null

WandelenLeusden

Spoorzoeken langs de Kersenlijn

Beeld Monica Wesseling

Zomaar een stootblok en ijzeren palen plompverloren in een berm. Op zoek naar de relicten van een rijk spoorverleden, speuren naar lijnen van weleer.

Nederland telt 27 verdwenen lijnen met in totaal zo’n 1000 kilometer spoor. Vooral de lokale lijntjes werden opgeheven. Maar ook de ‘Kersenlijn’ tussen Amersfoort en Kesteren, ooit onderdeel van een internationale hoofdspoorlijn. We wandelen langs een klein deel daarvan, van Leusden naar Woudenberg. Over dijk, duiker en drek samen met Victor Lansink, een van de schrijvers van de Atlas van verdwenen spoorlijnen in Nederland. De Kersenlijn is zijn favoriet. “Nergens zijn nog zoveel zichtbare restanten te vinden.”

De eerste plannen voor een spoorlijn door Nederland ontstonden kort na 1830. De eerste spoorlijn was die tussen Amsterdam en Haarlem. Die was in 1839 klaar, vertelt Lansink, werkzaam als beheerder historisch beeldmateriaal bij Het Utrechts Archief en gespecialiseerd in spoorwegarchitectuur. In 1839 werd het eerste deel van de Rijnspoorweg geopend, die lijn werd in 1856 voltooid. Doel hiervan was om Amsterdam per spoor te verbinden met het Duitse achterland als alternatief voor de scheepvaart over de Rijn. De lijn liep vertraging op door verdeelde politici en een machtige havenlobby.

Verdachte dijken

De Kersenlijn dateert van 1886. “Het is een kaarsrecht traject met een kilometerslange flauwe helling om hoogte te maken voor de kruising van de Rijnspoorweg”, vertelt de spoorkenner terwijl we een met grind doorspekt zandpad oplopen, onderdeel van de voormalige Kersenlijn. Links en rechts ‘diepte’; net als nu lag het spoor ook toen altijd op een opgeworpen dijk. “Aan grind en ‘verdachte’ dijken kun je voormalige spoorlijnen makkelijk herkennen.”

null Beeld

Goederenvervoer stond voorop, maar van meet af aan was ook het personenvervoer belangrijk. “De trein betekende in die tijd een enorme tijdwinst. In plaats van urenlang in een trekschuit nu in een uurtje van Amsterdam naar Utrecht”. Niet dat het helemaal simpel was. Zeker bij de interlokale lijnen lagen de stations soms tussen twee plaatsen, een verschijnsel dat we nu nog steeds kennen. Ede-Wageningen, Veenendaal-De Klomp, Driebergen-Zeist bijvoorbeeld.

Kersenlijntje

De Kersenlijn was een internationale, dubbelsporige hoofdspoorweg, werd in 1886 geopend en verloor in 1944 zijn doorgaande verbinding. De naam dankt de lijn aan de talloze westerlingen die in oorlogsjaren naar de Betuwe togen voor, ja wel, kersen.

“Nee, dan de echt lokale lijntjes die zo ongeveer bij elke boom stopten. En als een grootgrondbezitter land afstond voor de aanleg van een lijn, kwam er zelfs een privé-stationnetje mét de afspraak dat letterlijk elke trein er stopte ook al stapte er weken achtereen niemand in of uit. Nieuwersluis en Wolfheze bijvoorbeeld”, memoreert Lansink.

Wachterswoningen

De kleinschaligheid zorgde voor een enorm aantal gebouwen. En niet alleen stations. “Pakweg om de kilometer kwam er ook een wachterswoning. Het spoor werd goed in de gaten gehouden; de talloze spoorwegovergangen moesten worden bewaakt, de seinen bediend, het spoor onderhouden.” En dat blijkt. Onze relatief korte wandeling voert langs maar liefst zes wachterswoningen, alle keurig genummerd en in architectuur gelijk.

Het spoor floreerde. Tot 1930 toen de concurrentie van de vrachtwagen, de autobus en zelfs de fiets te groot werd. Halverwege de jaren dertig begon de afbraak, de onrendabele lijnen als Stiens-Harlingen, Winterswijk-Barlo en Zevenaar-Welle het eerst. Lijn na lijn verdween. Een deel van de rails ook. Zeker in de Tweede Wereldoorlog toen de Duitsers rails en bovenbouwmateriaal opeisten.

Gelukkig bleek de opruimwoede toen en later niet volkomen en dus zijn er nog allerlei spoorresten te vinden. Koud op weg, duikt Lansink al de spoorberm in om op een ijzeren staaf te wijzen; het restant van een afrastering. “Het originele prikkeldraad zit er zelfs nog aan”, roept hij opgetogen. Even verderop het eerste gebouwtje; wachtpost 44, tevens het voormalige stationnetje Leusden, te herkennen aan de uitbouw waarin ooit de kaartverkoop was. Steeds weer wijst Lansink op plompverloren ijzeren palen.

null Beeld

Neerlands opruimwoede was groot, maar liet toch – vermakelijke – restanten. Zoals de opgeheven spoorovergang, nu een kruising met een modderige koeienverbinding tussen wei en stal. Een geel spoorbordje waarschuwt; Gevaar voor aanrijding en elektrocutie!

Kwakende kikkers

De relicten zijn niet de enige geneugten op deze frisse lentedag. Dankzij het vermaledijde ‘groeizame weer’ is de natuur weelderiger dan ooit. De boomblaadjes pril en oogstrelend groen, fluitenkruid en meidoorn bloeiend en geurend en vanuit het struikgewas roepen zwartkop, merel en natuurlijk mezen. Van spitsuur is bovendien geen sprake; slechts één wandelaar te zien.

Plezant wordt heerlijk als het geluid van kwakende kikkers klinkt. De opgewonden wezens blijken te huizen in een poel op de plek waar ooit een wachtershuisje heeft gestaan.

Even verderop een stootblok op een enkel metertje spoor. Hoewel slechts ijzer toch wonderschoon, ook al dankzij de bloeiende brem rondom.

null Beeld

Maar helaas. De lieflijkheid stopt abrupt. We stuiten op een foeilelijk bedrijfsterrein. Het blijkt gebouwd op een voormalig spoorwegemplacement. Het is enorm, in tijden van oorlog moest hier razendsnel oorlogsmaterieel kunnen worden aangevoerd. De Grebbelinie lag maar een paar kilometer verderop. Het spoor natuurlijk veilig erachter.

Een omtrekkende beweging brengt weer geneugten. Midden op een braakliggend terrein staat een oud stationsgebouw: Woudenberg-Scherpenzeel. Mooi zoals vervallen kan zijn. Station én café Schimmel 1885. “Vroeger stond bij bijna elk station een koffiehuis.”

Bijna ongemerkt stijgen we enkele meters voor de kruising van de Rijnspoorweg. Speuren naar spoorsporen; puike aangelegenheid.

Route

Onze route volgt twee klompenpaden; Termatenpad en Schutpad. Ons startpunt: bushalte Karel van Ginkelstraat in Leusden. Daar in de berm meteen eerste wandelmarkering. Einde (8km) is bij de spoorlijn Utrecht- Arnhem. Vandaar 3,5 km teruglopen tot bushalte Spoorlaan Woudenberg (bij voormalige station) of een truc met twee auto’s uitvoeren.

V.M.Lansink en J.M. ten Broek
Atlas van de verdwenen spoorlijnen in Nederland
Uitgeverij WBooks € 34,95
Zie: www.railtrash.net

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden