Interview Jonathan Safran Foer

Schrijver Jonathan Safran Foer: Waarom geef ik niet genoeg om het klimaat?

Jonathan Safran Foer Beeld Maartje Geels

De Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer wil de lezer zijn ideeën niet opdringen, hij vraagt hem louter om na te denken. ‘Klimaatverandering heeft het tragische vermogen om vergeten te worden.’

De zeven jongvolwassen amberbomen die voorzichtig bloeien op het uitgestrekt stukje ­gazon aan de westelijke rand van Prospect Park, New York zijn makkelijk te negeren. Ze staan hier ter nagedachtenis aan de advocaat en milieuactivist David Buckel, die zichzelf in de lente van 2018 in brand stak uit protest tegen de manier waarop de mensheid met de natuur omgaat.

New Yorkers die in deze achtertuin van Brooklyn komen joggen of fietsen, bewegen schijnbaar nietsvermoedend in de lus van het pad om de bomen heen. Het heeft iets beeldends. Bezoekers lopen er bewust of onbewust in een boog ­omheen.

Talloze wandelingen maakte de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (Washington DC, 1977) er. Hij woont vlakbij het park. De dood van Buckel greep hem aan, vertelt hij enkele duizenden kilometers verderop in het Ambassadehotel, hartje Amsterdam. “Ergens was het de grootste vorm van zelfopoffering, maar wel een die tevergeefs was.”

Want wie zegt Buckels dood iets? Dat er geen haan naar zijn zelfverbranding kraaide, is tekenend voor de zaak waarvoor hij stierf. In de woorden van Safran Foer: “Klimaatverandering heeft het tragische vermogen om vergeten te worden.”

Safran Foer, licht getrimde baard, praat zoals hij schrijft, in zorgvuldig ­opgebouwde volzinnen. Omgeven door boekenkasten in een warm belicht vertrek naast de hotellobby zit de schrijver met de knieën over elkaar. “Die totaal verschillende reacties op het klimaatprobleem zijn waanzinnig interessant. De een doodt zichzelf, de ander doet helemaal niets.”

De romanschrijver is in Nederland om zijn nieuwe boek voor te stellen: ‘Het klimaat zijn wij’. Het is de tweede keer dat de auteur fictie aan de kant schuift om een urgent probleem aan te kaarten. Tien jaar geleden al nam hij in ‘Dieren Eten’ de Amerikaanse vleesindustrie op de korrel. In de bestseller ­appelleerde Safran Foer, destijds vegetariër, in scherpe bewoordingen aan het morele bewustzijn van de lezer.

Schrijver Jonathan Safran Foer in Amsterdam Beeld Maartje Geels

In zijn nieuwe boek is hij niet te ­beroerd om open kaart te spelen over zijn eigen tekortkomingen. “Ik was verrast door mijn eigen onvermogen om echt om dit probleem te geven. Dat is bevreemdend. Waarom blijven we over de feiten heen kijken? De urgentie en de schaal van het probleem zijn bijna niet te bevatten.”

Jonathan Safran Foer wil de lezer zijn ideëen niet opdringen, hij vraagt om na te denken. De ijzersterke metaforen en heldere analogieën zijn de schrijver ten voeten uit. Bijvoorbeeld: klimaatverandering is geen legpuzzel die je op tafel laat liggen en waarmee je verder kunt gaan als je agenda het toelaat of wanneer je er zin in hebt. Of: het is als een huis dat in brand staat. Hoe langer we niets doen, hoe moeilijker het wordt om er nog iets aan te doen. En: onze strijd voor het behoud van de planeet moet nog worden ingezet, net als een wave in een stadion. ‘Nooit heb ik een wave zelf ingezet, maar tegelijk heb ik me er nooit tegen verzet.’

En ja, klimaatontkenners zijn onderdeel van het probleem, maar we overschatten hun invloed, vindt hij. “Hun aantal in Amerika is gering. Het gaat om 9 procent. Dus waar the fuck is die andere 91 procent die er wel in gelooft?”

Wat dreef u om dit boek te schrijven?

“Ik werd er moe van om mezelf te horen zeggen: ‘We moeten íets doen’. Ik werd gek van de kloof tussen het ­geluid dat mijn stem produceerde en de wetenschap dat ik eigenlijk geen actie ondernam. Het maakt namelijk helemaal niet uit of we het erg vinden. Waar het om gaat is het doen, de actie.”

Hij pauzeert, en wikt zijn woorden, terwijl hij gedachteloos met een blauwe pen speelt. “Hoe kan iets dusdanig catastrofaals als zo verwaarloosbaar worden behandeld? Ik begrijp het écht niet. Zelfs aan het einde van het boek was ik nog in staat de problemen te negeren. Nog steeds heb ik dat. Het is krankzinnig. Ik heb me verdorie twee jaar verdiept in het onderwerp en een ander boek over eetgewoontes geschreven. Desondanks lukt het me niet om de ernst van de zaak ten volle te beseffen. Net was ik nog in mijn hotelkamer een brief aan het opstellen voor vrienden en kennissen die ik het boek wil toesturen. Ik schreef over de Amazonebranden, de orkaan Dorian die Florida ­nadert, beelden van smeltende gletsjers die heel wat emoties in me losmaken. Van verontrustheid, boosheid, ontzetting, angst tot zelfs somberheid. Maar het ogenblik dat die beelden uit mijn gezichtsveld verdwijnen, denk ik: wat zal ik eten? Of: laat ik iets kopen. In een vingerknip ben ik het vergeten. Wat is er mis met mij? Waar komt die onvolmaaktheid in mij vandaan?

“Mijn verbazende conclusie was dat ik nooit genoeg om het milieu zal geven. Ik zal altijd naar vlees verlangen. Maar ik weet wel dat ik me meester kan maken over mijn instincten. Ik kan doen wat goed is, ook al vergt het een enorm verzet tegen mijn lusten.”

In uw boek geeft u toe dat u in een zwak moment weleens een hamburger eet op de luchthaven. Wat voor denkproces gaat daar aan vooraf?

“In wezen is het juist de afwezigheid van dat proces. Het is een puur emotionele reactie. Ik voel me niet goed, dus ik ga een hamburger eten. Dat was het. Het gebeurt instinctmatig. Ik had beter heel even stil kunnen staan en een denkproces in gang kunnen zetten. Dan was ik bij mezelf te rade gegaan: wil ik dit echt? Is dit het waard?

“Ik heb nog nooit een hamburger gegeten waarvan het plezier na de laatste hap nog aanhield. Daarentegen duurt het plezier van het niet te eten wel langer. We benadrukken heel vaak de opofferingen die we moeten maken om de planeet te redden, maar hebben het zelden over het geluk wat dat teweegbrengt. Uiteindelijk worden we gelukkiger van het goede doen.”

Waarom is het probleem van klimaatverandering zo persoonlijk voor u?

“Ik ken mensen die minder om het ­milieu geven dan ik, maar die het eenvoudiger vinden om hun dieet aan te passen. Het is een van de meest wezenlijk verwrongen onderdelen van dit probleem. Hoe meer ik om klimaatverandering ging geven, hoe meer ik hunkerde naar vlees. Het is bijna pervers. Maar goed, als het zo is, is het mijn perverse realiteit. Je kan er net zo goed eerlijk over zijn. Mezelf met mijn beperkingen confronteren voelt als een mooie ervaring. Je eigen bekommeringen of gebrek daaraan in twijfel trekken stemt niet ­alleen tot nederigheid, het is iets ontzettend krachtigs.”

Put die interne strijd u niet uit?

“Nou, als de vraag is: in welke mate ­deze ethische kwesties mijn leven verzwaren? Doorgaans amper. Alleen als ik er over nadenk, want het beklijft niet.”

De klimaatcrisis heeft geen eigen Rosa Parks, geen eigen 9/11. Wat schort er aan het huidige verhaal?

“Het is ingewikkeld. Wat hebben klimaatvluchtelingen in Syrië, de extreme hitte in Parijs deze zomer, de bosbranden in Californië en de landbouwdroogtes met elkaar te maken? Dat is lastig uit te leggen. Je krijgt het een kleuter niet uitgelegd. Doordat alles met elkaar verband houdt, is het een enorme opgave om het probleem in cijfers uit te drukken. Met als gevolg dat het ver van ons af staat.

“De discussie rond klimaatverandering waarin we verwikkeld zijn, gaat vaak over identiteiten. Je bent vegan of een environmentalist. Maar identiteiten veranderen de wereld niet, onze gebruiken wel. Ik denk dat veel mensen hetzelfde probleem ervaren. Of je nu ­Republikein, Democraat, oud, jong, ­religieus of seculier bent. In werkelijkheid zit bijna iedereen hetzelfde in ­elkaar – er zijn basiswaarden waarover we het eens zijn. Alleen liggen die vaak diep begraven onder lagen identiteitspolitiek. We willen diep van binnen ­allemaal hetzelfde: dat de planeet blijft bestaan. Noem me iemand die het, als het er op aankomt, niets kan schelen hoeveel dagen per jaar je buiten kan zijn vanwege de luchtkwaliteit? Of dat je geen duik meer in zee kunt nemen vanwege watervervuiling? Bekijk het zo: ken jij iemand die onverschillig is voor fysieke pijn? Wie zegt er: ga je gang maar, sla me, wat kan mij het schelen? Niemand wil dat, en zo wil ook niemand dat de aarde in zijn ­gezicht wordt gemept.”

Jonathan Safran Foer. Beeld Maartje Geels

Maar waarom blijven we dan zo ­onverklaarbaar rustig?

“Het probleem is ons collectieve vermogen er niet aan te denken. Ik zeg niet dat we allemaal tot dezelfde conclusie moeten komen en zeker niet dat we allemaal ethische perfectie moeten nastreven. Het gaat erom dat we een ­reflectiemoment inbouwen. Of je nu naar een menu staart, je boodschappentas in de supermarkt vult of besluit om op vakantie te gaan. Hoe creëren we dat ene moment, waarin we alles overzien en nadenken over de gevolgen van ons handelen? Alleen dat moment kan al een groot verschil in gedrag teweegbrengen. Er kleeft iets radicaals aan de kleine handeling. Ik heb meer bewondering voor mensen die deze kleine veranderingen aanbrengen in hun leven dan voor betogers die de straat opgaan, radicale teksten uitslaan, en ’s avonds hun gewone leventje voortzetten.”

Toch heeft u te maken met een overheid die eerder stappen terug dan vooruit zet. Een president die nationale bossen afstoot, de kolenindustrie nieuw leven in wil blazen en zich terugtrekt uit het Parijsakkoord. Is het dan fair om die individuele inspanning te verlangen?

“Dat maakt het juist noodzakelijk. Als we politiek een andere richting zouden worden opgeduwd, zou de nadruk minder op individuele actie liggen. Maar dit is de politieke realiteit. Het uitblijven van die wetgevende oplossingen mag geen rechtvaardiging zijn om niet zelf te handelen. Dit is in de tussentijd het minste dat we kunnen doen. In plaats van klimaatontkenners of de president als zondebok te gebruiken, kun je beter in de spiegel kijken en jezelf confronteren met je extreme hypocrisie. Niets zal sneller tot een wetgevend raamwerk leiden dan een cultuuromslag van ­onderop. Want de gebruiken van vandaag zijn de wetten van morgen. Het is zonde dat kinderen volwassenen bij de hand moeten nemen, net als dat het een schande is dat burgers de politieke leiders in de juiste richting moeten duwen. Maar dat is de situatie waarin we vandaag de dag verzeild zijn geraakt.”

Bent u soms niet bang om moralistisch over te komen?

“Neem de bedelaars in New York, die een enorme bron van ergernis zijn. ­Onlangs nam ik de beslissing om geld te geven aan ieder die het vraagt. Die handeling geeft me een goed ­gevoel. Dat mag narcistisch zijn, maar uiteindelijk geeft de persoon die het geld krijgt niet om mijn narcisme. Die is blij met de dollar. Misschien is ­vegetarisch zijn ook narcistisch. Maar uiteindelijk geeft het klimaat geen ene moer om hoe ik me voel. Het gaat om wat ik doe.”

U bent hierheen gevlogen. Wat voor ­gevoel geeft u dat?

“Ik heb erbij stilgestaan. Ik wil iemand zijn die aandacht schenkt aan die keuze en niet domweg het vliegtuig neemt als het me uitkomt. Ik stel me de vraag: is het het waard? In dit geval vond ik het de moeite waard. En ja, het is overduidelijk hypocriet van me. Maar hierheen vliegen stelt me in staat om met meer mensen te spreken, invloed uit te oefenen, iets toe te voegen aan de discussie. Op hetzelfde moment dat ik deze trip plande, besloot ik om voor het eerst de trein in plaats van het vliegtuig te ­nemen tijdens de komende wintervakantie met mijn gezin.”

Vindt u het niet ongemakkelijk om uw eigen inconsistenties die gepaard gaan met uw worsteling eruit te lichten?

“Ik voel extreme gêne als ik dat opschrijf. En ja, rechtse stemmen staan klaar om het me onder de neus te wrijven. En als hun doel is om mijn hypocrisie bloot te leggen, dan geef ik toe: ik bén hypocriet. (Lange stilte). Maar mens zijn is nu eenmaal een worsteling. We zijn allemaal feilbaar. Ik ken niemand die nooit een persoonlijke strijd voert. Sterker. De meeste mensen die ik ken, voelen die onzekerheden voortdurend. Maar dat impliceert niet automatisch iets slechts. Het heeft geen zin om continu elkaars tegenstrijdigheden of inconsistenties uit te lichten en te focussen op hoe je worsteling uitmondt in mislukkingen. Vertel me liever hoe je met je worsteling vooruitgang boekt. Hoe voelt dat? Vertel me over die keer dat je worstelde met verschillende instincten en achteraf trots was op degene die je volgde. Iemand die me vertelt wat hij heeft bereikt, inspireert me niet. Maar neemt hij me mee in zijn worstelingen, des te meer.”

‘Het klimaat zijn wij', van Jonathan Safran Foer

Jonathan Safran Foer: Het klimaat zijn wij. (We are the Weather) Vertaald door Patty Adelaar, Ambo/Anthos, 208 p., 21,99 euro

Lees ook:

Dieren eten is ouderwets, een eiwitrevolutie is onvermijdelijk

Tien jaar na het verschijnen van de vegetariërsbijbel ‘Eating Animals’ van Jonathan Safran Foer, schreef Roanne van Voorst een Nederlands vervolg, waarin ze nog verdergaat. Trouw vroeg haar te reageren op vijf passages uit Safran Foers boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden