De Wondere vogelwereld van O.C. HooymeijerBuidelbroek

Schrikt de buidelbroek, dan kan hij zijn jongen zomaar in één keer doorslikken

Buidelbroek Beeld Hooymeijer
BuidelbroekBeeld Hooymeijer

Zeer zeldzaam buiten zijn gebied. Minst algemene van de Zeegaande Buidelachtigen (orde Cheoradriifer­mytes, familie Cohnfecthiiridea). ­Alleen nog kleine broedkolonies in het uiterste zuiden van Portugal (Parque Natural do Vale Guadiana) en Frankrijk (Plaine de la ­Camargue).

Ietwat gedrongen verschijning. Ligt zwaar in het water. Aan land onhandig, loopt twijfel­achtig slingerend, alsof de vogel kreupel is. Zie kleurrijk verenkleed. Blauwe kap en oranjerode haaksnavel opvallend.

Balts boeiend. Tijdens de vroege voorjaarsstormen voeren beide seksen een urenlang, sierlijk ‘waterballet’ op, waarbij wijfje en mannetje synchroon over en door de hoge brekers van de branding duiken, om met de grote golven mee terug naar de kust te ‘surfen’. Wanneer wijfje uiteindelijk van vermoeidheid op het strand neerzijgt, volgt in enkele seconden de paring.

Broedbuidel

De tien tot twintig bruin gevlekte kogelronde eieren worden door wijfje niet in een nest, maar in de zogenoemde ‘broedbuidel’ van het mannetje gelegd. In dit achter in de bek gelegen, door ­lichaamstemperatuur verwarmd ‘bad’ van zeewater wordt het legsel opgeslagen. Na een periode van 21 dagen in het warme water komen de pullen uit, en blijven ­gemiddeld nog 3 dagen in de buidel, alwaar zij zich voeden met de kleine parasitaire worm- en kreeftachtigen die van nature in ruime mate in de vogelbek aanwezig zijn.

De veilige eerste ­levensdagen worden maar door één ding bedreigd. Wanneer de zorgende ­Buidelbroek wordt opgeschrikt door bijvoorbeeld een onaangelijnde hond of een voorbij­suizende kitesurfer, kan deze een deel van het legsel, in sommige gevallen het gehele, ­inslikken.

Buidelbroek Beeld Hooymeijer
BuidelbroekBeeld Hooymeijer

Wordt de vogel niet verstoord, dan zien de jongen het daglicht wanneer ze op een beschutte plek in de duinen worden ‘opgegeven’. In gezelschap van het wijfje opent het mannetje de snavel teneinde de reeds zelfvoorzienende jonge Broekjes aan de buitenlucht bloot te stellen. ­Gedurende de risicovolle ‘reis’ van de beschutte duinen naar de zee is menig jonge vogel het slachtoffer van roofvogels als Visgluiper, Spitssnavelzwenk en Zeealbrak. Waarom de Buidelbroek deze risicovolle onderneming niet vermijdt en zijn jongen aan de veel veiligere waterlijn uit de bek laat ontsnappen is tot op heden een raadsel, maar onderzoek is gaande.

Roep, tijdens het naar de zee escorteren van de jongen een alarmerend, raspend, ‘GGhriek … GHAAriehiek … GHAriekekiek ...’ Bij het door het mannetje opgeven van de jongen een nogal onaangenaam ‘BWWaaagh... BHUUAwahaagh’, welk wel doet denken aan een vomerende ­huiskat.

Volksvogelwijsheid:

Herkomst: Portugal (om­geving Joua de Fingrèsh) ‘Maìs ès el Brânguado, pero joâdais con vesjèdèsj’.

Vertaling: ‘Denk niet dat je veilig bent in de Broek, het gevaar zit van binnen’.

Iedere week beschrijft O.C. Hooymeijer een vogel die aan zijn brein is ontsproten. Eerdere afleveringen in de serie ‘De Wondere vogelwereld van O.C. Hooymeijer’ leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden