ReportageNatuur

Tijdelijke natuur in plaats van afval

RugstreeppadBeeld Rudmer Zwerver

Opeens stak de groenknolorchis zijn kop op en vloog de oeverzwaluw rond in het Amsterdams havengebied. Braakliggend terrein knapt op van tijdelijke natuur, ook al is het maar voor even.

Echt florissant oogt het niet, dit terrein in het Amsterdams havengebied. Oké, het is groen, maar met lelijke loodsen op een steenworp afstand en slechts ruigte rondom slaat het natuurhart bepaald niet over. “Maar vergis je niet. Daar waar je de natuur haar gang laat gaan, gebeuren mooie dingen. Hier is het nog wat afwachten, maar een stuk verderop kwamen orchideeën, rugstreeppadden, oeverzwaluwen, visdiefjes en zelfs een kleine plevier.”

Het is een kille dag als Remco Barkhuis, hoofd infra van Havenbedrijf Amsterdam, door de wildernis in het havengebied ten westen van Amsterdam stapt. Wolken jagen door de lucht, dorre rietstengels buigen voor de wind en een groepje meeuwen vliegt voorbij.

Een wild, ruig gebied waar de natuur mag heersen, maar slechts een kort leven beschoren is. Natuur die na een geëntameerde bloeiperiode weer wordt opgeruimd. Barkhuis was met ‘zijn’ Havenbedrijf voorloper op het gebied van ‘tijdelijke natuur’, een concept dat in 2009 werd bedacht als oplossing voor de grote ‘natuurfrustratie’.

Slak vertraagde aanleg A73 bij Maastricht

“Het was de tijd van zeggekorfslak en korenwolf, twee beschermde diersoorten die door hun aanwezigheid grote bouwprojecten frustreerden”, vertelt Arnold van Kreveld van de Stichting Tijdelijke Natuur. “Zo vertraagde de nog geen drie millimeter grote slak jarenlang de aanleg van de A73 bij Maastricht.”

Kleine plevierBeeld Arnold van Kreveld

Het was een tijd waarin veel projectontwikkelaars, bouwers en gemeenten een ‘pesthekel’ aan de natuur kregen, zegt Van Kreveld. ARK Natuurontwikkeling, Bureau Stroming en InnovatieNetwerk zagen het met lede ogen aan en bedachten het concept Tijdelijke Natuur. “Het idee erachter: laat op terreinen die al wel de bestemming woonwijk, weg of bedrijfsterrein hebben, maar nog braak liggen, de natuur haar gang gaan. Met meteen ook de permissie de planten en dieren te mogen verwijderen op het moment dat men het terrein in gebruik wil nemen.”

Dat klinkt vrijblijvend, maar ook de aanleg van Tijdelijke Natuur is aan regels gebonden, blijkt uit Van Krevelds uiteenzetting. 

Gevecht tegen de natuur

Normaal gesproken moet een bedrijf of gemeente om een bouwvergunning te krijgen van tevoren inventariseren of er beschermde dieren en planten op het terrein voor komen. Zo ja, dan moet ontheffing op de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd om het terrein te mogen ontwikkelen.

GroenknolorchisBeeld Rudmer Zwerver

Als de ontheffing is verleend begint voor veel bouwers, gemeenten en projectontwikkelaars het grote gevecht om de natuur te weren. Het zich laten ontwikkelen van natuur herbergt immers het gevaar dat er opnieuw beschermde soorten verschijnen met alle misère van dien. In zo’n geval moet ook voor de nieuwe beschermde soort een ontheffing op de Wet Natuurbescherming worden aangevraagd, met als uiterst mogelijke uitkomst dat er een kruis moet door de geplande ontwikkeling.

“En dus wordt er intensief gemaaid, geploegd en worden zelfs terreinen met schermen afgezet in een poging planten en dieren op afstand te houden”, schetst Van Kreveld. Dat op afstand houden lukt vrijwel nooit voor 100 procent zodat deze ondernemers alsnog ‘last ondervinden’ van de natuur.

Alleen de normale zorgplicht geldt

Hoe anders bij diegenen die voor Tijdelijke Natuur kiezen. Ook zij moeten vooraf laten inventariseren welke beschermde soorten er al voorkomen. Omdat er daarna voorlopig niets met de aanwezige natuur gebeurt, hoeven ze op dat moment niets te doen. Zodra het terrein in gebruik wordt genomen moet ook in dit geval voor de planten en dieren die al bij het aanvragen van een bouwvergunning aanwezig waren een ontheffing op de wet worden aangevraagd.

OeverzwaluwBeeld Arnold van Kreveld

Dat geldt niet voor alle beschermde soorten die na het benoemen en beheren als tijdelijke natuur verschijnen. Daarvoor heeft de bouwer bij voorbaat een ontheffing. Van Kreveld: “Alleen de normale zorgplicht geldt.”

“En juist die veel kleinere kans dat het in gebruik nemen van het terrein wordt gefrustreerd door ‘lastige’ natuur was voor ons reden aan de slag te gaan met tijdelijke natuur”, zegt Barkhuis van het Havenbedrijf Amsterdam. “Op 9 hectare mocht de natuur haar gang gaan. Tien jaar lang kregen planten en dieren de ruimte. Ze zijn pas onlangs opgeruimd, beter gezegd, netjes verplaatst.”

Stepping stones

Wijzend op een buizerd die in een struik zit, vertelt hij verder. “Het was al meteen een succes met veel beschermde planten en dieren. Groenknolorchis, kleine plevier, rugstreeppad, oeverzwaluw en moeraswes­pen­orchis.” Na het eerste proefterrein, kwam er meer tijdelijke natuur in het havengebied. De tijdelijke natuur uit 2009 is inmiddels opgeruimd en bedrijfsterrein geworden.

Het Amsterdamse havengebied.Beeld Arnold van Kreveld

Dat opruimen brengt natuurlijk meteen de vraag wat de natuur eraan heeft als die slechts een kort leven beschoren is. “Veel”, reageert Van Kreveld resoluut. “Jonge natuurgebieden zijn gunstig voor pioniersoorten zoals plevieren, bepaalde orchideeën, oeverzwaluwen en rugstreeppadden; dieren en planten die elders in ons ontwikkelde land weinig ruimte vinden. Ze zorgen zo voor versterking van de populatie. Tijdelijke terreinen zijn ook stepping stones tussen bestaande natuurgebieden.”

Voor Barkhuis komt daar nog een voordeel bij. “Veel werknemers van het Havenbedrijf lopen nu in de pauze een ommetje in plaats van in de kantine te blijven zitten. ‘Groen in plaats van kroket’. Het ziekteverzuim is significant gedaald.”

Van Kreveld weet er nog een paar. Zo kunnen bedrijven met tijdelijke natuur koketteren met hun groene imago en levert de natuur nieuwe recreatiemogelijkheden voor omwonenden op. 

Animo valt tegen

Havenbedrijf Amsterdam is niet de grootste aanlegger van tijdelijke natuur. Zo hebben Tata Steel en Groningen Seaports respectievelijk 766 en 553 hectares. Van Krefeld: “Toch valt de animo voor tijdelijke natuur tegen als je bedenkt hoe breed tien, vijftien jaar geleden werd geklaagd over beschermde soorten. In al die jaren hebben verspreid over het land zo’n vijftig bedrijven in totaal 3800 hectares tijdelijke natuur gerealiseerd, waarvan minimaal 400 hectares weer in gebruik is genomen.

Niet ècht veel, geeft de coördinator toe. Hij ziet verschillende redenen. Zo zouden grondeigenaren bang zijn voor ‘te veel gedoe’ als de natuur moet worden geruimd. Een begroeid terrein zou minder puik ogen en dus minder makkelijk worden verkocht. “Maar een belangrijke reden is ook het gebrek aan handhaving. Er wordt nauwelijks gecontroleerd of ze zich houden aan de verplichtingen. Grondeigenaren weten dat en velen denderen dus met machines door braakliggende gronden heen zonder de moeite te nemen vooraf te inventariseren.”

Zo niet het Havenbedrijf. Daar groeit de animo voor natuur, óók op het bedrijfsterrein zelf. Wegen zijn voorzien van ecologische bermen en her en der liggen poelen. Intussen is het schafttijd geworden. Drie mannen in werkkleding lopen luid pratend rond. Boterhammen verdwijnen, geen frikandel te zien. Wel groen, acht kraaien en een heggenmus. 

Lees ook: 

Natuur onder de rook van Tata Steel

Een terrein vol hoogovens is niet bepaald een plek die met bijzondere natuur wordt geassocieerd. Toch zijn er op het terrein van Tata Steel opmerkelijke soorten te vinden, leert een rondgang door het duingebied.

De steenmarter lift per vrachtwagen heel Nederland door

Er zitten weer steenmarters in het westen van Nederland. Zijn de roofdieren er op eigen kracht gekomen, of onbedoeld meegelift met vrachtwagens?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden