Toeval bestaat, bewijst de sabeltandtijger

Mammoetkenner Dick Mol tussen zijn verzameling fossiele vondsten. In zijn linkerhand een beeld van de sabeltandkat. Links: een deel van de verzameling.Beeld Jean-Pierre Jans

In twee jaar tijd werden aan het Nederlandse strand vier tanden gevonden van de sabeltandkat, die hier in groten getale rondliep in het pleistoceen. 'Puur toeval, maar wel heel bijzonder'.

Slechts een dozijn vondsten van sabeltandtijgers is in Nederland bekend. Vier van die vondsten zijn van dit jaar en vorig jaar. Toeval, maar zo zeldzaam als eerst gedacht is het iconische roofdier uit het pleistoceen hier waarschijnlijk niet geweest.

Fossielenjager Walter Langendoen struint bijna dagelijks het strand af van de Tweede Maasvlakte op zoek naar aangespoelde fossielen. Ook deze zomer liep hij langs de kustlijn, speurend naar mammoetkiezen, versteende drollen van hyena's, stukken gewei van lang geleden uitgestorven hertachtigen.

Daar, op dat nieuw opgespoten land vond hij een grote zwarte hoektand. "Er waren al mensen bij geweest, er stonden voetstappen omheen. Maar kennelijk hadden ze het over het hoofd gezien." Langendoen wist meteen wat het was: plat, groot, met een scherpe punt als een sabel, met fijne ribbels aan de zijkant. "Het kon niet anders dan de hoektand van een sabeltandkat zijn. Hij was zo groot. Als je je dan bedenkt bij wat voor een beest dat hoorde, word je er bijna bang van."

Nu heeft hij al veel aangetroffen in al die jaren speuren, maar zoiets had hij nog nooit gevonden. Hij stuurde een foto naar Dick Mol, mammoetkenner, die en passant ook deskundig is op het gebied van sabeltandtijgers. En ook hij bevestigde gelijk: dit was een nieuwe vondst van een sabeltandtijger.

Drie dagen later struinde Langendoen weer over het strand. Dit keer vond hij nog een tand. Ook groot en scherp, maar geen hoektand. Deze vondst kon hij niet thuisbrengen, maar toen hij zijn vondst later aan Mol liet zien, bleek ook deze tand afkomstig van een sabeltandtijger, dit keer uit de onderkaak van het dier. Dat hij jarenlang niets vindt van de prehistorische roofdieren, en dan binnen een week opeens twee tanden noemt Langendoen "puur toeval, maar wel heel bijzonder".

Nu liggen de twee vondsten bij Dick Mol op de salontafel. Hij heeft ze net samen met Bram Langeveld, bioloog en conservator van het Natuurhistorisch museum in Rotterdam, beschreven in een nieuw artikel. Hij laat de tand door zijn vingers glijden en ritst met zijn nagel langs de rand. "Die hoektand, dat is net een broodmes met die kartels. We vermoeden dat sabeltandkatten als wolven leefden, in groepen. Hun bouw wijst erop dat ze lang achter hun prooien aan moeten hebben kunnen lopen. Ze doodden door dieren als herten en bizons van achteren te bespringen en hun hoektanden in hun hals te zetten. In één ruk trekken ze met die tanden alles kapot in die nek."

Vier vondsten in twee jaar

Waar er in Nederland letterlijk tonnen mammoetfossielen met vissersboten naar de oppervlakte zijn gebracht, zijn de vondsten van resten van de mysterieuze sabeltandtijgers bijna op twee handen te tellen. Slechts twaalf vondsten zijn er bekend van sabeltandtijgers in Nederland. Opvallend genoeg werden vier van de twaalf vondsten dit jaar en vorig jaar gedaan door fossielenjagers Walter Langendoen en Marc Simmelink op de Nederlandse stranden. Het gaat daarbij in alle gevallen om onderdelen van de kaak of het gebit, veruit het meest herkenbare deel van het dier.

Deze vondsten suggereren volgens Langeveld en Mol dat sabeltandtijgers helemaal niet zo zeldzaam waren in het prehistorische Nederland dan tot nu toe werd aangenomen. Langeveld: "Ze stonden als toppredator bovenaan in de voedselpyramide. Net als leeuwen nu op de savanne, moeten sabeltandkatten ten opzichte van hun prooi in veel lagere aantallen voorgekomen zijn." Maar zo zeldzaam als tot nu toe werd aangenomen omdat er zo weinig van de dieren is teruggevonden in Europa, is wellicht een verkeerde aanname, nu er in twee jaar tijd vier vondsten zijn bijgekomen.

Beeld Jean-Pierre Jans

Het eerste stukje sabeltandtijger werd in 1962 opgevist uit de Oosterschelde door een mosselvisser. Het stuk kaak werd later gedateerd op 300.000 jaar oud; het vroege pleistoceen. Mol schetst: "Je moet je voorstellen dat de Oosterschelde toen nog een warm, bebost gebied was. De eerste mammoeten komen hier dan aan vanaf de Afrikaanse savanne. Ze komen de eerste mastodonten tegen, een olifantachtige, kleiner dan de mammoet, die hier al wonen. Een groepje sabeltandkatten springt weg in het struikgewas. Hyena's doen zich even verderop tegoed aan een karkas."

Ook Mol noemt de vondsten buitengewoon bijzonder, hoewel de beide tanden voor hem een teleurstelling herbergen. Ze zijn te oud, vindt hij. "Ik hoopte op een jonge tand. Eentje van 28.000 jaar oud." De tanden die in Europa zijn gevonden, zijn allemaal uit het vroege pleistoceen: 300.000 jaar en ouder, waardoor altijd is aangenomen dat de sabeltandtijger in Europa in het late pleistoceen al uitgestorven was. Maar er is één uitzondering: een kaak die in 2000 werd opgevist uit de Noordzee bleek aan de hand van een koolstofdatering uit het late pleistoceen te komen. Een verschil van 270.000 jaar. Toen was het land een dorre, koude steppe waar wolharige mammoeten en steppewisenten leefden.

"Die vondst veranderde de kijk op sabeltandkatten in Europa volledig. Maar juist daarom wordt de bewering in de wetenschap betwist. Vandaar dat het fijn zou zijn als nog een tand gedateerd wordt op 28.000 jaar oud. Dat sterkt mijn bewering."

Maar de drie recente vondsten zijn onmiskenbaar te veel gefossiliseerd en hebben een stukje oxidering, wat ook kenmerkend is voor oudere fossielen. "Voor mij was het dus een teleurstelling die volgde op de euforie." Toch heeft Mol goede hoop dat er snel een nieuwe sabeltandvondst gedaan wordt. Op dit ogenblik wordt er veel door amateurs gezocht op de Nederlandse stranden die bekendstaan om hun fossielen. "Het zou maar zo kunnen dat we dan weer een nieuw fossiel van een sabeltandkat aantreffen."

Kat versus tijger

U denkt misschien bij het lezen van dit stuk: sabeltandkat? Het is toch sabeltandtijger? Maar kenners als Mol, Langeveld en Langendoen zullen dat niet uit hun mond kunnen krijgen. "Sabeltandkatten hebben niets met tijgers van doen", verklaart Dick Mol. De dieren uit het pleistoceen werden in het Engels sabre-tooth tiger genoemd, omdat de katachtige wel iets van een tijger weg had. Dat werd overgenomen in het Nederlands.

Die naam resulteert nog steeds in afbeeldingen van sabeltandkatten met een tijgeruiterlijk. "Neem Diego, de sabeltandkat uit Ice Age. Klopt niks van, want die lijkt nog steeds veel te veel op een tijger." In feite moeten sabeltandtijgers meer iets hyena-achtigs hebben gehad. Hoog op de voorpoten, lager aan de achterkant. Hun vacht was niet bruin-rood zoals Diego, en zeker zonder strepen. De kleur zal waarschijnlijk eerder geneigd hebben naar grijzig bruin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden