Reportage Recycling

‘Strenger afvalbeleid van gemeenten wentelt zich af op onze kledingbakken’

Inhoud van vrachtwagen bij het verwerkingsbedrijf in Utrecht bij de ingang van de verwerkingshal. Beeld Maarten Hartman.

De stichting Sympany wil fraai oud textiel een nieuwe bestemming geven, om Nederland circulair te maken. Maar de praktijk is heel anders. Kledingbakken raken gevuld met vuil en vodden. 

Strijkijzers, bierflesjes, telefoonopladers, volle babyluiers, stekkerdozen. En pizzadozen, veel pizzadozen. Je hoeft er niet met je neus bovenop te gaan staan om het afval te zien dat eigenlijk niet thuishoort in de loods voor textielinzameling. Je kunt sowieso beter je neus op non actief zetten hier. Er hangt een geur van rotting, die doordringt tot in de kantoortjes boven de loods, waar Sympany de inhoud van kledingcontainers uit de wijde omgeving met vuilniswagens naartoe brengt om te sorteren. “Wil je een mondkapje?”, biedt directeur Erica van Doorn van de stichting vriendelijk aan. Ze zijn er duidelijk aan gewend hier.

“Je kunt het zo gek niet verzinnen of we vinden het hier”, zegt Van Doorn. Het droefste geval was een dode hond. Dat is een bizar unicum. Maar de dump van verfblikken, elektronische apparaten en vuile luiers is een oprukkende trend, aldus Sympany. In de loods van het bedrijf, op een Utrechts industrieterrein, staan metalen kooien vol met apparaten. Grote containers staat er speciaal om het huishoudelijk en chemisch afval in te stoppen. Dat gaat met ladingen van heftrucks, zo veel is het.

Legen van container in vrachtwagen. Beeld Maarten Hartman.

“Vandaag valt het eigenlijk nog mee”, zegt medewerker Liesbeth Werner. Met en grote bezem veegt ze rondslingerend afval bijeen. Ze trekt een vies gezicht. “Vrijdag was het pas erg. Ik werd echt misselijk.”

Werner (kleurig shirt, grote oorbellen) werkt al bijna 15 jaar in de textielinzameling, en sinds 2015 bij Sympany. “Vroeger vond je ook wel eens een zak met huisvuil. Maar de laatste paar jaar is het niet meer normaal.” Alle inzamelorganisaties kampen ermee, zegt de koepel Vereniging Herwinning Textiel (VHT). De organisatie ziet een direct verband met het strengere afvalbeleid dat gemeenten erop nahouden. Die willen afval van huizen liefst keurig gescheiden binnenkrijgen, in losse bakken. Bewuste omgang met afval door burgers moet het gemiddelde volume huisvuil op termijn verlagen, van 250 kilo naar 100 kilo restafval per inwoner.

Verrot

Nederlanders krijgen de smaak voorzichtig te pakken, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige maand. Weliswaar daalt de totale hoeveelheid afval per huishouden nauwelijks, maar het netjes gescheiden inleveren neemt toe. “Maar het strengere afvalbeleid van gemeenten wentelt zich deels af op onze kledingbakken”, zegt directeur Van Doorn, terwijl ze door de Sympany-loods loopt. Een vrachtwagen daar zit gelukkig wel al bijna vol met witte balen. Dat is bruikbare kleding, die op weg gaat naar charitatieve winkels van Humana, voor tweedehands doorverkoop. “Maar een deel is verpest, door smerige derrie.” Nat textiel gaat rotten en komt zélfs niet meer in aanmerking voor recycling tot isolatiemateriaal of poetslappen. Sympany ziet zich genoodzaakt om vervuild textiel als afval af te voeren naar de huisvuilcentrales.

Vuilniszak met etensresten aangetroffen tussen de ingezamelde kleding. Beeld Maarten Hartman.

“Zó zonde”, zucht Van Doorn. Maar wel verklaarbaar. “Ik woon zelf in Abcoude. Als je als burger iets wil weggooien, loop je bij het afvalstation in de buurt tegenwoordig tegen gesloten containers aan. Je hebt overal pasjes voor nodig. Maar alleen die grote textielbak van ons, met een groot open luik, is vrij toegankelijk. Tja, als er iemand is die effe van dat verfblik af wil…” De meeste kleding in de bakken zit wel in vuilniszakken. Maar vaak zitten die niet goed dicht, zegt Van Doorn. “Of het is een zak van goedkope kwaliteit. Je kijkt ernaar en hij scheurt al open.” Dus: één enkele lakse of onoplettende burger kan maar zo de volledige inhoud van textielbakken verpesten, zegt Van Doorn. Ze wil er liever niet aan dat ook de kledingbakken, als schakel van hergebruik en circulariteit, op slot moeten. “De drempel voor het inleveren van textiel moet zo laag mogelijk zijn.”

De Vereniging Herwinning Textiel heeft mogelijke oplossingen in gedachten. Misschien kan een andere vorm kledingbak de afvaldump beperken, denken de inzamelaars. Als gemeenten de inleverstations niet ondergronds inbouwen maar op straat zetten kan dat al een drempel opwerpen voor dump, denkt de VHT. Mensen ervaren dan eerder dat ze afval lozen dan wanneer ze het onder straatniveau wegmoffelen, aldus een woordvoerder van Reshare, de textielinzamelaar van het Leger des Heils. Betere informatie aan consumenten, over de waarde van gedoneerde kleding, kan volgens de VHT ook helpen. Ondertussen kijken de goededoelenorganisaties ook wat ze zelf kunnen doen. Zo onderzoekt Sympany de eerste prototypes van kledingbakken met slimme sensoren, zegt Van Doorn. Die kunnen een alarmsignaal geven als er nattigheid of andere schadelijke voorwerpen in belanden. “Slimme techniek vergt wel hoge investeringen”, zegt ze.

Fast fashion

En investeren zal moeilijk worden, want volgens de kledinginzamelaars staan ze onder hoge financiële druk. Om van vuilnisstromen af te komen, moeten ze zelf betalen aan afvalverwerkers. Dat zet het verdienmodel, waarmee de inzamelaars personeel en transport financieren, onder druk. “Daarnaast hebben we het probleem van fast fasion”, zegt Van Doorn. Dat is spotgoedkope kleding van grote modeketens. Die valt niet opnieuw te verkopen. Hooguit is het te recyclen tot isolatiemateriaal of poetsdoeken, zegt Van Doorn. “De kwaliteit van kleding is zo laag geworden in onze maatschappij”, zucht ze. “Dat moet veranderen, om Nederland in 2050 circulair te maken.”

Voor ze directeur werd bij Sympany werkte Van Doorn bijna tien jaar bij Fair Wear, een stichting voor eerlijke kleding . “Ik heb wereldwijd veel ateliers gezien, waar voortdurend nieuwe kleding wordt gemaakt. Zonder recycling zijn we echt bezig de aarde uit te putten.” Van Doorn verlangt terug naar de tijd waarin kledingbedrijven elk seizoen een nieuwe collectie aanboden. Tegenwoordig hangt er elke maand wel weer wat nieuws in de rekken.

Sorteren van ingezamelde kleding. Beeld Maarten Hartman.

“Het is niet bij te houden.” De huidige kledingconsumptie is in de toekomst niet houdbaar, zegt ze. De aanslag op grondstoffen en landgebruik is te hoog. Een positief signaal vindt Van Doorn dat vintage winkels populair zijn. Tweedehands kledingzaken zijn bij jongeren in trek. Wie er hip bij wil lopen kan zeker met kleding uit de jaren zestig en zeventig voor de dag komen. Een herwaardering voor kwaliteit, die lang meegaat, sluit de directeur zeker niet uit. Ondanks de problemen van fast fashion ontdekt de kledingsector het belang van duurzaamheid. “Dus wie weet lopen we straks allemaal in prachtige outfits, gemaakt van algen of champignons.”

Geen winstoogmerk

Zo’n dagdroom is een mooie onderbreking van de vervuiling waar Van Doorn het dagelijks mee te stellen heeft, in de Utrechtse kledingloods van Sympany. In samenwerking met Reshare en andere kleinere inzamelaars van de VHT wil ze oplossingen vinden. Deze week rijden twee onderzoekers mee naar alle textielbakken in het land, om in kaart te brengen welke afvalproblemen daar spelen.

Met de gemeenten, die allemaal een eigen afvalbeleid voeren, moet ze om de tafel. In langjarige contracten ligt vast dat textielinzamelaars geld betalen aan gemeenten, per kilo. “Met het idee dat doorverkoop zonder winstoogmerk onze bezigheden bekostigt.” Door de vervuiling en waardeloze wegwerpkleding gaat dat niet meer, zeggen alle leden van de koepel. “Ik ben ervan overtuigd dat we naar een situatie moeten waar wij geen vergoeding meer aan gemeenten betalen. Daarvoor moeten we contracten openbreken.”

In het kantoor van Sympany staan sierlijke beeldhouwwerken, onmiskenbaar Afrikaans. Aan de muren hangen grote foto’s van ontwikkelingsprojecten. Van oudsher steekt de stichting een deel van de winst in ontwikkelingsprojecten. Dat gaan we nu afbouwen, zegt Van Doorn.

Nog meer troep die tussen de kleding is uitgehaald. Beeld Maarten Hartman.

In plaats daarvan wil ze, als er opbrengsten zijn, investeren in een circulaire textielketen. “Die koers hebben wij nu bepaald. Want anders komt het moment dat we hier over een paar jaar het licht uit kunnen doen.” De kledinginzamelaars vragen de landelijke en gemeentelijke overheid vandaag in een brandbrief om hulp. Ze vragen niet om geld of subsidie. Maar wel om afvalbeleid dat vervuiling en de verkoop van wegwerpkleding tegengaat.

De volgende vrachtwagen met zakken komt er al aanrijden. Elke dag komen er een paar ladingen binnen. De hele inhoud gaat met een lopende band omhoog. Daar vindt de eerste controle plaats.

Medewerkers kunnen zakken waar geen textiel maar huisvuil inzit direct verwijderen. Een controlemedewerker ritst elke zak open met een klein mesje. Ja hoor, het is snel raak: een lap rauwe kipfilet.

Lees ook:

De kledingbakken van goede doelen zitten vol met huisvuil

Inzamelbakken voor oude kleding worden steeds vaker gebruikt als dumpplek voor vuilnis. Goede doelen raken erdoor in de financiële problemen.

We produceren evenveel afval, maar we scheiden het beter

Nederlanders scheiden hun afval beter. De vuilnisberg blijft wel gelijk, bleek uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2018.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden