Trekvogels

Rosse grutto verpulvert wereldrecord ver vliegen met bijna dertienduizend kilometer over de Stille Oceaan

Twee ruziënde rosse grutto's.Beeld Buiten Beeld

Het record ‘non-stop langeafstandsvliegen voor vogels’ is aangescherpt door een rosse grutto: bijna dertienduizend kilometer aan één stuk over de Stille Oceaan. Hoe doen ze dat?!

De nieuwe recordhouder heeft de poëtische naam ‘4BBRW’, naar de kleuren blue, blue, red en white, van de ringetjes om zijn poten. Het is een mannetje van de rosse grutto die bijna een jaar geleden in Nieuw-Zeeland werd gevangen en van een zendertje werd voorzien. Op 16 september vertrok hij uit Alaska voor een tocht naar het zuidwesten. Op 27 september had hij het meer dan tien jaar oude record non-stop vliegen van soortgenoot ‘E7’ 11.600 km te pakken. En bij aankomst in een baai ten oosten van Auckland, Nieuw-Zeeland, had hij dat record verpulverd: 12.854 km!

De vlucht van deze en andere extreme trekvogels is te volgen op de website van het Global Flyway Network, een samenwerkingsverband van trekvogelonderzoekers onder leiding van de Groningse hoogleraar Theunis Piersma. “Wat deze vogels doen is echt onvoorstelbaar”, vertelt hij, bellend vanuit de auto waarmee hij Nederlandse lepelaars volgt op hun trektocht naar Afrika.

Voltanken aan de kust

Piersma: “Die rosse grutto’s vliegen eerst van hun broedgebieden op de toendra van Alaska een paar honderd kilometer naar het wad aan de kust. Daar eten ze zich helemaal vol met schelpdiertjes en wadpieren. Op een gegeven moment bestaan ze voor bijna de helft uit vet. Een rosse grutto met een lege tank weegt bijna drie ons, maar bij vertrek uit Alaska wegen ze meer dan een pond! Waar ze normaal gewoon recht omhoog kunnen vliegen, moeten ze dan, net als een zwaan op het water, echt een aanloop nemen om los te komen, zo zwaar zijn ze bij vertrek. Tegen de tijd dat ze aankomen in Nieuw-Zeeland is de tank ook echt leeg; dan zijn ze dus weer half zo zwaar.”

Om zo’n grote hoeveelheid brandstof mee te kunnen nemen, besparen vogels tijdens de trek op de omvang van hun organen. Piersma: “Dat lijkt door een interne klok te worden gestuurd. Bij een andere lange afstandstrekker, de kanoet, zien we dat zij rond de trektijd bijna als vanzelf grotere spieren krijgen, en organen als maag en lever kleiner worden. Dat is zelfs zo als we ze in een kooi houden, waar ze geen grote afstanden kunnen vliegen om hun spieren te trainen. Ook dat opvetten ligt goed vast. Zelfs als we het dag-nachtritme van de vogels met behulp van verlichting in de kooi veranderen, dan nog maken de vogels zich klaar voor de trek door extra te gaan eten.”

Het vliegrecord van de rosse grutto.Beeld Global Flyway Network

Zuinig met brandstof

De enorme afstanden die vogels non-stop kunnen afleggen, blijven de wetenschappers keer op keer verbazen. In 1950 schreven Amerikaanse vogelonderzoekers nog in de wetenschappelijke literatuur dat een krappe duizend kilometer over de Golf van Mexico toch wel een onneembare barrière moest zijn voor een vogel. Onderzoek met geringde vogels in de jaren daarna liet zien dat zelfs vijfduizend kilometer een haalbare hindernis was. In 2008 werd de lat ruim twee keer zo hoog gelegd. Rosse grutto’s uit Alaska die een zendertje in de buik kregen, bleken in acht dagen 11.000 km over de Stille Oceaan te kunnen vliegen. Nu blijkt dat dus nóg een tik verder te kunnen: 12.854.

Een belangrijke sleutel tot deze bizarre prestatie is de bescheiden hoeveelheid energie die de vogels nodig blijken te hebben om vooruit te komen. Zweedse biologen becijferden enkele jaren geleden dat een rosse grutto maar 0,42 procent van zijn lichaamsgewicht aan vet verbruikt om een uur lang bijna 60 kilometer per uur te vliegen. Dat is het geringste brandstofverbruik van alle vliegende dieren die zij onderzochten. Een kolibri bijvoorbeeld, verbruikt bijna vijf keer zoveel: tot 2 procent van zijn lichaamsgewicht aan ‘brandstof’ om een uur te vliegen.

Verschillende grutto’s

De rosse grutto’s die van Alaska naar Nieuw-Zeeland vliegen, zijn van een andere ondersoort dan de rosse grutto’s die in voor- en najaar in onze Waddenzee voorkomen. Die vliegen van hun broedgebieden op de toendra’s van Siberië naar de overwinteringsgebieden in West-Afrika. Met name in het voorjaar, op de heenweg naar het broedgebied, gebruiken die vogels de Waddenzee als tankstation. “Dan eten ze hier wadpieren”, zegt Theunis Piersma. “Onze Waddenzee is een essentieel tankstation om die trektocht af te kunnen maken.”

De rosse ‘toendragrutto’ is weer enigszins verwant aan onze nationale vogel, de ‘weidegrutto’. “Ook die vogels geven we al enkele jaren minuscule zendertjes mee, waarmee we ze op hun trek kunnen volgen”, vertelt Piersma. “Op die manier leren al deze ‘wereldgrutto’s’ ons niet alleen wat over de trek, maar volgens mij ook over de toestand van de wereld. Aan de veranderende trek van de rosse grutto’s naar Siberië kunnen we bijvoorbeeld duidelijk zien hoe de toendra daar veel sneller opwarmt dan welk deel van de wereld ook. En de gewone grutto’s laten in hun trek en hun verspreiding duidelijk zien wat de effecten zijn van onze intensieve landbouw op het landschap.”

Mysterieuze navigatie

Om van Alaska naar Nieuw-Zeeland te vliegen over de onmetelijke Stille Oceaan, heb je op zijn minst een goed kompas en een kaart nodig. Het lijkt erop dat de rosse grutto’s die uit Alaska vertrekken daarnaast ook een goede weerkaart op zak hebben, vertelt Piersma. “Als je de routes van de verschillende vogels op de kaart bekijkt, dan zie je dat ze bepaald niet de kortste route nemen, en soms ook flinke bochten maken. Die routes kunnen we pas begrijpen als we de hoge- en lagedrukgebieden met de bijbehorende windrichtingen op de kaart projecteren. Dan blijken de vogels feilloos gebruik te maken van gunstige windrichtingen.”

Maar wind in de rug of niet, als je boven een eindeloze oceaan vliegt, zonder zichtbare herkenningspunten, dan moet je toch op de een of andere manier weten waar je bent en welke richting je ongeveer moet aanhouden? “Die oriëntatie en navigatie blijft toch een mysterie”, moet Piersma erkennen. “Als de vogels alleen maar een kompasnaaldje in hun hoofd of in hun ogen zouden hebben, dan zouden ze het niet redden. Ze moeten ook iets van een GPS hebben om te weten waar ze op een bepaald moment zijn. Waarschijnlijk maken ze een beetje gebruik van het aardmagnetisch veld dat van plek tot plek verschilt, maar ook van de polarisatie van het zonlicht en van de sterren.”

En dan slapen

Een lege tank na meer dan tienduizend kilometer vliegen is één ding. Vogelonderzoekers in Nieuw-Zeeland weten inmiddels dat de rosse grutto’s wel meer tekorten aan moeten vullen. Piersma: “De eerste dagen slapen deze vogels heel veel meer dan soortgenoten die al langer ter plekke zijn. Zelfs als bij eb het eten op de wadplaten tevoorschijn komt, blijven ze gewoon doorslapen. Het lijkt erop dat slaapgebrek na een extreme trektocht een nóg hogere prijs is dan brandstofgebrek.”

Lees ook:

Waarom trekken vogels van Afrika naar de Noordpool?

Trekvogels die in het hoge noorden broeden, hebben minder last van rovers die hun eieren stelen, zo lijkt het. Doen ze daarom al die moeite om elk half jaar duizenden kilometers heen en terug te vliegen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden