Suikerlaag op de wadbodem blijkt prima vogelvoer

Alaskastrandloper Beeld
Alaskastrandloper

Kleine wadvogels doen zich op grote schaal te goed aan de flinterdunne laag van modder met plankton en bacteriën, die op droogvallende wadbodems ligt. Dat ontdekten Japanse en Canadese onderzoekers langs de kusten van de Stille Oceaan.

Rob Buiter

"Voor sommige kleine steltlopers kan de 'biofilm' op wadbodems wel 70 procent van het dieet vormen", zegt een van de onderzoekers, de Nederlands-Canadese hoogleraar Ron Ydenberg van de Simon Fraser Universiteit in Vancouver.

De 'modder etende' strandlopers werden voor het eerst ontdekt op Roberts Bank, een wadplaat ten zuiden van de Canadese stad Vancouver, vertelt Ydenberg. "Mijn collega Bob Elner is van oorsprong krabben- onderzoeker. Toen hij jaren geleden naar foeragerende vogels begon te kijken, verklaarden veel vogelonderzoekers hem voor gek. Daar ga je niets nieuws meer aan ontdekken, vonden ze.

Maar Bob keek onbevooroordeeld, 'out of the box', en zag dingen die hij niet kon verklaren: Alaska strandlopers die schijnbaar doelloos in de modder stonden te peuren, zonder dat ze daar wormen of schelpdieren uit haalden. Toen hij vervolgens in de magen van de vogels keek, zag hij alleen een bruine, zanderige soep."

De onderzoekers filmden vervolgens de foeragerende vogels met high speed videocamera's. "Op die filmbeelden zagen we dat ze met hun tong de toplaag van de wadbodem opslobberden. Door naar de anatomie van de tong van de vogels te kijken, zagen we ook hoe ze dat deden: met een microscoop zagen we dat de tong van deze strandlopers bezet is met kleine haakjes waar de biofilm als het ware aan blijft hangen."

Het artikel over de 'modder etende steltlopers', dat Elner en Ydenberg met Japanse collega's deze maand publiceren in het wetenschappelijke tijdschrift EcologyLetters is het allereerste bewijs dat gewervelde dieren de dunne laag van bacteriën en algen op de wadbodem als voedselbron kunnen gebruiken.

De dunne biofilm op droogvallende wadplaten wordt gevormd door bacteriën en zogeheten diatomeeën, een groep van plantaardige planktonsoorten. Ydenberg: "Al die eencelligen scheiden een soort slijm uit waarmee ze zich aan elkaar en aan de bodem hechten. Dat slijm is kleverig vanwege de lange suikerketens. Waarschijnlijk profiteren de vogels ook van de beta-carotenoïden in de biofilm, die onder meer invloed kunnen hebben op de voortplantingshormonen."

Het is al heel lang bekend dat schelpdieren die biofilm als voedselbron gebruiken. Die schelpdieren zijn ook een belangrijke voedselbron voor wadvogels. Het is nu duidelijk dat sommige vogels die eerste trede in de voedselketen als het ware kunnen overslaan.

Ydenberg en collega's ontdekten dat verschillende vogelsoorten van de biofilm eten, maar niet allemaal evenveel. De kleinste soorten zoals de Alaska strandloper eten tot 70 procent van hun dagelijkse energie in de vorm van biofilm. Grotere soorten, zoals de bonte strandloper en de kanoet, eten hooguit een paar procent van hun dagelijkse energiebehoefte in de vorm van biofilm.

Het onderzoek heeft grote consequenties voor zowel de wetenschap als de natuurbescherming, zegt Ydenberg. "Dit onderzoek laat niet alleen zien dat we nog maar weinig weten van de verschillende lijnen in het voedselweb in de natuur. Het laat ook zien dat modder op een wadbodem niet zomaar modder is.

Heel concreet heeft dit onderzoek tot gevolg dat de plannen voor twee nieuwe havens voor de kust van Vancouver moeten worden beoordeeld op de gevolgen voor de biofilm en dus de voedselvoorziening van de steltlopers. Maar ook elders op de wereld kan het verdwijnen van schijnbaar 'waardeloze' slikkige wadplaten gevolgen hebben voor trekvogels die daar komen bijtanken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden