Duurzame 100 Nieuw leven

Struikroven, voor de sloper komt

Vincent Wittenberg en Bernice Kamphuis. Beeld Patrick Post

Bij de sloop van een woonwijk gaat doorgaans de pletwals over al het groen. De Eindhovense ‘struikrovers’ willen dat voorkomen door planten een nieuw leven te geven. Ze prijken op nummer 12 in de Duurzame 100.

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is gluurt Bernice Kamphuis (34) door het kraaknette raam van een leegstaand huis van een woonblok in de Eindhovense Bloemenbuurt. Haar blonde haren op schouderlengte rusten op haar pluizige groene woltrui. Samen met Vincent Wittenberg (38) staat ze op de oneffen stoep van de drukke Leostraat waar een blok oude huisjes begin volgend jaar tegen de grond gaat. Een bloeiende braamstruik siert de bescheiden achtertuin van de woning waar ze voorstaan. Die hebben ze op het oog.

Groen dat doorgaans met zo’n sloop verloren gaat, redden ze met het collectief Struikrovers van vernietiging. Toen Kamphuis in de plaatselijke krant las dat 36 huizen uit de buurt zouden worden gesloopt, wilde ze snel handelen. Met Wittenberg is ze op verkenningsronde om uit te zoeken welke planten uit de tuinen kunnen worden geschept om een nieuw leven te geven. “Er is altijd iets te redden. Echt altijd. Of het nu een rozenstruik is of die hele mooie klimplant daar in de hoek. We zouden zo een tuincentrum kunnen beginnen.”

Haar woning was in 2014 een van de laatste om overeind te blijven in de vooroorlogse buurt Hemelrijken, waar een hele wijk tegen de grond moest. Vanaf haar bank wierp Kamphuis nog een laatste blik op haar eigen tuin. Ze keek naar de stukjes groen waar talloze herinneringen in schuilden. De gedachte dat die en honderden andere tuinen een dag later zouden worden platgewalst kon ze niet verkroppen. “Létterlijk slopen ze het groen met een pletwals. Het gaat er ontzettend lomp aan toe. Toen begon het bij mij te dagen.”

Een prikkelende nam

Het kwam heel natuurlijk, spontaan, de manier waarop een wijkbewoner uit Woensel-West het woord struikroven introduceerde voor het redden van planten na de sloop. Wittenberg: “Een prikkelende naam, he?” Een naam die nieuwsgierigheid opwekt is gunstig als de hele buurt moet worden gemobiliseerd. Want, zegt Kamphuis: “De buurtbewoners moeten het gaan doen.”

Beeld Patrick Post

Via sociale media, flyers en huis-aan-huisbezoeken wordt de buurt warm gemaakt voor een partijtje ‘struikroven’. Doorgaans is een dertigtal wijkbewoners nodig om de hele operatie uit te voeren. Er worden kruiwagens, bakken en schoppen geregeld. “Nadien stallen we de planten uit, als op een rommelmarkt, zodat mensen iets kunnen claimen. En vervolgens zetten ze dat voor hun eigen stoep of deur neer.”

Wittenberg – baardje, houthakkersblouse – verstelt zijn rode honkbalpet terwijl hij verder vertelt. “Struikroven is een ongedwongen manier om samen een avontuur te beleven. Je gaat samen planten redden. Dat verbindt. En ook het scheppen, sjouwen, zweten en daarna soep eten en bier drinken doen we samen.”

Van nature houden mensen best wel van groen, zegt Kamphuis. “Alleen moeten ze eraan worden herinnerd. Zodra mensen door hebben wat er met de planten en bomen uit sloopgebieden gebeurt, vinden ze ons initiatief logisch. Ze slaan zich tegen het hoofd als ze van het idee horen. Túúrlijk moeten we dat doen, klinkt het dan.”

Op de tippen van hun tenen

De twee slaan een smal steegje in, tussen erfafscheidingen van morsige betonplaten. Aan beide zijden is de begroeiing ongemoeid gelaten. Als nieuwsgierige buurtkinderen turen ze op de tippen van hun tenen over de rand van het tuinhek heen.

“Hier verdwijnt straks heel veel groen”, zegt Wittenberg. “Die hoeveelheid willen we op peil houden. Of het nu in de nieuwe tuinen of in de openbare ruimte komt te staan, doel is om de planten een nieuwe plek in de buurt te geven. Zodat de natuur toch een beetje van iedereen blijft.”

Beeld Patrick Post

Kamphuis verwijst naar een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2003 verdween binnen de Ring van Amsterdam drie vierkante kilometer groen door verstedelijking. Het equivalent van zeshonderd voetbalvelden. “Dat groen krijg je zelden of nooit terug. En als er natuur bijkomt, zijn het minutieus afgemeten perkjes of haagjes. Terwijl dat weelderige juist heel kostbaar is. We willen het altijd netjes houden, maar nette natuur is geen natuur.”

Meer dan die planten alleen

Toen het duo zijn plannen ontvouwde bij een woningcorporatie suggereerde die een makkelijkere uitweg. Of ze niet gewoon nieuwe planten konden kopen? Een onbevredigende reactie, waardoor Wittenberg nog steeds een gevoel van frustratie bekruipt. “Het is méér dan die planten alleen. De activiteit zelf is even belangrijk. Een wijk die de handen ineenslaat zorgt voor elektriciteit in de buurt. Het is iets heel bijzonders. Dat begrijpen veel bedrijven niet.”

Woningcorporaties houden er een houding van moordende efficiëntie op na, zegt Kamphuis. “Ze willen zo snel mogelijk beginnen met bouwen. Zodra de bewoners verhuisd zijn, is het menselijke eruit.”

Haar hand gaat langs de gammele bakstenen die de muur van een oude woning voorstellen. “Al deze stenen worden uitgesorteerd en in bakken gelegd. Hout wordt gesloopt en krijgt een nieuwe functie. Er wordt zó veel aandacht besteed aan circulair bouwen en hergebruiken van materiaal in de bouwwereld. Waarom gebeurt niet hetzelfde met het groen?”

Onder woningcorporaties merken de twee weinig animo om hun methoden te veranderen. Daarom moeten de ‘struikrovers’ een voet tussen de deur houden. Wat wij willen verwezenlijken wordt vaak gezien als ‘gedoe’, zegt Wittenberg. “Vanuit hun perspectief bemoeilijken we het sloopproces.”

Vogels en bijen

Langzaam knielend kijkt Kamphuis naar een tuinplant die ze niet meteen kan thuisbrengen. Met een verplegende blik neemt ze de struik in zich op. “Dit groen is van onschatbare waarde voor deze buurt. Daarom is wat we doen niet alleen goed, het is ook gewoon slim. De vogels, de bijen, als dit verdwijnt, komen zij ook niet terug. Het is hun lifeline, hun voeding.”

Beeld Patrick Post

Ze inspecteert de omvangrijke, lijvige stam van een sierlijke vijgenboom. “Heb jij enig idee hoe oud de meeste van deze bomen en struiken zijn? Die ouderdom maakt hen des te waardevoller voor de omgeving. Dit ecosysteem staat hier al zo lang, het is volwassen en er is onvoorstelbaar veel variatie. Zonde als dit verdwijnt.”

De natuur heeft een bepaald ritme, een eigen tempo, zegt Wittenberg. “We beseffen niet dat zo’n sloop de biodiversiteit op dramatische manier aantast.”

Hun beider baan – Wittenberg is sociaal ontwerper en Kamphuis sociaal werker – draagt eraan bij dat de menselijke aspecten aan het werk voor het Struikroverscollectief, zoals verbindingen leggen in de buurt, als heel natuurlijk aanvoelt. Wittenberg: “Dat maakt het zo succesvol. Want vergis je niet, struikroven is vaak een begin van zo veel meer.”

Kamphuis: “Sinds ik ben gaan struikroven, voelt de stad aan als een dorp. Ik herken mijn buren als ik door mijn straat fiets. Mensen krijgen een gezicht. Je leert van elkaar. Daardoor voel ik me veiliger, meer bij een geheel horen, en ja, ook gelukkiger.” 

Lees alles over de Duurzame 100 op Trouw.nl/Duurzame 100

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden