Storten de ijskliffen van Antarctica in?

Gletjer Thwaites op Antarctica. Beeld EPA

De zeespiegel zal deze eeuw niet zo dramatisch stijgen als eerder voorspeld, melden onderzoekers in Nature. Die conclusie kunnen ze niet trekken, reageert een Nederlandse deskundige. Een wetenschappelijk debat in de aanloop naar een nieuw klimaatrapport.

 De kwestie werd als een hete aardappel doorgeschoven. In zijn laatste rapportage, in 2014, nam het IPCC, het klimaatbureau van de Verenigde Naties, in zijn berekeningen voor de zeespiegelstijging alleen de uitzetting van het oceaanwater mee en het smeltwater van de gletsjers en ijskappen. Afhankelijk van de inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te beperken zouden de zeeën aan het eind van de eeuw 26 à 82 centimeter hoger staan.

Daar zat het afkalven van de ijskappen op Groenland en Antarctica niet bij. Doordat het oceaanwater opwarmt, smelten de ijsplaten voor de kust. Daardoor verliezen de gletsjers tegendruk en glijden ze sneller in zee. Hoe belangrijk al die ijsbergen zijn voor de zeespiegelstijging was in 2014 nog moeilijk in modellen te gieten. Reden voor het IPCC om die bijdrage niet mee te nemen. De voorspelde zeespiegelstijging is dus een onderschatting, constateerde het rapport.

Steile ijswand

Sindsdien is er veel werk verzet om dat afkalven te meten, te modelleren en te voorspellen. In 2016 gooiden twee Amerikaanse aardwetenschappers een flinke steen in de vijver. Het is nog veel erger, schreven Rob DeConto en David Pollard in het vakblad Nature. Als gletsjers afbreken, blijft er vaak een steile ijswand achter. Zo’n klif is niet stabiel en zal instorten. Dat proces zal de bijdrage van Antarctica flink vergroten, schreven DeConto en Pollard. Misschien wel een meter extra aan het eind van de eeuw en zelfs vijftien meter erbij in 2500. Dat was andere koek dan de paar centimeter die het IPCC aan smeltend Antarctisch ijs toeschreef.

De twee baseerden hun verhaal op reconstructies uit het verleden. 130.000 jaar geleden, kort voor het begin van de laatste ijstijd, stonden de zeeën zes tot negen meter hoger dan vandaag – bij een lagere CO2-concentratie. En drie miljoen jaar geleden, toen de CO2 op het huidige niveau zat, was het zelfs tien tot dertig meter meer. Ze bouwden een model van de ijskap in warme omstandigheden, lieten dat 64 keer draaien en concludeerden dat ze de hoge waterstanden alleen konden verklaren met de instortende kliffen. En dat het waarschijnlijk was dat dat deze eeuw weer zou gebeuren.

Statistische molen

Een studie die gisteren in Nature verscheen, nuanceert dat beeld. Aardwetenschappers van het King’s College in Londen hebben de studie van DeConto en Pollard door de statistische molen gehaald. Zo genereren ze veel meer uitkomsten voor het model en dat haalt, volgens de Britten, de oude conclusie onderuit.

Het hoeft niet zo te zijn dat de kliffen destijds zijn ingestort, schrijft hoofdauteur Tamsin Edwards. Zonder dat proces is de bijdrage van Antarctica aan de zeespiegelstijging waarschijnlijk een centimeter of vijftien aan het einde van de eeuw. Maar zelfs als zij de kliffen een rol toebedeelt, is het in haar berekeningen onwaarschijnlijk dat de bijdrage meer is dan een halve meter.

Michiel van den Broeke Beeld x

‘Nieuw klimaatmodel voorspelt minder zeespiegelstijging’, kopt het persbericht dat het King’s College heeft rondgestuurd. Maar dat kan niet de boodschap zijn, reageert Michiel van den Broeke, hoogleraar polaire meteorologie aan de Universiteit Utrecht. “De studie is niet gebaseerd op een nieuw fysisch model voor ijskappen, het is een puur statistische exercitie rond het oude model. Ze hebben alleen bestudeerd wat de reikwijdte is van de onzekerheden in het oude onderzoek. Het is dus niet meer dan het voortschrijdend inzicht dat die kliffen niet nodig zijn.”

Littekens in de zeebodem

Het debat is zeker niet beslecht, vervolgt hij. “Vooropgesteld, we hebben dat proces nog nooit direct waargenomen. Maar twee jaar geleden verscheen een studie dat op de bodem van de oceanen diepe voren zijn aangetroffen. Dat lijken littekens van de enorme ijsbergen die ooit zijn afgebroken. En ik weet dat DeConto en Pollard een verbeterde versie van hun studie in de maak hebben.”

Ook Edwards erkent dat de kwestie nog niet is afgerond. ‘De jury is nog in beraad’, schrijft zij. Komend najaar komt een nieuw IPCC-rapport uit, over de rol van de oceanen en de ijskappen. “Ook daar zal het definitieve antwoord niet in staan”, zegt Van den Broeke. “Het is ingewikkelde materie. Het gedrag van de ijskappen en de reactie van de oceanen is lastig te meten. Het is lastig te modelleren en lastig te voorspellen.”

Let wel, zegt hij, het gaat om de extremere scenario’s. Als de opwarming beperkt blijft tot twee graden, zal de voorspelde zeespiegelstijging niet hoeven worden bijgesteld. Dan blijft het deze eeuw bij de verwachte 40 centimeter (26 cm plus ongeveer 15 cm voor het afkalven).

Maar als de uitstoot van CO2 op gelijke voet blijft doorgaan, en de aarde een graad of vier opwarmt, dan wel is die bijstelling wel nodig. “Maar zo heftig als de meter extra van DeConto en Pollard zal het ook niet zijn.”

IJs-oceaanmodel voorspelt extreem weer

Een tweede studie in Nature, van dezelfde auteurs, probeert de gevolgen in kaart te brengen van de smeltende ijskappen op het gedrag van de oceanen en de invloed daarvan op het klimaat. In die modelstudie stroomt er veel koud zoetwater de oceanen in, wat als een soort deksel op het opgewarmde oceaanwater gaat liggen. Daardoor kunnen de oceanen hun warmte niet goed kwijt.

Op het Noordelijk Halfrond leidt dat tot een verzwakking van de warme golfstroom, terwijl aan de andere kant van de wereld Antarctica sneller zal smelten. Bovendien zal door het smelten van het zee-ijs de wereldtemperatuur meer schommelingen vertonen. Een grotere kans op extreem weer, derhalve.

De studie geeft goed aan wat we kunnen en wat nog niet, zegt Michiel van den Broeke. “Het is op zich knap dat ze een model voor smeltende ijskappen hebben gecombineerd met het gedrag van oceanen. Maar het is wel een heel simplistisch model. Bovendien hebben ze allerlei kunstgrepen uit moeten voeren om het passend te maken. We weten dat 50 procent van het smeltwater dat naar zee stroomt, onderweg opnieuw bevriest. Zij hebben daar om hun model kloppend te krijgen 10 procent van moeten maken. Dat is niet erg fysisch verantwoord meer.”

Lees ook:

Waarom het smelten van Antarctica niet meer te stoppen is

Antarctica verliest steeds sneller ijs. Verdween rond 2005 nog jaarlijks 73 miljard ton ijs in zee, sindsdien is het verlies verdrievoudigd naar 219 miljard ton per jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden