Fotoreportage Isla-raffinaderij

Schoorstenen, pijpen en naftakrakers: foto’s van een eeuw olieindustrie op Curaçao

Foto uit ‘Life with an Oil Refinary’. Beeld Sinaya Wolfert

Fotograaf Sinaya Wolfert documenteert hoe Curaçao leeft met de Isla, de olieraffinaderij die het eiland welvaart bracht maar ook enorme vervuiling.

Gitzwart is de zijkant van het fotoboek ‘Life with an Oil Refinery’, een nieuw Engelstalig fotoboek van de van oorsprong Curaçaose fotograaf Sinaya Wolfert. Alsof er teer kleeft aan het boek. Zelf heeft de fotograaf het, ook toepasselijk, over een rouwrand. Mogelijk valt nog dit jaar het doek voor de Isla, de raffinaderij die Shell in 1915 op Curaçao opende en die sinds 1985 wordt geëxploiteerd door het Venezolaanse oliebedrijf PDVSA. Het exploitatiecontract loopt op zijn eind. 

Foto uit ‘Life with an Oil Refinary’. Beeld Sinaya Wolfert

Sluiting van de raffinaderij lijkt logisch, zo verouderd is zij. Het bedrijf voldoet nauwelijks aan milieuregels. Dat was al zo toen ‘de Koninklijke’ de Isla in 1985 voor één Amerikaanse dollar van de hand deed aan de regering van Curaçao. In ruil daarvoor kreeg de oliegigant vrijwaring van toekomstige milieuclaims, een deal waarover critici nog schande spreken, zo slecht pakt die uit voor het eiland en zijn bevolking. 

Destijds was een Curaçao zonder de Isla lastig voor te stellen, net als nu overigens, zo verweven is de raffinaderij met het eiland. Shell luidde in 1915 de industrialisatie in, er kwamen grote industrieterreinen en diverse grote bedrijven, wat de aanblik van het eiland veranderde. Op de foto’s van Wolfert zijn schoorstenen, pijpen en naftakrakers nooit ver weg. Tegelijk laat ze ook zien hoe de bevolking met deze zware industrie heeft leren leven. Het drogen van de was in de vervuilde passaatwind, een balletje slaan op de golfbaan of zwemmen onder de rook van de petrochemie; het hoort bij het leven op Curaçao. 

Het buiten drogen van was is op delen van Curaçao lastig, door uitstoot van de petrochemische industrie en de passaat. Beeld Sinaya Wolfert

In de hoogtijdagen waren veel arbeidskrachten nodig, uit alle windhoeken. Curaçao telde daardoor in 1954 liefst vijftig verschillende bevolkingsgroepen, met een eigen cultuur, religie en gewoonten. Het was een rangen- en standenmaatschappij, waarin huidskleur, afkomst en opleiding je plaats bepaalden. 

Asfaltmeer dichtbij de Isla, ‘Life with an Oil Refinary’. Beeld Sinaya Wolfert

Wat er gaat gebeuren als de Isla definitief sluit, is onbekend. Wie gaat de ontmanteling van de fabriek betalen? Krijgt de natuur weer de ruimte? In ieder geval is de erfenis van de olieindustrie enorm, zo vervuild zijn delen van het eiland door ruim honderd jaar olieindustrie. Absoluut dieptepunt, door Wolfert haarfijn in beeld gebracht, is het stinkend asfaltmeer (foto hierboven), zo’n 50 hectare groot, gelegen naast de olieraffinaderij en bijna grenzend aan het Schottegat, de centraal gelegen haven van het eiland. In 1941 werd dit een enorme afvalput van de Isla. De oliefabriek was destijds volop ingeschakeld in de oorlogsindustrie.  

Het is een smerige locatie, verscholen voor de toeristen. Van serieuze sanering is het nooit gekomen. Een stinkende put, waar niemand raad mee weet.

Sinaya Wolfert “Life with an Oil Refinery’, blz. 233, prijs 39€. Te bestellen via sinaya.wolfert@gmail.com.   

Lees ook:

Onrust in Willemstad, nu Curaçaoërs vrezen voor massale werkloosheid

Op Curaçao kwam in februari alles samen. Een vluchtelingenstroom en het stilleggen van de Isla-raffinaderij leidden tot spanningen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden