Stoepstaren en slapende paardenbloemen

De Dikke van Dale heeft nog nooit van stoepplanten gehoord, maar als het aan de Leidse Hortus botanicus ligt gaan we massaal stoepstaren. “De diversiteit van stoepplanten is enorm en verandert doorlopend. Plantjes die niets lijken, maar met zijn alle een enorme bijdrage even aan de klimaatbestendigheid van de stad, de CO2-opslag en de biodiversiteit. Bovendien brengen ze de natuur tot aan de voordeur.”

Stadsflora

Staar eens naar een stoep, het levert je veel op zegt deze hortusdirecteur

Stoepstaren en slapende paardenbloemenDe Dikke van Dale heeft nog nooit van stoepplanten gehoord, maar als het aan de Leidse Hortus botanicus ligt gaan we massaal stoepstaren. “De diversiteit van stoepplanten is enorm en verandert doorlopend. Plantjes die niets lijken, maar met zijn alle een enorme bijdrage even aan de klimaatbestendigheid van de stad, de CO2-opslag en de biodiversiteit. Bovendien brengen ze de natuur tot aan de voordeur.”Beeld x

Veel mensen lijden aan ‘plantenblindheid’. Een beetje stoepstaren doet al veel goeds en een paardenbloem is interessanter dan je denkt.

Monica Wesseling

Het is nog ver voor openingstijd als prefect Paul Kessler van de Hortus botanicus Leiden zich buigt over een plateautje met klinkertjes, weelderig begroeid met allerlei planten. “Herderstasje, oxalys, Canadese fijnstraal en kijk, hier zelfs munt. Prima eetbaar.” Kauwend op drie blaadjes loopt de prefect naar een volgend plateau. Hij wijst, slikt en verhaalt dan over het stoepplantenproject. Stoepplanten bestonden nog niet; het is een term die de hortus zelf heeft bedacht. De definitie is simpel: alles wat tussen tegels en klinkers groeit. Een ruime definitie. In totaal kunnen wel 700 plantensoorten tot ‘stoepplant’ gebombardeerd worden maar ‘slechts‘ 200 daarvan zijn geregeld te zien. Kessler: “Stoepplanten zijn, zeg maar, planten die veel mensen als onkruid definiëren en proberen uit te roeien”.

Die negatieve houding was voor de hortus een van de redenen om de stoepplant ‘uit te vinden’. De ecologische waarde van de straatvegetatie is groot, zo voert Kessler aan. Bijen, zweefvliegen en vlinders vinden er voedsel en voeden daarmee de dieren hoger in de voedselketen. “Planten vormen de basis van het leven.”

null Beeld

Ruikend aan kamille, wijzend op een uitbundig bloeiende muurleeuwenbek en blazend op een uitgebloeide paardenbloem vervolgt hij zijn loftuitingen. Hij rept over de significante verlaging van de temperatuur in de stad, het bergen van overtollige regen en het verkleinen van de klimaatverandering.

Vernuftige aanpassingen in de stad

Een mooi en bevlogen relaas, maar het klinkt nogal overdreven. Want zelfs al stoppen gemeenten met onkruid wieden en staan ook burgers onbedoeld groen toe, dan nòg. Wat stellen die paar pietepeuterige plantjes nou helemaal voor?

“Nee, inderdaad. Eén stoep doet er weinig toe, een straat, tuin of wijk evenmin, maar als je alleen al in de gemeente Leiden alle stoepplanten bij elkaar zou optellen kom je algauw aan een aardig natuurgebied.”

Niet alleen de diversiteit, ook de vernuftige aanpassingen in de ‘vijandige’ stad dragen bij aan het grote enthousiasme van de prefect. De stedelijke omgeving is heet en vaak gortdroog. “Paardenbloemen hebben daarom een penwortel, Canadese fijnstraal haren op de bladeren die de verdamping verkleinen.” Vroegeling verschijnt vroeg in het voorjaar en rondt binnen twee weken zijn hele cyclus af.

Vergeefs zoeken naar welriekende nachtorchis

Omdat het zuiden van het land warmer is dan het noorden komen er daar meer ‘mediterrane’ soorten voor waaronder ronde ooievaarsbek. Rotterdam heeft een haven en ook die zorgt voor de aanvoer van vreemd groen. Zo werd onlangs struikwinde aangetroffen; een zuidelijke soort, per schip aangevoerd.

Stad en ommeland kennen verschillende begroeiing, zo blijkt uit een eerste onderzoek door een groepje Leidse studenten. De gehoornde klaver, kransmuur en muurfijnstraal die je in de stad Leiden vindt, zul je nooit in de polder aantreffen en omgekeerd kun je in de stad vergeefs zoeken naar welriekende nachtorchis of blaasjeskruid.

null Beeld

Wijkverschillen zijn er ook onder meer omdat de gemeenten, om de toeristen te plezieren, in het centrum stoepplanten fanatieker bestrijdt dan in de buitenwijken. In centrum Leiden groeit wel gehoornde klaverzuring en hertshoornweegbree, maar niet de hoog opschietende melkdistel of Canadese fijnstraal die je in de periferie wel aantreft.

Slenterend langs varkensgras, zuring en geranium wordt Kesslers verhaal almaar boeiender. “Per meter kan de vegetatie al sterk verschillen. Een plassende of poepende hond veroorzaakt mest. Brandnetel tiert op zo’n plek welig.”

null Beeld

Enthousiasme bij de prefect, maar waarom maakt de Hortus botanicus, toch een levend museum van tropische planten, de Clusiustuin en een stokoude gingo, zich druk om zoiets triviaals als stoepplanten? “Heel veel mensen lijden aan een enorme plantenblindheid, daar proberen we hiermee iets aan te doen.“

Het hoofd gaat omlaag, de leesbril komt tevoorschijn; een enkele millimeter grote spriet wordt op naam gebracht. De Hortus wil de verspreiding van stoepplanten in kaart brengen en heeft daarvoor een citizen-scienceproject opgezet. (Zie www.stoepplantjes.nl. Een herkenningsposter met 52 stoepplanten is te downloaden.) Sinds kort is er elke tweede zondag van de maand een stoepplantenconsulent in de hortus. Voor het bekijken van de klinkerplateautjes is knielen niet nodig; ze liggen op een halve meter boven de grond.

Wanneer slapen paardenbloemen?

Slapen paardenbloemen in de stad korter of juist langer dan die op het platteland? Wat is de invloed van omringende planten; is er slaap-evolutie? Paardenbloemen. Ze bloeien of ze bloeien niet. Het ene moment een stralend geel bloemhoofdje; het volgende een pluizenbol.

Zo simpel ligt het echter niet. Want als je een bloeiende paardenbloem een paar keer op dag één en ook op dag twee bekijkt, dan valt op dat gedurende de dag de paardenbloem een paar uur open staat en vervolgens sluit. Paardenbloemen kennen bloemenslaap: een plant bloeit een aantal uren om dan – lang voor het donker is – te sluiten.

Een ingenieus systeem. Binnen een plantengemeenschap – een groep planten die vaak samen op een bepaalde plek voorkomen – stemmen de bloemen hun slaap op elkaar af. Door niet allemaal op dezelfde uren te bloeien, vergroten ze elk de kans op insectenbezoek.

In de stad zijn meer exoten

“We weten dat het zo is, maar de vraag is nu in hoeverre er een verschil is tussen de slaap van paardenbloemen in de stad en die op het platteland. En als dat zo is, is er dan sprake van evolutie?”, begint Barbara Gravendeel, hoogleraar plantenevolutie aan de Radboud Universiteit haar uiteenzetting.

Een verschil lijkt niet onlogisch. Niet alleen zijn de groeiomstandigheden in de stad wezenlijk anders dan erbuiten, maar bovendien komen er veel meer exoten voor. De meeste exoten zijn uit het zuiden afkomstig en gedijen daarom goed in de stad. De hogere temperaturen laten ook de insecten niet onberoerd. Roy Kleukers, entomoloog en directeur van EIS Kenniscentrum Insecten: “Het is nooit onderzocht, maar het lijkt niet onlogisch dat de insecten door de hogere temperatuur in het stedelijk gebied per dag meer uren actief zijn. De stad is bovendien insectenrijker dan het overbemeste, monotone en ecologisch totaal verarmde platteland. Zowel in aantal individuen als in aantal soorten.”

De wereld rondom de paardenbloem verandert, maar verandert de paardenbloem zelf ook? Evolueert de plant; ontstaan er zelfs nieuwe soorten? Geïnteresseerd als ze is in de evolutie van planten, roept ook Gravendeel de hulp in van studenten en burgers. De lockdown ten spijt hebben studenten de afgelopen maanden de slaap van enkele paardenbloemen in en rond Nijmegen en Leiden onderzocht. Van significante verschillen is tot nu toe niets gebleken. Volgend jaar volgt een tweede opname.

Als burgers zich toch buigen over de stoepvegetatie, dan vraagt Gravendeel ze óók de paardenbloemenslaap door te geven. De paardenbloemen in bermen, graslanden en andere groenstukken in en buiten de stad tellen natuurlijk ook mee. Twee keer per dag kijken, twee dagen achtereen.

Meer informatie: www.naturalis.nl/wetenschap/paardenbloem

Lees ook:

Bijzondere planten spotten? Tussen de stoeptegels zit meer dan je denkt

Bijzondere plantensoorten staan niet alleen in natuurgebieden, maar verrassend vaak als onkruid tussen de straatstenen. De doorsnee stedeling begint deze ‘gewildgroei’ steeds meer te waarderen, merkt Ton Denters, schrijver van de nieuwe Stadsflora van de lage landen.

‘De stad heeft wilde planten nodig’

Het is tijd voor een plantsoenrevolutie, vinden sociaal ontwerpers Vincent Wittenberg en Bennie Meek. Met hun project Gewildgroei wil het tweetal onkruid uit het verdomhoekje halen. ‘Stop met schoffelen en plaveien en geef spontane vegetatie de ruimte!’, is hun credo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden