Reportage

Sneeuwklokjes of tonderzwam plukken in het bos, ook dat is stropen

In het Amsterdamse Bos wordt regelmatig gestroopt. Boswachterij en politie werken samen om daders in de kraag te vatten. Op de foto: boswachter Maarten van Zadelhoff en agent Martijn Terhorst.Beeld Joris Van Gennip

Wat in het bos groeit, is van het bos. Wie paddestoelen of mos meeneemt uit het bos is officieel aan het stropen. In het Amsterdamse Bos werken politie en boswachterij samen om dit te handhaven.

In het Amsterdamse Bos stikt het in deze tijd van het jaar van de sneeuwklokjes. Op sommige plekken zijn ze nauwelijks te tellen. Niet erg toch als je een paar bosjes meeneemt? Wel dus. Goed, wie een paar bloemetjes plukt in het oog van de boswachter komt er waarschijnlijk van af met een waarschuwing, maar wie met een busje het bos inrijdt en kratten inlaadt om op de markt te verkopen (dit is echt gebeurd) kan een fikse boete verwachten.

Want of je nu één of tien bosjes meeneemt, feitelijk ben je aan het stropen. Bij die term denk je misschien vooral aan wildklemmen en olifantenslagtanden, maar ook in Nederland wordt gestroopt. Officieel heet het meenemen van planten en mossen eenvoudige stroperij. In het Amsterdamse Bos werken politie en boswachterij samen om dat tegen te gaan.

Herfststukjes

Maar wat valt er dan te stropen in dit stadsbos, waar behalve konijnen en eekhoorns geen wild leeft? Nou, sneeuwklokjes dus, om te verkopen op de markt of op de veiling. Hele emmers dennenappels verdwijnen in de boeketten van de bloemist of in de herfststukjes van de juf of meester. Bramenstruiken worden op wildplukmiddagen helemaal kaalgeplukt, een keer trof de boswachter een konijnenstrik aan. Tonderzwammen komen, vanwege hun geneeskrachtige werking, in de oosterse medicijnenwinkel terecht. “Ze komen met hamer en beitel het bos in om de zwammen van de boom af te bikken”, zegt boswachter Maarten van Zadelhoff. Onlangs werd nog een dame betrapt die een hele tas vol daslook bij zich had, een knoflookachtig plantje. Twee kilo, bleek achteraf, de knoflookgeur hangt nog in de boswachterauto. “Nou, dat is echt niet voor eigen gebruik.” De hoogte van de boete is aan de officier van justitie.

Maar eigenlijk mag plukken voor eigen gebruik ook niet. De grens ligt officieel bij nul. “Het mag niet”, legt milieuagent Marinus uit. Vanwege een groot onderzoeksproject wil hij niet met zijn achternaam in de krant. “Je ziet het bos onder je neus leeggeroofd worden. Als je hier bent, wordt daar gehakt. Als je daar bent, worden hier weer paddestoelen geroofd.”

Die ernst van de zaak blijkt niet uit de cijfers. Andere natuurbeheerders zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten hebben ook last van stroperij, maar zien geen alarmerende omvang van het probleem. Staatsbosbeheer houdt het formaat van een blauw champignonbakje aan: zoveel bramen of paddestoelen mag je meenemen. Bij hoeveelheden voor commercieel gebruik wordt er beboet, in 2017 schreef Staatsbosbeheer 15 boetes uit.

Tekst loopt door onder de afbeelding

Sneeuwklokjes zijn geliefde waar onder stropers.Beeld Joris Van Gennip

Dankzij de locatie midden in stedelijk gebied en de hoge recreatieve waarde van het bos (de paden zijn deels geasfalteerd en er is onder andere een speeltuin en een camping), moeten er heel regelmatig mensen op worden aangesproken. Hoe vaak dat precies gebeurt, wordt niet bijgehouden, ook is niet duidelijk hoeveel er precies uit het bos verdwijnt. Het aantal opgemaakte proces verbalen is op twee handen te tellen.

Stiekem

De omstander haalt hier wellicht de schouders bij op, toch patrouilleren de boswachterij en de politie, zowel in uniform als in burger, om de onwetende bezoeker te wijzen op de regels en om de stiekeme stroper te betrappen. “Gezinnen met emmers en plastic zakken spreken we aan. Lopen er ’s avonds mensen zonder zaklamp door het bos, dan houden we ze in de gaten. Staat er een busje geparkeerd, dan zoeken we de eigenaar”, zegt Van Zadelhoff. Zijn uniform is niet te vergelijken met dat van de rangers die in Zuid-Afrika jagen op stropers, maar als Boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) heeft hij wel handboeien aan zijn riem hangen.

De pakkans is echter klein, met twee boswachters die 1000 hectare in de gaten moeten houden. In december en januari organiseerde de provincie Noord-Holland met alle terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, gemeenten en provincie) een handhavingsactie tegen stroperij, om meer bewustzijn rond het onderwerp te creëren en de samenwerking tussen politie en terreinbeheerders te bevorderen. Die samenwerking bestaat in het Amsterdamse Bos al zo’n twee jaar, andere terreinbeheerders in de provincie zijn er nu ook mee begonnen.

Die samenwerking kan de pakkans vergroten. “Als iemand ziet dat er gestroopt wordt en een kenteken fotografeert, kunnen wij dat uitrechercheren”, zegt Marinus. Wie in het ene bos tien handjes daslook plukt, lijkt op het oog misschien onschuldig. Maar als diegene meerdere gebieden afstruint en op tien plekken tien handjes plukt, is het al heel wat minder onschuldig. Ook daar komt de samenwerking met de politie van pas. “De politie kan meer. Stel je voor: je treft iemand aan met een krat paddestoelen. Je kunt een bon geven, 300 euro boete en klaar. Maar als politie kunnen we die persoon ‘eventjes intikken’. Of er een bedrijfsnaam op staat, of dat die persoon elders al voor stroperij is gepakt. Dan kom je niet weg met een bon en ga je gewoon mee naar het politiebureau. Komt de rechter tot de conclusie dat je winst hebt gemaakt? Dan wordt die boete veel hoger.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Joris Van Gennip

Een visje mee

Maar hoe erg is het eigenlijk als die paddestoelen en sneeuwklokjes van de bodem verdwijnen? Allereerst, het mag niet. Het Amsterdamse Bos is van de gemeente, dus alles wat er groeit is dat ook. “Heel veel mensen weten dat niet”, zegt Van Zadelhoff. “Iedereen is hier hartstikke welkom, maar je bent op gemeenteterrein.”

Ten tweede: ecosystemen worden wel degelijk ontregeld als er iets verdwijnt, hoe klein ook. “Tonderzwammen doen er jaren over om te groeien, die populatie sneeuwklokjes die in dat busje verdween, is nog steeds niet terug.” Een ander voorbeeld: ringslangen. In het voorjaar leggen zij hun eitjes in hopen oude mest of hooi. “Vorig jaar in het broedseizoen zijn die hopen opengemaakt, honderden eitjes waren weg.” De gevolgen zijn potentieel groot. “De ringslang houdt van muizen, muizen vreten gewassen aan. Minder ringslangen betekent meer muizen. We hebben het nu niet gemerkt, maar met zo’n roof kan er in een keer een schakel uit je ecosysteem verdwijnen.”

Tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Joris Van Gennip

Nog een voorbeeld: mensen uit het buitenland nemen graag eens een visje mee uit het water, dat is daar normaal. “Dan zeg je dat tegen ze, en dan begrijpen ze het wel.” Maar twee vissen, dat is toch niet zo erg? “Misschien niet, maar misschien waren het wel de enige twee volwassen snoekbaarzen in het water.”

“Je ziet het niet op het eerste oog”, voegt Marinus toe. “De vogels blijven gewoon fluiten. Maar als je beter kijkt zie je echt een verstoring van het ecosysteem.” Voor de politie en de boswachterij is het eenvoudig: wat van het bos is blijft in het bos en die natuur moet je beschermen. Marinus: “Laat de mensen maar eens los, laat ze maar eens alles uit de natuur halen. Dan wil jij niet weten hoe het er hier over tien jaar uitziet.”

De achternaam van agent Marinus is bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden