De Martenastate in het Friese Koarnjum.

Mooiste NederlandPlanten

Struinen tussen de knikkende vogelmelk en het Haarlems klokkenspel

De Martenastate in het Friese Koarnjum.Beeld Annemarie Bergfeld

Nu we niet met z’n allen naar dezelfde mooiste natuurgebieden moeten gaan, doen onze wandelende schrijvers het anders. Annemarie Bergfeld ging op zoek naar de laatste stinzenplanten van het seizoen.

‘De Klaai’ zeggen de Friezen. Een rechttoe rechtaan naam die recht doet aan het zeekleilandschap ten noorden van Leeuwarden. Weids is deze ‘Klei’, leeg en zonder fratsen. In de bermen heeft het geel van plukjes narcissen plaats gemaakt voor het geel van uitbundig zwaaiend koolzaad, de meeste boomblaadjes zijn al uit hun knoppen gesprongen. In de luwte van de stevige terpkerk van Koarnjum (Cornjum) loop ik landgoed Martenastate op. Voorbij de monumentale poort tussen tuinmanswoning en koetshuis ontwaar ik een miniatuur-kasteel met een spits in de vorm van een ui. Het is bewoond en niet te bezoeken, door het park mag ik struinen zo lang ik wil.

Felgekleurd

De monumentale linde- en kastanjelanen zijn imposant. Maar de echte blikvangers vind ik lager bij de grond. Gele anemoon, gevlekt longkruid en knikkende vogelmelk – hun namen al net zo stijlvol als de felgekleurde planten zelf. Ze behoren tot de familie van de stinzenplanten. Al in de eerste weken van het jaar sierden hun neefjes sneeuwklokje, bonte krokus en boerenkrokus het gras tussen de slingerende waterpartijen.

Beeld Annemarie Bergfeld

Zijn er Nederlandser bloemetjes denkbaar dan deze voorjaarsbodes? Je zou denken van niet, maar ook hier bedriegt de schijn: sneeuwklokje en krokus zijn immigranten. Met hun familieleden als knikkende vogelmelk, keizerskroon, Haarlems klokkenspel of Italiaanse aronskelk – die klinken al exotischer – en nog tientallen andere vroege bloeiers vormen ze het eigenaardige gezelschap van de stinzenplanten. De planten in deze familie kennen geen verwantschap, het enige wat ze delen is dat ze door mensenhanden naar Nederland werden gebracht en dat ze te vinden zijn op beschutte en beschaduwde plaatsen, in de tuin van een landgoed of boerenhoeve, op een kerkhof of rond een oude pastorie.

Tussen januari en mei komen ze in hun vaste volgorde allemaal voorbij. De laatste bloeiers dienen zich nu aan zoals de dichtersnarcis en de wilde hyacint.

Zuid-Europa

Stinzenplanten danken hun naam aan de Friese stinzen, de versterkte adellijke huizen waar hun voorkomen rond 1930 voor het eerst werd beschreven. Welgestelde landgoedbezitters van de 16de eeuw gaven hun tuinen en parken graag cachet met sierlijke uitheemse gewassen uit Midden- en Zuid-Europa. Door de eeuwen heen verwilderden deze immigranten en beetje bij beetje burgerden ze in, totdat niemand ze nog als exoot herkende.

Alleen op losse, kalkrijke en beschaduwde grond konden ze aarden. Juist die grond was te vinden in de tuinen bij stinzen, buitenplaatsen en kerkhoven waar gegraven en geplant, weer uitgegraven en opnieuw geplant werd. De kalk in de grond van eerder afgebroken stinzen of states deed de rest.

Beeld Annemarie Bergfeld

Op Martenastate is het goed dolen over slingerende paden en charmante bruggetjes. Er zijn banken om op te zitten en brugleuningen om over te leunen, de bloemenweelde laat zich vanuit alle hoeken bewonderen. Een grote bonte specht timmert er ritmisch op los, de lange trillers van een winterkoninkje klinken tussen de takken. Niet alleen de kleuren, ook de zalige geluiden van het voorjaar stemmen vrolijk.

Zomerslaap

Na het slingeren en slenteren krijg ik zin om de pas er in te zetten. Voorbij de grafheuvel van de Martena’s onder de beuken loop ik over de Aldlânsdyk de weidse weilandenwereld in. Een bruggetje, een smal fietspad en een landweg langs een handvol boerderijen brengen me in iets meer dan een halfuur naar Dekema State in Jelsum, nog zo’n wonder van stinzenplantenweelde.

Gele anemoon en bostulp kleuren goed bij ophaalbrug en toegangshek. Na deze gele bloeiers zullen nog gewone vogelmelk en Haarlems klokkenspel volgen. En dan, rond half mei, is het altijd weer voorbij. Zodra ook de laatste bomen vol in blad staan, trekken de stinzenplanten zich terug in het groene gras en is het over met de kleurenpracht. Tijd voor de zomerslaap. Volgend jaar zijn ze als eerste weer van de partij.

Beeld Annemarie Bergfeld

De route voor na de corona-beperking:

Na park Martenastate in Koarnjum via Swarte Singel of via de kastanjelaan achterin linksaf (Aldlânsdyk). Op fietsknooppunt 1 de brug over. Einde fietspad rechtsaf naar Jelsum, Dekema State. Na rondje door tuin via hoofdingang rechtsaf terug naar Koarnjum. Sla niet de fraaie fruitboomgaard van Dekema State over.

De tuinen van Martenastate en Dekema State zijn in deze periode gratis toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang: martenastate.nl, dekemastate.nl.

Andere hotspots in het land voor stinzenplanten zijn: Kasteel Hackfort, de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen, de buitenplaatsen Westhove en Coendersborg en Iwema Steenhuis. Na de coronabeperking is in historisch centrum Tresoar in Leeuwarden de expositie ‘Friese schatten in het groen – staten en stinzenplanten’ te bezoeken. Zie ook op: tresoar.nl

Onlangs is het vernieuwde boek ‘Stinzenplanten in Fryslân – Een voorjaarsfeest in het historisch groen’ verschenen.

Voor Het mooiste Nederland probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden