Terug naar het oude leerlooien

Amber Veel aan het werk.

We vinden de herkomst van ons eten en onze kleding steeds belangrijker. Maar wat weten we eigenlijk van onze leren jasjes en schoenen? 

Kunstenares Amber Veel verdiepte zich in plantaardig looien als alternatief voor het giftige chroom. Je kunt haar kunstenares noemen (dat doet ze zelf ook), maar dan wel een die haar esthetische oog aanvult met een elektronenmicroscoop. De termen botanisch historica, uitvinder en redder van cultureel erfgoed zijn ook losjes van toepassing. Haar werk is ambachtelijk en vaak fysiek zwaar, maar ze vertelt erover met een relativerende lichtheid.

Veel bereidt looibaden, maakt stug leer soepel door het over een staak heen te bewegen, en schraapt vuilniszakken vol schors van gekapte bomen bij elkaar in een houtzagerij. Ze vilt dode dieren – van konijn tot ‘formaat vos’ – en bewerkt hun huid met plantaardige looistoffen. En nee, om die angst maar meteen weg te nemen: de dieren zijn niet voor haar werk gedood. Het gaat haar er juist om hun huid een nieuw leven te geven.

De leerlooisector staat al jaren in de top tien van meest vervuilende sectoren. Zo is de rivier Buriganga in Bangladesh ecologisch dood verklaard. Zo’n 200 looierijen dumpen daar dagelijks 22.000 kubieke liter afvalwater. In India hebben leerlooiers door de blootstelling aan chroom een twee keer zo hoog risico dood te gaan door hun werk als gemiddeld. En dan hebben we het nog niet gehad over kinderarbeid.

Herkomst 

Mede daarom werkt Amber Veel uitsluitend met plantaardige looizuren. Het is niet haar bedoeling de leerindustrie te veranderen, daarvoor is haar werkwijze nog te kleinschalig en ambachtelijk. Ze wil mensen vooral informeren over de herkomst van hun dagelijkse producten, zoals in de supermarkt steeds vaker gebeurt met voedsel.

“Leer is bij uitstek een tactiel materiaal, je voelt het op je huid als je het draagt of vasthoudt. Ik wil het verhaal daarachter zichtbaar en voelbaar maken, het materiaal herleiden tot een onderdeel van het landschap. Ik hoop dat mensen zich daardoor meer bewust worden van de bijzondere kwaliteiten van leer. Misschien doen ze dan iets langer met hun schoenen en gooien ze hun leren jack niet na een jaar weer weg.”

Eekschillen

Vroeger was leer vergelijkbaar met de manier waarop wij nu plastic gebruiken, vertelt ze. “Er was niets anders, dus die industrie was gigantisch. In huishoudens was leer maken een vrouwentaak, onderdeel van het koken. Het heette toen ook ‘leder bereiden’.”

In het openluchtmuseum in Arnhem kwam ze meer te weten over eekschillen, een uitgestorven taak voor seizoensarbeiders. “In de zeventiende en achttiende eeuw bestond ongeveer 70 procent van het bos in Nederland uit eikenbomen voor de leerlooi-industrie. Net als bij knotwilgen werd de stam afgehakt. Daar groeiden nieuwe takken uit, die eens in de zeven tot acht jaar werden geoogst. De schors werd afgeklopt door eekschillers en het hout ging als brandstof naar bakkerijen.”

In de fik

Aan het begin van de twintigste eeuw was plantaardig looien in Nederland verdrongen door looien met chroom. De eikenbossen werden vervangen door dennenbossen voor de mijnbouw – voor palen om de mijnschachten mee te stutten – zodat de laatste sporen van het ambacht uit het landschap verdwenen. Tegenwoordig is het beboste landschap verdeeld in recreatiebos en productiebos. De reststromen van productiebossen worden gebruikt als biomassa. “Dat klinkt heel mooi, maar het wordt gewoon in de fik gestoken,” zegt Veel. “Ik zou daar graag eerst de looistoffen uithalen.”

Ze ging in gesprek met Staatsbosbeheer en mocht gekapte bomen van hun schors ontdoen. Bij een houtzagerij in de buurt gaat ze wel eens een ochtendje schilschoppen. Een schilschop is een platte schep waarmee in de houtbouw de schors van bomen wordt gehaald. Voor een stuk leer heeft ze algauw een kubieke meter schors nodig.

Het procedé voor plantaardig looien leerde ze in Zweden, bij de oudste en waarschijnlijk laatste operationele sparlooierij ter wereld. “Als je op de traditionele manier looit, gebruik je bakken of vaten in de grond met water en looistof erin,” zegt Veel. “Je begint met een lichte oplossing, een soort slappe thee. Elk opeenvolgend bad heeft een sterkere oplossing, tot in het laatste bad alle looizuurmoleculen door de huid zijn opgenomen.”

Kleur en textuur

In haar atelier staan potjes looizuur van verschillende bomen. Leer van lariks krijgt een gelige gloed, eik wordt donkerbruin, wilg juist weer roze. De kunstenares werkt voornamelijk met geitenleer, omdat dat van oudsher veel werd gelooid en minder stug is dan koeienleer.

Om ook de textuur van de bomen aan het materiaal mee te geven, drukt ze de schors diep in het leer. Samen vormen de stukken boomleer een serie, als staalkaarten die samen het landschap vormen waar ze uit voortkomen. “Vroeger kon je aan het leer zien waar het vandaan kwam. Leer dat in Nederland werd gelooid, zag er heel anders uit dan het leer dat in Italië werd gelooid, omdat ze daar kastanje gebruikten en wij hier eik. In Scandinavië gebruikten ze spar, in Rusland wilg.”

Trommels

Er zijn in Europa nog een paar partijen die plantaardig looien, maar dat is meestal niet met looizuur uit schors van de lokale bomen, zegt ze. “In Duitsland is een fabriek die nog op de oude manier looit, maar de schors uit Oost-Europa haalt. In Italië zit een fabriek die op industriële schaal werkt, met drum tanning, grote trommels waar de huiden in worden gewassen. De looizuren die zij gebruiken, komen van tropisch hardhout. Dat werkt heel goed, maar er is geen manier om te controleren of dat hout van verantwoord bosbeheer afkomstig is. Er bestaat (nog) geen FSC-keurmerk voor looistof.”

Boek

Veel is ook bezig met een boek waarin ze haar cultuurhistorische en artistieke onderzoek bundelt. Vanaf 28 oktober exposeert ze in Gaasterland in Friesland, vlakbij bossen die vroeger werden gebruikt voor leerlooischors. Een paar van haar schorshuiden hangen al een tijdje buiten bij museum Kranenburgh in Bergen, als experiment. “Ik ben benieuwd hoe het leer zich buiten ontwikkelt, als het terug is in het landschap.”Je kunt Amber Veel kunstenares noemen (dat doet ze zelf ook), maar dan wel één die haar esthetische oog aanvult met een elektronenmicroscoop. De termen botanisch historica, uitvinder en redder van cultureel erfgoed zijn ook losjes van toepassing. Haar werk is ambachtelijk en vaak fysiek zwaar, maar ze vertelt erover met een relativerende lichtheid.

Lees ook: 
Negeer het label, maar niet de duurzaamheid

Na tien jaar had ontwerpster Bekka Oomens genoeg van de misstanden in de kledingindustrie. Ze vertrok naar Portugal en begon Ignore the Brand: een duurzaam label.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden