Koraalzwam.

InterviewSoortenrijkdom

Sander Turnhout schreef het Basisboek Veldbiologie: ‘Draai een tegel om en kijk wat eronder kruipt’

Koraalzwam.Beeld Sander Turnhout

Sander Turnhout schreef het Basisboek Veldbiologie, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waarvan hij als kind jarenlang lid was. Een gids om zelf in de natuur op onderzoek te gaan.

Een oranje borsteltje van hooguit drie centimeter priemt omhoog tussen mos en blad naast het pad in Heumensoord bij Nijmegen. De argeloze wandelaar valt zoiets niet eens op, maar Sander Turnhout kijkt om zich heen sinds hij als jochie van twaalf leerde op zweefvliegen te letten. “Kijk, een koraalzwam”, wijst hij.

Dan legt hij zijn hoofd in de nek, om het verschil uit te leggen tussen vogelaars en insectenspotters. “Zij kijken omhoog, ik kijk lager.” Om je heen kijken maakt de natuur leuker, of je nou op vogels, zweefvliegen, paddenstoelen, reptielen of bomen let. Al moet je dan wel weten waar je naar moet kijken.

“In mijn boek zeg ik: draai een tegel om en kijk wat eronder kruipt. De lol van op je buik liggen om te zien wat er groeit en kruipt, die wil ik overdragen.” Turnhout, strategisch adviseur bij SoortenNL en Healty Landscape van de Radboud Universiteit, schreef het Basisboek Veldbiologie, dat volgende week verschijnt. Het is gemaakt om de honderdste verjaardag van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN) te vieren, maar bedoeld voor iedereen die het leuk vindt om de natuur in te gaan.

Ik wilde het begrijpen

“Mijn oudste is helemaal niet zo met de natuur bezig als ik, maar laatst zag hij een vliegend hert en maakte daar een foto van die hij trots liet zien. Prachtig vind ik dat.” Zelf was Turnhout van zijn 12de tot zijn 25ste lid van de NJN. “Als 7-jarige wilde ik al weten hoe het leven in elkaar zit. Ik wilde het begrijpen, en al lukt dat natuurlijk nooit, je kunt wel zoveel mogelijk onderzoeken.”

Sander Turnhout, strategisch adviseur bij SoortenNL en Healthy Landscape van de Radboud Universiteit. Beeld
Sander Turnhout, strategisch adviseur bij SoortenNL en Healthy Landscape van de Radboud Universiteit.Beeld

Toch ging hij geen biologie studeren, maar Nederlands. “En daarna schreef ik samen met anderen een boek, op basis van wat we in de NJN deden: Zelf de Natuur in. Dat was in 2002. Inmiddels is er veel veranderd, in de manier van waarnemen, maar ook in de biologie: er zijn bevers en otters bijgekomen, en allerlei zuidelijke insecten. . Er zijn nu ook prachtige apps, waarmee je maar een foto hoeft te maken en je weet waar je naar kijkt. Tenminste als het gaat om stilstaande planten en dieren, met vogels op grotere afstand lukt dat nog niet. En intussen heeft de discussie over de waarde van de natuur, met de stikstofcrisis en CO2-uitstoot, een nieuwe lading gekregen.”

Weten waarop je moet letten

Er moest dus een nieuw boek komen, dat uitgaat van die nieuwe manieren van denken en kijken. “Maar het belangrijkste is voor mij het voorkomen van de extinction of experience: met het verdwijnen van soorten dreigt het ervaren van natuur verloren te gaan. Mensen zien het niet meer, weten niet waar ze op moeten letten. Als soort van de dag beschreef ik op Twitter het Jacobskruiskruid, dat nu overal in bloei staat. Die plant is giftig voor runderen en paarden dus je wil hem niet in het hooi hebben. LTO roept dan op om hem te uit te roeien. Maar bestrijden werkt niet. Je zou het ook ecologisch kunnen oplossen, maar die manier van reageren zijn we een beetje kwijt.”

Bekertjesmos. Beeld Sander Turnhout
Bekertjesmos.Beeld Sander Turnhout

Met zijn vorige boek merkte Turnhout al hoe groot de behoefte is aan praktische informatie. Behalve de NJN ging ook het IVN (Instituut voor natuureducatie) het boek gebruiken, en al gauw volgde Helicon, de opleidingskoepel voor beroepsonderwijs in groenbeheer. Zelfs promovendi in de biologie maken er gebruik van, weet Turnhout. “Die weten van alles over één vogel op één plek, maar veldervaring zit nauwelijks in hun opleiding. Veel promotie-onderzoeken zijn gebaseerd op veldonderzoek op drie plekken in een reeks van drie jaar. Als je soorten of plekken langjarig wil volgen kom je snel uit bij vrijwilligers die tijd, toewijding en aandacht investeren die professioneel ‘niet uit kan’. Voor de experts kom je uit bij vrijwilligers, die jarenlang een soort volgen, met tijd, toewijding en aandacht.”

In het voorjaar konden veel lezingen en veldactiviteiten geen doorgang vinden vanwege de coronapandemie. “We hebben daarom een online-cursus opgezet, waar liefst 1600 mensen aan hebben meegedaan. Vooraf vonden we 400 al mooi. Er is dus veel belangstelling.”

Tuintellingen en apps als waarneming.nl zijn volgens Turnhout van grote waarde voor de monitoring van onze natuur. “Er zijn netwerken ontstaan waarin grofweg 100.000 mensen waarnemingen doorgeven en er 25.000 meedoen aan gestructureerde telprojecten. De aantallen blijven maar groeien. Je kunt goed de vraag opwerpen of die mensen meedoen aan wetenschappelijk onderzoek of dat ze gewoon hun hobby uitoefenen, maar in feite is het beide tegelijk. Door waarnemingen te doen en daar tijd en aandacht in te investeren geven mensen uitdrukking aan hun relatie tot natuur. Dat vind ik hoopgevend. De data van het CBS die we op waarnemingen baseren, zorgen voor een abstractie van wat natuur is. Maar natuur is meer dan een optelsom van zeldzame zandhagedissen die hier zitten.”

Schimmels en paddenstoelen

Hij wijst op een boomstronk langs het wandelpad, die is begroeid met vier of vijf soorten mos, met daartussen enkele piepkleine jonge plantjes en een paddenstoel. “Dit is een universum op zich. Van schimmels en paddenstoelen weten we nog heel weinig. Paddenstoelen hebben 27 geslachten: 25 meer dan alleen man en vrouw. Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Daarbij voel ik me prettig klein. Elke soort is een demonstratie van intelligentie, elke soort is een antwoord op de vraag hoe te overleven. Dat is eindeloos fascinerend.”

Porceleinzwam. Beeld Sander Turnhout
Porceleinzwam.Beeld Sander Turnhout

Het is een misvatting, zegt Turnhout, dat we bijna alles al weten en nog maar ongeveer 10 procent niet. “Ik denk dat het andersom is. Daarom begrijpen we telkens opnieuw niet wat er op ons af komt, zoals nu met de overstromingen in Limburg. Ik vind het idioot dat we naar Mars vliegen, terwijl er hier om ons heen nog zoveel te ontdekken valt, in het groot met biodiversiteit en klimaat, maar ook in het klein, met zweefvliegen in de tuin.”

Om ons heen kijken en leren van wat we zien, moet volgens Turnhout leiden tot een omslag in hoe we met de natuur en onze omgeving omgaan. “In Genesis, het scheppingsverhaal, is de mens door God aangewezen als heerser over de dieren des velds. Ik zie dat als een verklaringsmythe die de agrarische revolutie legitimeert. Uit antropologisch onderzoek blijkt dat jager-verzamelaars deel uitmaakten van de natuur. Als de jacht op een wild dier mislukte, droegen ze de gevolgen. Door de agrarische revolutie heeft de mens de natuur naar zijn hand gezet, maar die piramide, met de mens bovenaan, kan echt niet meer. We moeten een nieuw mens- en natuurbeeld ontwikkelen. En een andere omgang met de natuur.”

Zandhagedis Beeld Sander Turnhout
ZandhagedisBeeld Sander Turnhout

Daarvoor is de huidige aanpak, met wet- en regelgeving gericht op bescherming van kwetsbare soorten, onvoldoende, zegt Turnhout. “We moeten toe naar economische modellen die weggaan van groei. Kennelijk zien wij onze leefomgeving als wingewest, zo mogen wij omgaan met de natuur, denken we. Maar dat gaat mis, we krijgen te maken met biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Je ziet al wel verandering, mensen worden boos als bomen worden gekapt. Maar de natuurbeweging krijgt ook tegengas. ‘Jullie willen onze manier van leven kapot maken’. Natuurorganisaties gaan dat dan tegenspreken: ‘Het valt wel mee’. Maar je moet zeggen: ‘Ja, dat is nodig’. Heel veel boeren snappen dit. Zij willen best overschakelen, als dat economisch kan. We moeten anders gaan denken, en daarin kunnen bijvoorbeeld ook sporters meehelpen. De schaatsbond, bijvoorbeeld, zou zich moeten uitspreken tegen klimaatverandering, want ze willen daar graag een Elfstedentocht.”

Veldgids over wat leken als eerste zien

Dat staat allemaal niet in het Basisboek Veldbiologie. “Als je dat doet, verzand je al snel in een hoogoplopende discussie en ik ben geen filosoof die dat mooi onder woorden kan brengen. Ik stip de ontwikkelingen wel aan, maar beknopt. Dit boek is laagdrempelig en praktisch. Het is een veldgids over wat leken als eerste zien. Het geeft je net dat beetje extra informatie en doorverwijzing naar dingen die je zou kunnen doen als je je wil verdiepen.”

Basisboek Veldbiologie – Zelf de natuur in Sander Turnhout, KNNV Uitgeverij in samenwerking met SoortenNL en NJN, €27,95

Honderd jaar NJN

Leden van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN), op kamp op Terschelling, brengen zaterdag 14 augustus tijdens een 24 uurs excursiemarathon in kaart wat er aan planten en dieren op het eiland is te vinden. De jonge onderzoekers gaan muizenvallen controleren, strandjutten, korstmossen zoeken, vogels ringen, motten spotten, vleermuizen luisteren, zaklampvissen, vliegen vangen en andere technieken toepassen uit het Basisboek Veldbiologie. SoortenNL hoopt dat ook vakantiegangers en inwoners van Terschelling meedoen aan de zogeheten 24uurnatuur Bioblitz, door via tuintelling.nl of waarneming.nl te registreren wat ze zien in hun tuin om directe omgeving. Het kamp is de uitgestelde viering van de honderdste verjaardag van de NJN. Die was al in 2020, maar de feestelijkheden zijn uitgesteld wegens de coronapandemie.

Lees ook:

De Nederlandse natuur wordt kapotbeheerd. ‘Het is een wonder dat er nog zoveel over is’

Natuurbeheer is en blijft een moetje in Nederland, constateren twee onderzoekers. Natuurorganisaties krijgen te maken met perverse prikkels en bureaucratie; behoud van soorten is gericht op wat minimaal moet.

Club natuurvorsers wordt 100 jaar en (bijna) niets is veranderd

Honderd jaar bestaat de Nederlandsche Jeugdbond voor Natuurstudie ‘de biologie pasklaar voor ons zinnelijk leven’. Grote biologen waren lid van de organisatie die nog steeds honderden leden telt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden