De kachel

Thermostaatschaamte? Eindelijk, de kachel kan weer aan

Beeld Brechtje Rood

Schrijver en filosoof Pieter Hoexum mist het draaien aan z’n cv-thermostaat nu hij een programmeerbaar exemplaar heeft, ‘waarmee je rechtstreeks de knoppen in Slochteren lijkt te bedienen’. Over thermostaatschaamte wil hij het liever niet hebben.

Eindelijk is het oktober: het stookseizoen is begonnen. Sinds 1 april had de thermostaat uitgestaan, ons (nogal overdreven) goed geïsoleerde rijtjeshuis hoeft in de lange zomerperiode niet verwarmd te worden. Maar nu kan de thermostaat dus weer aan, om de cv aan te sturen en het huis weer werkelijk behaaglijk te maken.

Het is een handeling van niets, ik verzet een minuscuul schuifknopje en heb er een half jaar geen omkijken naar. Het is namelijk een programmeerbare thermostaat die ik zo ingesteld heb dat hij keurig elke ochtend om 6.45 uur aangaat en om 22.30 uur uit, behalve in het weekend. Er schijnen ‘slimme’ thermostaten te zijn waar je helemaal niet meer naar om hoeft te kijken, maar dat gaat me te ver. Ik heb nu al soms een beetje heimwee naar onze oude thermostaat die eigenlijk één grote knop was, en die je door te draaien hoger of lager kon zetten.

Het grote voordeel van de programmeerbare thermostaat is dat als we ’s ochtends om zeven uur beneden komen, de huiskamer en open keuken al heerlijk zijn opgewarmd. Toch mis ik een beetje dat machtige gevoel dat het draaien aan de thermostaat geeft: op een manier die onvoorstelbaar complex moet zijn, lijk je rechtstreeks de knoppen in Slochteren te bedienen – of waar het gas ook vandaan komt.

Thermostaatschaamte

Gerrit Krol heeft het mooi omschreven. In het najaar van 1970 belandde hij, schrijver én werknemer van Shell, bij de Nam in Assen, waar ze nog worstelden met de distributie van het gas naar de miljoenen huishoudens die inmiddels op het gasnet waren aangesloten; het hoofd van de technische dienst instrumentatie legt Krol uit dat het gasveld als het ware ademde met een periode van 24 uur: “Als ’s ochtends moeder de vrouw haar keteltje op het gas zette, de haard opendraaide, dan ging het veld open en ’s avonds, als Nederland naar bed ging, sloot het veld zich weer. En het fascinerende was, als het vroor in Italië, kon je dat in Sappemeer merken. Dan gingen de kleppen niet dicht. Ja dan werd er flink aan getrokken.”

Krol schreef dit in zijn ‘autobiografie’ ‘60.000 uur’, in 1998. Zoiets zou je nu eigenlijk niet meer kunnen schrijven, niet zonder te huiveren tenminste. Nu gaat het draaien aan de thermostaat niet zozeer gepaard met een gevoel van verwondering of zelfs eerbied voor het technisch vernuft, maar juist met schuldgevoelens. Niet onterecht, maar het is niet mijn bedoeling hier aan de lange reeks ‘schaamtes’, zoals vliegschaamte, vleesschaamte en doucheschaamte een nieuwe toe te voegen (‘thermostaatschaamte’). Dat zou te eendimensionaal en ronduit simplistisch zijn. Deze nieuwe schaamtes zijn, vrees ik, valse schaamtes: het zijn schaamtes waar je stiekem trots op bent. Het draaien aan de thermostaat moet geen ‘guilty pleasure’ worden.

Met de thermostaat hebben we, na duizenden jaren technologische vooruitgang, eindelijk het vuur, dat gevaarlijke geschenk van Prometheus, helemaal in de vingers. We hoeven als het ware maar met onze vingers te knippen, of het vuur ontbrandt braaf om het water in de  verwarmingsketel te verwarmen waarmee we vervolgens ons huis verwarmen – totdat het warm genoeg is en via een terugkoppelingssysteem de thermostaat merkt dat het warm genoeg is en het vuur weer dooft. Tot op de halve graad nauwkeurig kunnen we ons huis zo verwarmen en daarmee werkelijk huiselijk maken.

Het vuur getemd

De haard is het eerste idee dat in het boek ‘100 en 1 ideeën die de bouwkunst veranderden’ genoemd wordt, als “eeuwig symbool van het huis”: architectuur of bouwkunst begon met het beheersen van het vuur. Het begon allemaal met het temmen, tam maken van het vuur. Iedereen die weleens naar het ­televisieprogramma ‘Expeditie Robinson’ kijkt, weet hoeveel moeite het alleen al kost om vuur te maken. En dan heb ik het nog niet over het aanhouden van het vuur. Het vuur was een onwillig, wild dier, maar is door de cv met thermostaat een mak en gedienstig schaap geworden.

Na verloop van tijd, als je er wat dieper over nadenkt, begin je een addertje onder het gras te vermoeden… Had Zeus niet als wraak voor Prometheus’ diefstal van het vuur, Pandora naar de aarde gestuurd, met een giftig geschenk, de ‘doos van Pandora’, waaruit alle onheil over de wereld kwam? Heeft het beheersen van het vuur er nu werkelijk voor gezorgd dat we ons zelf kunnen redden – of hebben we ons er juist mee in de nesten gewerkt?

Na verloop van tijd ga je je afvragen: bedien ik, via de thermostaat, de cv en eigenlijk het hele huis, of ben ik de bediende van het huis, van ‘het systeem’? Bediende of bediener, dat lijkt de vraag. Hebben we ons met onze huizen en de cv en wat er allemaal bij hoort, niet tot wel erg tamme huisdieren gemaakt? Hebben we onszelf niet al te veel gedisciplineerd, geven we ons niet over aan een wel heel strikt regime? Wie is hier nu eigenlijk de baas?'

Van overwinning naar nederlaag

Maar de vraag wie er nu eigenlijk de baas is, is een verkeerde, die een simpel antwoord suggereert, terwijl domesticatie een zeer dubbelzinnige aangelegenheid is. Het is geen eenrichtingsverkeer: je kunt niet temmen zonder zelf ook tam te worden. Het is altijd een samenspel. Het is wederkerig. Het is niet zo dat onze verre voorouders de wolf tam hebben gemaakt en wij nu een trouwe hond in huis hebben – mens en wolf hebben elkaar getemd. Of nog beter: mensen en wolven zijn samen tam geworden en huisgenoten geworden. En dat geldt niet alleen voor de huisdieren, maar ook voor alle dingen en technieken die we in en rond en tussen onze huizen verzameld hebben. Ook daarmee leven we niet zozeer samen alsof het slaven zijn, of juist als onze geheime bazen, maar eerder in symbiose.

Het draaien aan de thermostaat voelt in eerste instantie wel als een ultieme overwinning op de natuur: je waant je een poppenspeler die alle touwtjes in handen heeft en die met de kleinste bewegingen dat heel grote apparaat (van cv tot gasput) uiterst nauwkeurig kan bedienen. Daarna voelt het als een nederlaag: je hebt de touwtjes niet in handen maar bent er juist in verstrikt geraakt. Ten slotte is er sprake van verzoening, namelijk verzoening met het feit dat je niet zozeer verstrikt bent geraakt in het net, maar erin thuis bent geraakt.

Beeld Brechtje Rood

Sinds een tiental jaren spreekt men over het huidige tijdperk als het antropoceen. Veel, zo niet alle, en waarschijnlijk de belangrijkste, van de veranderingen in onze leefomgeving zijn geen echt natuurlijke processen meer, maar de gevolgen van ons eigen, menselijke handelen. We leven in het tijdperk van de mens – we hebben van de hele aarde een huis gemaakt. We hebben de aarde gedomesticeerd.

Nuchtere behoedzaamheid

Of is dat grootspraak en overmoed? Is dat hele antropoceen niet gewoon een voortzetting van een proces dat al tienduizenden jaren geleden is ingezet met de zogenoemde neolithische revolutie, of landbouwrevolutie? Rondtrekkende samenlevingen van jager-verzamelaars gingen zich ergens vestigen om daar aan veeteelt en akkerbouw te doen. We gingen ergens wonen, maakten huis en haard. We werden wonende dieren – huisdieren.

Uiteindelijk zijn we (en nu bedoel ik niet alleen mensen maar meteen ook onze niet-menselijke huisgenoten en zelfs alle dingen en technieken) allemaal kleine knooppunten geworden in een onoverzichtelijk groot netwerk. En dat netwerk is dus geen net waarin we gevangen zitten, maar is als een echt huis voor ons geworden. We zijn er thuis. En het draaien aan de thermostaat hoeft niet zozeer met schuld of schaamte gepaard te gaan, maar eerder met nuchtere behoedzaamheid: het gaat erom de kwetsbare symbiose in stand te houden.

Dit jaar begon het stookseizoen op 6 oktober, toen er voor de eerste keer nachtvorst was en overdag een kouderecord gevestigd werd. Dat laatste was wel verfrissend na die warmterecords in de zomer. Toen ik de weersvoorspellingen met de nachtvorst las, heb ik de thermostaat ingeschakeld, maar ook mijn sloffen en een warm vest opgezocht en klaargelegd. 

Van Pieter Hoexum verscheen eerder Kleine ­filosofie van het rijtjeshuis. Onlangs schreef hij Thuis. Filosofische verkenningen van het ­alledaagse (paperback, € 21,99, Atlas Contact).

Lees ook:

Een gigantische thermosfles houdt in de winter onze huizen warm

Als we allemaal van het gas af moeten en onze huizen met stroom gaan verwarmen, vergt dat op winterdagen niet alleen heel veel stroom maar ook nieuwe en kostbare elektriciteitsnetten. Met warm water in enorme thermosflessen zouden miljoenen Nederlanders er echter ook warmpjes bij kunnen zitten.

Somberen over het Antropoceen

De invloed van de mens op de aarde is groter dan ooit. Dat werpt de vraag op: wat weegt zwaarder, de bedreigingen of de zegeningen van deze tijd?

Open jezelf voor een duister bewustzijn

Welk levensgevoel hoort er bij onze tijd van klimaatverandering? Timothy Morton wijst de weg zonder de route te kennen. De ‘filosoof-profeet van het Antropoceen’ schrijft swingend overonbevattelijk grote problemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden