De Wondere vogelwereld van O.C. HooymeijerFrommel

Trage Frommel klautert langs boomstam omhoog naar zijn nest

Het Frommeltje Beeld O.C. Hooymeijer
Het FrommeltjeBeeld O.C. Hooymeijer

Frommel Microfromo limnadius L 7 cm

Algemeen, doch zelden opgemerkt in loofbossen, met een voorkeur voor grootbladerige bomen als wilde kastanje, zomereik en esdoorn. Qua gewicht de lichtste Europese niet-bestaande vogel. Een volwassen Frommel bereikt op zijn hoogst een gewicht van 4,5 gram. Vliegt niet. Kruipt zeer traag, maar uitermate behendig langs stammen en takken, waarbij de scherpe nagels alsmede het ragfijne kromme snaveltje gedegen klimgereedschap vormen.

Verplaatst zich op een dag hoogstens vijftig centimeter. Neemt lange ‘rustpauzes’ van, variërend, een uur tot een hele dag. Verenkleed wisselend. Kleurt met het blad van de ‘gastboom’ mee. Van frisgroen met bruinige accenten in het voorjaar naar rossig helrood in het najaar, tot helderwit in de winterse periode met aanhoudende sneeuwval. Deze witte vorm wordt echter zelden waargenomen, daar de Frommel de wintermaanden onder de grond verblijft.

Angstzweet

Het ‘camouflagepak’ is een uitermate ef­ficiënt verdedigingsmiddel tegen eventuele predatoren als kruinmarter, bruine eikenrat en langooreekhoorn. Een tussen het gebladerte verscholen Frommel is zo goed als onzichtbaar, en verraadt zich alleen door de penetrante geur van het angstzweet, welk bij gevaar uitgescheiden wordt.

Het frommeltje Beeld O.C. Hooymeijer
Het frommeltjeBeeld O.C. Hooymeijer

Mannetje en vrouwtje identiek. Laten zich in de herfst met uitgespreide staart en vleugels met de vallende bladeren naar ­beneden ‘dwarrelen’, om verborgen in een holletje onder het bladerdek in winterslaap te gaan. In het vroege voorjaar ontwaken de Frommels om aan de circa één maand durende klimtocht langs de stam van de gastboom omhoog te klauteren naar de vaste nestplek. In de oksel van een zijtak worden de tien zeer kleine gespikkelde eieren in een kommetje van met dons gevulde droge bladeren gelegd.

De jongen worden meest met larven en rupsen gevoerd, omdat het de oudervogels eenvoudigweg aan snelheid ontbreekt om vliegende insecten te vangen. Het is van levensbelang dat de jonge Frommeltjes in de eerste week na het uitkomen een enorme toename van gewicht en spiermassa genereren. Dit om zich met de frêle klauwtjes vast te kunnen houden aan de nest­bodem teneinde niet bij de eerste stevige voorjaarsbries uit het nest te worden geblazen. Als de jongen na 42 dagen volwassen genoeg zijn om zelf hun kostje bij elkaar te scharrelen, laten zij zich bij windstil weer naar beneden dwarrelen, om vervolgens over de grond naar een andere ‘gastboom’ te kruipen en daarin een zelfstandig leven te leiden.

Zang, een voor het menselijke oor niet te ­horen hoge reeks van enigszins fluitende tonen, meest vanaf een omgevallen, rottende, bemoste boomstam.

Volksvogelwijsheid

Herkomst, Nederland (Noord-Brabant, omgeving Veghel): “Da mènneke ies zo traagh als un Frommelke!”

Iedere week beschrijft kunstenaar O.C. Hooymeijer een vogel die aan zijn brein is ontsproten. Eerdere afleveringen in de serie ‘De Wondere vogelwereld van O.C. Hooymeijer’ leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden