goede hoop dat beleggers zich aan de Principles houden. “Steeds meer beleggers begrijpen dat het roer om moet. Met name pensioenfondsen en beleggers met een langetermijnvisie.”

Van bedrijven heeft hij minder hoge verwachtingen. Spier, die consequent geen namen noemt (“Dan krijg je discussies die afleiden van waar het om moet gaan”): “Sommige bedrijven doen al heel veel, heus. Ook in Nederland. Maar ik heb ook gesprekken gehad met bedrijven, die zeggen: wij willen zelf bepalen wat we doen. Nou prima, als het maar genóég is. Maar de bereidheid om na te gaan wat genoeg is, zie ik niet erg. Kijk naar het Energieakkoord: het is stukken beter dan niets, maar het is echt niet genoeg.”

Niet bindend

Doet een bedrijf niet genoeg aan zijn uitstoot, ook niet na druk van buiten? Dan kunnen bijvoorbeeld ngo’s dat via de rechter proberen af te dwingen, met de Principles in de hand.

Een potentieel struikelblok is wel dat de Principles niet bindend zijn. Een rechter kan ervoor kiezen ze naast zich neer te leggen. “Maar dat betekent niet dat bedrijven het zich kunnen veroorloven om niet in beweging te komen”, betoogt Spier. “Uitstoot reduceren is onvermijdelijk.” Het zal veel bedrijven pijn doen om hun uitstoot te moeten beperken, beseft hij. Sommige hebben waarschijnlijk geen reële kans om te overleven. “Maar als je later begint, doet het nog veel meer pijn. Als we een aantal jaren geleden waren gaan doen wat nodig is, hadden we met een paar procent emissiereductie per jaar kunnen volstaan. Nu zijn er onderzoeken die spreken van 12 procent per jaar. Waarom laten we het daar op aankomen? Dat is idioot.”

Bovendien lopen bedrijven nu al een aansprakelijkheidsrisico, met rechtszaken als die in New York en Duitsland. Bedrijven staan volgens Spier in dergelijke zaken sterker door zich aan de Principles te houden. “Dan laat je in ieder geval zien dat je nu genoeg doet.”

Hij is nadrukkelijk geen voorstander van dit soort zaken, waarbij schadevergoeding het doel is. “Als je dat gaat toewijzen, stort uiteindelijk de economie in en gaan heel veel bedrijven failliet. Is daar iemand mee geholpen? Nee.”

Meer rechtszaken

Dat neemt niet weg dat die zaken er liggen. En hoe zichtbaarder de gevolgen van klimaatverandering, hoe groter de kans op meer rechtszaken tegen bedrijven, denkt Spier. Dat is meer dan een verwachting: “Er zitten al heel veel rechtszaken in de pijplijn. Vraag me geen details want die geef ik niet. Ik maak het op uit gesprekken met collega’s, ngo’s, en je hoort wel eens wat in de wandelgangen. Helaas zullen veel van die zaken over schadevergoeding gaan, dat vind ik ongelukkig. Laten we ons in ’s hemelsnaam focussen op uitstootbeperking.” Dat zal hij morgen ook benadrukken, als hij met ngo’s over de Principles in gesprek gaat.

Zelfs bij een groei in het aantal rechtszaken zijn welwillende rechters nodig om de Principles op te leggen. Spier verwacht dat ook hier geldt: hoe zichtbaarder de gevolgen, hoe meer rechters geneigd zullen zijn datgene te doen waar de samenleving om roept. “Op de kortere termijn heb ik vooral vertrouwen in rechters in landen als India, Brazilië, Sri Lanka en de Filippijnen. Daar voelen ze de urgentie al.” In die landen zijn de gevolgen van klimaatverandering al voelbaar.

Spier: “Rechters in ontwikkelde landen zullen misschien eerst nog zeggen: dat is aan de politiek. Al zijn in Europa bepaalde rechtszaken een stuk verder gekomen dan ik had gedacht.” Hij verwijst daarbij naar de Klimaatrechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat. Maar ook de zaak die de Peruaanse boer tegen RWE aanspande, waarover de rechter oordeelde dat de zaak gehoord moest worden, is daarvan een voorbeeld. Net als het vliegveld van Wenen, waarvan de rechter vindt dat er vanwege klimaatverandering geen derde baan mocht komen. “Er zijn hier dus ook al rechters die het doorhebben.”

Dit staat er nog meer in de Principles:

Een bedrijf moet zich onthouden van activiteiten die excessieve emissies veroorzaken, zoals besturen van een kolencentrale zonder voor die emissies te compenseren.

Als het een bedrijf niet lukt zijn emissies voldoende te reduceren, dan moet het ter aanvulling andere bedrijven of landen financieel en technisch helpen. De reductie die dit oplevert telt dan voor dat bedrijf.

Bij de selectie van toeleveranciers moeten ze ook kijken naar hun emissies.

Veel informatie moet openbaar gemaakt worden: wat bedrijven precies doen om aan hun reductieverplichtingen te voldoen, welke emissies er zijn van hun producten en diensten, en hoe dat is ten opzichte van andere bedrijven.

Een pensioenfonds moet zijn investeerportfolio openbaar maken en ook zijn investeerstrategie wat betreft klimaatverandering.

Lees ook: Bedrijven zijn verplicht om de uitstoot van broeikasgassen aan te pakken

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden