Afgebrande heide in de Deurnese Peel.

Heidebrand

Tussen de geblakerde bomen doet dood (soms) leven

Afgebrande heide in de Deurnese Peel.Beeld Jap Smits

De Deurnese Peel en Nationaal Park De Meinweg werden in april getroffen door een brand. Dat zorgde voor veel verdriet, maar ook voor nieuw leven. ‘Laat ik het voorzichtig zeggen: brand heeft ook positieve kanten.’

Geblakerde bomen, zwarte kale vlakten, de geur van dood en verderf. Geen bij te horen, geen vlinder te zien, geen kruid te ruiken. De Deurnese Peel na de enorme brand half april. De natuur ­kapot; het leven geweken. Ruim 400 van de 1000 hectare is verwoest door de vlammen. “Ja. Het ziet er rot uit’, zegt Jap Smits. “Vreselijk, de dood van al die dieren en het verlies van waardevolle vegetatiestructuren. Gruwelijk, maar vergis je niet. Het leven gaat hier weer hoogtij vieren. Een insectenorgie breekt los.”

Hoopvol verdriet, zo kun je het gevoel van Smits, boswachter ecologie bij Staatsbosbeheer en entomoloog, het ­beste omschrijven. “Het klinkt als een platitude, maar dood doet echt leven.” Smits is onder meer boswachter op de Deurnese Peel, in Zuid-Oost Brabant.

De Meinweg, het tweede natuurgebied dat deels afbrandde, ligt in Zuid-Limburg en is in beheer bij een collega. Daar ging 200 hectare natuur verloren. “Daar ken ik de situatie dus minder goed, maar de effecten van de branden zijn op veel punten vergelijkbaar.”

Dood doet leven, maar eerst is er dood. De brand kwam niet direct op een heel gunstig moment. De heikikkers, ­levendbarende hagedissen en gladde slangen waren net weer uit hun winterverblijven tevoorschijn gekomen en te langzaam voor het snel oprukkende vuur. Veel zangvogels waaronder roodborsttapuiten, boomleeuweriken, boomkruipers, tjiftjafs en lijsters plus de nodige spechten en wulpen zaten te broeden of voedden al hun eerste jongen en de mierennesten waren ontwaakt. “De eerste legsels van de vogels en heel veel trage dieren zijn verbrand.” Dat geldt ook voor een enorme hoeveelheid insecten waaronder bladrollers, larven van motten en nachtvlinders, kevers en de eerste libellen.

En er was niet alleen dierlijk leed. In de Deurnese Peel komt nog actief hoogveen voor, met hoogstens enkele tientallen hectares van een in Nederland uiterst zeldzaam vegetatietype. De bovenste laag van de zeldzame hoogveenmossen hiervan is verast, net als de net uitlopende ­lavendelheide, een heidesoort van het hoogveen.

Waar festijn is bij de insecten

Dood, verlies, maar – erkent Smits bijna beschaamd – ook fascinerend voor ecologen en entomologen. Hoogtijdagen breken aan. Een bloeitijd die begint met de prompte komst van lijkenpikkers. Van aaskevers en loopkevers als de ­Carabus problematicus, doodgravers die met een paar al in staat zijn een muis te confisqueren door deze te begraven, tot kraaien en vossen. Ook de liefhebbers van vers vlees hebben het direct na de brand goed. Op de kale vlakte vinden muizen en overgebleven reptielen en amfibieën geen dekking meer en zijn daarmee hapklaar voor buizerds, bunzingen, torenvalken en uilen.

Mooie ontwikkelingen, maar het ­ware festijn is bij de insecten te vinden. Een orgie waar de entomoloog zich duidelijk op verheugt. “Terwijl de brandweer nog volop stond te blussen, klapten op tot meer dan honderd kilometer ­afstand tienduizenden kevers  de vleugels uit, waaronder prachtkevers en boktorren, belust als ze zijn op kwijnende ­bomen. Ze ruiken de brand met rookdetectoren op de antennes en infraroodreceptoren op de borst”, vertelt de entomoloog. Bruine grootoogboktorren komen bijvoorbeeld af op de dennen en de ­platsnuitkever Sphaeriestes stockmanni op loofbomen, die onder meer ook wespvlinders trekken. De ongewervelden leggen hun eitjes net onder de schors; de larven bijten gangen en gaatjes in het hout. Ideale nestplekken voor graafwespen en graafbijen als de muurwesp en behangersbij.

“En ja, daarmee komen natuurlijk ook hun vijanden, koekoeksbijen en koekoekswespen. Beide leggen eitjes in de nestkamers van hun gastheren waarna de larven zich tegoed doen aan het voedsel voor de ‘rechtmatige’ larven.”

De bruine roodoogboktor.Beeld Jap Smits

Maar ook parasieten zijn vogelvrij, vervolgt Smits, een glimlach om de mond. Binnen de kortste keren verschijnen ook hun belagers en de vijanden daarvan; de parasieten van de ­parasieten van de parasieten. Een continue oorlog in de boomstam.” Smits schetst een ingenieuze wereld in het klein. De houtwesp Tremex fuscicornis zet haar eitjes af in de stam van zacht loofhout en stopt daar meteen wat schimmelsporen bij. De schimmel die uit de sporen groeit, verteert het hout zodat dit eetbaar wordt voor de larven.

Bulkvoer voor vogels

Als die larven al geboren worden. Want reuzensluipwespen als de Megarhyssa vagatoria hebben het op de houtwesp gemunt en zetten als de wiedeweerga eitjes af in de eitjes van de houtwesp. Niet dat ze daarmee altijd zomaar wegkomen, met loerende vogels alom. Duizenden, tienduizenden, honderdduizenden insecten; bulkvoer voor ­vogels.

Voor de spechten is het nog even wachten. Zij hebben een voorkeur voor dikke, grote larven oftewel de larven van grote insecten die vaak een voortplantingstijd van twee jaar hebben. Op ­kleinere kunnen ze prima overleven, maar voor een fors broedsucces zijn de grote wel nodig.

Ondertussen voltrekt zich in de ­bomen de grote woekering van tal van schimmelsoorten en ook daarop komen schimmeletende insecten af. De Bolitophagus reticulatus, tonderzwamkever op gewone tonderzwam en de vergroeide kogelzwam bijvoorbeeld. Bijzondere paddenstoelen als de brandplekbekerzwam en het rondsporig pekzwammetje koloniseren in een mum van tijd de geblakerde grond.

Op de kale grond kunnen opeens ook weer mierenleeuwen, zandloop­kevers, veenmollen (Peel) en veldkrekels (Meinweg) uit de voeten. Insecten die het moeilijk hadden in de dichte mat van pijpenstrootje en adelaars­varen die er voor de brand stond.

Dat geldt ook voor de sprinkhanen die in de loop van de zomer verschijnen. “Vanaf juli valt het getik van de moerassprinkhaan, zo’n typische bewoner van kale, schrale, vochtige terreinen, weer te horen. Allemaal voer voor vogels, reptielen, muizen en daarmee voor dieren hogerop in de voedsel­keten.”

Een net geboren reekalf in het afgebrande gebied. Beeld Jap Smits

Zo bezien is het voor de boswachter een kwestie van verlekkerd met de neus op bomen en de grond de ontwikkelingen afwachten. Maar sturen blijkt wel degelijk nodig. De brand heeft de strooisellaag verast, waardoor de verhouding tussen fosfor en stikstof sterk is gewijzigd. Het fosfaat is opeens makkelijk opneembaar voor planten.

Brand resulteert daardoor in een green flush. “Het pijpenstrootje, een snelgroeiende grassoort, staat nu al vijf centimeter hoog. Zonder ingrijpen overwoekert die de grond in een mum van tijd en blokkeert daarmee de vestiging van bijzondere planten als eenjarig wollegras, veenpluis en snavelbies.

“Dus beginnen we vermoedelijk deze week al met schapenbegrazing. En het mooie is, ook hierbij is een insect betrokken. De Sallandkever is groot liefhebber van de wortels van kort pijpenstrootje.”

Gevraagd naar de balans tussen verlies en winst van de brand, aarzelt Smits. “Brand is dodelijk en moet je dus altijd voorkomen. Maar, laat ik het voorzichtig zeggen: brand heeft ook positieve kanten.”

Daags na ons gesprek belt Smits; hij heeft een jong reekalf gevonden. De reegeit was vlakbij. Het leven gaat door.

Lees ook: 

Die wonderschone verbrande hei

Een heidebrand laat vogels, bomen en kleine dieren tot as vergaan. Maar de kale plekken bieden ook nieuwe kansen voor insecten die in het microreliëf als feniksen uit de as herrijzen.

Op de Stabrechtse Heide zijn ze blij met een berg mestkevers

Zijn het de vogels? Zijn het de planten? Nee, het is vooral het beheer van insecten dat garant staat voor biodiversiteit, vindt Jap Smits, boswachter van de Strabrechtse Heide. Hij schreef een boek over zijn heide.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden