Teruggang broedvogels is offer voor moeras

Moerasgebied van de Oostvaardersplassen.Beeld ANP

De broedvogels in het droge deel van de Oostvaardersplassen dat als een hoefijzer om het waardevolle moeras heen ligt, zijn de afgelopen jaren sterk achteruit gegaan, blijkt uit onderzoek dat Staatsbosbeheer heeft laten uitvoeren. De nachtegaal, baardman, graspieper en paapje zijn helemaal verdwenen, terwijl andere vogels sterk achteruitgaan.

Critici van de Oostvaardersplassen zien in de resultaten hun gelijk dat de grote aantallen grazers het hele natuurgebied kaalvreten. Zij klagen dat er geen boom of struik meer over is voor de 'vliegende natuur'. Wat hen betreft vormt het natuurgebied een mislukt experiment. Voorstanders van de dynamische wildernis stellen dat het droge deel juist een open grasvlakte móest worden, om de parel van het gebied - het moeras - te redden.

Grauwe gans
De Oostvaardersplassen ontstonden in de jaren zeventig van de vorige eeuw op de laagste locatie uit de Flevopolder. Daar kwam een enorm rietmoeras van 3600 hectare. In 1970 vestigde onaangekondigd de grauwe gans zich in dit gebied, die in de bescherming van het riet kon ruien. Door het gegraas van deze vogels werd het rietmoeras gevarieerder, en dat trok weer zeer zeldzame vogels als de grote zilverreiger en de lepelaar aan. Inmiddels is zelfs de zeearend teruggekeerd. Frans Vera, die er met anderen voor zorgde dat het gebied een beschermde status kreeg, noemt de grauwe gans op dit moment de 'sluitsteensoort' van het gebied. Als die verdwijnt, groeit het moeras dicht, en verdwijnen de belangrijke vogelsoorten.

Om de ganzen voor het gebied te behouden, stelde hij destijds voor aan de buitenkant van het moeras graslanden aan te leggen die de ganzen kort voor en na de ruiperiode (mei-juni) kunnen voeden. Deze locatie bestond grotendeels uit agrarische land, in combinatie met ruigtes van snelgroeiende wilg en vlier die een geringe natuurwaarde hadden. De 'natte' Oostvaardersplassen werden begin jaren tachtig daarom uitgebreid met die droge rand van nog eens 2400 hectare, waarover nu duizenden runderen, paarden en herten lopen. Die moeten het gebied open en kaal houden. De succesvolle bioscoopfilm "De Nieuwe Wildernis' laat vooral dit tafereel zien.

Grondig werk van de grazers
Het onderzoek van Willem van Manen van Sovon Vogelonderzoek die in opdracht van Staatsbosbeheer het droge randgebied onderzocht, laat zien dat de grazers hun werk grondig hebben gedaan. "Ik spreek geen oordeel uit over het gebied", zegt Van Manen. "Mijn onderzoek moet je zien als een pure telling van de broedvogels in dit droge deel ." Maar toch kan hij niet laten iets over de resultaten te zeggen. "Ik denk dat ooit de bedoeling was hier een mozaïeklandschap te laten ontstaan, met open grasland én ruigtes. Maar het is vanwege het grote aantal grazers wel héél open geworden."

Naast het onderzoek van Van Manen staat het rapport van Nico Beemster van bureau Altenburg & Wymenga van vorig jaar, dat de vogelstand in het moeras in de afgelopen 25 jaar beschrijft. Beemster is juist erg enthousiast over de natuurkwaliteit van het gebied.

"In de droge zone is de afgelopen jaren inderdaad sprake geweest van een afname van broedvogels. Dat betekent niet dat het slecht gaat met de natuur in dit deel van de Oostvaardersplassen. De droge zone is een groot succes. Hij móet zeer open zijn, anders kunnen de ganzen er niet terecht. Die zorgen er voor dat er in het moeras topnatuur is ontstaan, met natte rietlanden die grote aantallen Europees beschermde vogels aantrekken. Dat is ook de opdracht die Staatsbosbeheer in kader van de Europese verordening Natura 2000 heeft. De voorspelde teruggang van minder zeldzame broedvogels in de randzone moet je dan als beperkt verlies nemen."

Geheel toevallig verstuurde staatssecretaris Sharon Dijksma (natuur) gisteren een brief naar de Tweede Kamer waarin zij alvast wat contouren van haar nieuwe natuurbeleid schetst. Zij onderstreept nog eens haar voorkeur voor robuuste gebieden en dynamische natuur, "waarbij soorten nu eenmaal verdwijnen en verschijnen". Voor de soortenbeschermers pur sang is dat nog even wennen.

Conclusies Willem van Manen (Sovon):
De dalende trend van een aantal broedvogels in de randzone van de Oostvaarderplassen is voortgezet.
Zowel het aantal soorten als het aantal broedparen van soorten die afhankelijk zijn van riet, ruigte en struweel zijn verder afgenomen.
Een aanzienlijk deel van de broedvogels nam sterker af dan de landelijke trends.
De afname van deze soorten hangt nauw samen met de sterke afname van riet, ruigte en struweel door begrazing in de randzone.
Er zijn ook enkele soorten zoals de kievit die als broedvogelsoort juist toenamen terwijl er landelijk sprake was van een afname.
De graslanden in de randzone van de Oostvaardersplassen lijken voor deze soorten juist geschikter te worden.

Verdwenen soorten: het baardmannetjeBeeld thinkstock
De graspieperBeeld thinkstock
Het paapjeBeeld thinkstock
De nachtegaalBeeld thinkstock
De boomvalkBeeld thinkstock
De boompieperBeeld thinkstock
Beeld Sovon
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden