Sophie Kiela in haar werkplaats.

Reportage Opgezette dieren

Sophie Kiela is Nederlands kampioen dieren prepareren

Sophie Kiela in haar werkplaats. Beeld Koen Verheijden

Gun uw ijsbeer, houtsnip, toerako, huiskat of konijn een tweede leven. Sophie Kiela, nationaal kampioen taxidermie, zet ze op. Voor thuisgebruik of  voor een interieurbeurs. 

Er ligt een vogel op z’n rug. Dood. Een flinke haal met een scalpel en het dier ligt open. Een hand stroopt de huid af en snijdt de nek en de opperarm- en staartbotten door. Even later ligt de goed doorbloede ‘binnenkant’ op de tafel als een kleine soepkip uit het koelvak.

De jonge vrouw die het scalpel hanteert, plukt nauwgezet met haar lange, zwartgelakte nagels de restanten vlees van het bijna kale vel, peutert met een pincet en wattenstok de hersenen uit de kop en schraapt de laatste plukjes vlees en veertjes van de snavel. Wat rest is een kippevel, een van een toerako (Afrikaanse loerie) om precies te zijn, maar wel een zonder inhoud.

“Tijd voor de looi”, zegt ze. Het slappe geval wordt ingesmeerd met een looimiddel. Er verschijnt een meetlint en alle mogelijke maten van het vleeshompje op de tafel worden gemeten. Met grote precisie begint ze te snijden in een blok schuim. Naast haar doorzeeft een man de kop van een muntjak met spelden, hij hangt een plastic zakje met twee slagtanden aan de kop. Die tanden moeten later in de kop.  

Sophie Kiela aan het werk met een toerako. Beeld Koen Verheijden

Nederlands allround kampioen prepareren

Dan komt het verhaal, van een vreemde eend in de wereld van de preparateurs. Het verhaal van Sophie Kiela, een van het handjevol vrouwelijke preparateurs in een mannenwereld en onlangs uitgeroepen tot Nederlands allround kampioen prepareren op de tweejaarlijkse wedstrijd van de Nederlandse Vereniging van Preparateurs.

Dertig jaar is ze, vol passie en fris ogend, zelfs in deze ruimte vol onttakelde dieren in alle soorten en maten. “Al sinds ik kan lopen, verzamel ik dode dieren, ik kookte met hulp van mijn vader al op mijn vijfde schedeltjes uit. Uiterlijk heeft me nooit kunnen interesseren, dode dieren wel. Ik houd van dieren, ik vind het zonde en niet respectvol om als ze dood zijn hun schoonheid zomaar te laten verdwijnen.” Kijkend naar haar lange kunstnagels: “Die zijn omdat ik nagelbijt. Die nagels zijn bovendien heel handig gereedschap.”

De eerste voorzichtige schreden werden hobby, hobby werd werk dankzij een gelukkig toeval. Vijftien jaar geleden bestond er nog geen officiële preparateursopleiding. Door de vondst van een dode buizerd die ze graag wilde laten prepareren kwam Kiela in contact met een preparateur. “Hij bood aan me het vak te leren. Sindsdien doe ik niets anders.”

Ondertussen moet het vogelvel uit de looivloeistof om de huid te conserveren en uitvallen van veren te voorkomen. De taxidermist vult een afwasteiltje, doet er wat Dubro-afwasmiddel in plus een scheut uit een andere fles en wast de huid flink in het warme sopje. Het restant van de ooit zo bewegelijke Afrikaanse vogel verdwijnt in een centrifuge en wordt droog gezwiept.

Alle dieren gaan vers de diepvries in

Een collega vraagt of ze een boterham wil en begint er eentje gretig te smeren. Even verderop wordt net een haas dichtgenaaid, tussen de andere half-geprepareerde dieren. De verslaggeefster kan enige huivering niet onderdrukken. De collega: “Alle dieren gaan vers de diepvries in. Vogels zijn dan vrij van op mensen overdraagbare bacteriën. Zoogdieren zoals een vos kunnen die wel bij zich dragen, dus gebruiken we dan handschoenen en een mondkapje en werken we in een andere ruimte waarin ook niet gegeten wordt. Bovendien: ik was eerst mijn handen.”

Beeld Koen Verheijden

Terug naar de opleiding van de kampioene. Na haar eerste vogel volgde een haas, muis, konijn, muntjak, das, stier en steeds meer dieren.

“Nou. En nu ben ik kampioen’, zegt ze, alsof het het kampioenschap nestkastjes timmeren of punniken is.

Tegelijkertijd begint ze aan het échte vakwerk, zoals ze het zelf zegt: van het slappe vel weer een levensecht dier maken. “Het sloopwerk kan iedereen wel, maar hier gaat het om.” Ze vouwt het vel van de toerako om de mal – de uit schuim gesneden kopie van het vleselijk deel van de onttakelde vogel – en naait dit dicht. Dan peutert ze twee ijzerdraadjes in de poten ter vervanging van de verwijderde spieren en begint met een pincet veer voor veer om zijn plaats te leggen. Langzaam begint de vogel weer vogel te worden. Hier openbaart zich het vakmanschap.

De huid van een houtsnip, daar steek je zó doorheen

Geruime tijd later zet de preparateur koers naar een mooie, oude ladekast, een kast vol kunststof ogen in allerlei kleuren en maten, steeds per twee verpakt in een plastic zakje. De toerako krijgt negen millimeter zwarte. De souplesse waarmee ze alle handelingen uitvoert, doet vermoeden dat prepareren niet direct ingewikkeld is.

Een vogel is voor een ervaren preparateur inderdaad niet zo moeilijk meer, erkent Kiela, maar ook voor de professionals blijven er ingewikkelde klussen. “Zoals een houtsnip. De huid daarvan is superdun. Daar steek je zó doorheen. Of zo’n kale kat met zo’n vel dat eigenlijk veel te groot is en vol rimpels. Het vergt heel veel tijd om al die rimpels op de goede, natuurlijk ogende plek te krijgen.”

IJsbeer, muntjak, ree, roodborst en konijn. Waar komen ze vandaan, is het wel koosjer? Volstrekt, benadrukt Kiela. Van elk dier is, zoals wettelijk voorgeschreven, de herkomst bekend. “Ik zou wel gek zijn om buiten het boekje te handelen. Dan ben je je naam zó kwijt.”

Een zwik spelden in de kop

Al pratend heeft ze van de toerako weer een echte vogel gemaakt. Maar nog is de klus niet geklaard. Ze omwikkelt de kleurrijke vogel met dun draad en steekt een zwik spelden in de kop, bedoeld om vel en veren op zijn plek te houden tijdens het uitharden van de huid.

Tijd voor de opslag, een ruimte vol omwikkelde, ‘klare’ beesten. Van hert tot roodborst en van schaap tot huiskat. Stuk voor stuk ongelooflijk levensecht. De kat lijkt te spinnen, de roodborst vliegvlug en de fazant kakelend.

Beeld Koen Verheijden

Rest nog de vraag waar al die opgezette naturaliën heen gaan. “Deze zijn voor een Parijse interieurbeurs. Ja, daar staan ze te midden van de banken, tapijten en lampen. Dat roodborstje en de kat zijn van en voor een particulier en die hertekop – een shoulder mount – is van en voor een jager. En dat konijn? Dat gaat mee naar mijn museumwinkel.”

Tijd voor het volgende stuk, een das. Het dier gaat op zijn rug, de scalpel ritst, de das ligt open. Op naar een nieuw leven.

Tentoonstelling

Een aantal stukken van Sophie Kiela is tot en met 4 januari te zien in het Natuurmuseum Fryslân, Schoenmakersperk 2, Leeuwarden https://natuurmuseumfryslan.nl. In de Museumwinkel zijn allerlei, door Kiela en collega’s opgezette dieren te koop. De winkel is te vinden aan de Welderenstraat in Nijmegen. https://www.demuseumwinkel.com. Daar ook informatie over het laten opzetten van een dier.

Lees ook: 

Het dode dier op z’n allermooist

In ‘De Schepping’ vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Jaap Sinke en Ferry van Tongeren maken theatrale sculpturen van opgezette dieren. Ze halen de dode dieren zelf op, in heel Europa, met een koelbox in hun auto.

Het dier als kunstobject

Overal duiken geprepareerde dieren op: in hippe cocktailbars, in huiskamers. In de beeldende kunst was deze trend al eerder zichtbaar. Museum Arnhem haakt in op deze ontwikkeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden