null

InterviewInsectenapocalyps

Red de insecten, dan red je ook de wereld

Beeld Peter Bulsing

Bioloog en schrijver Dave Goulson laveert tussen nachtmerrie en droom. Zonder insecten, schrijft hij in zijn nieuwe boek, gaat onze beschaving ten onder. Maar we kúnnen dat voorkomen.

Paul Q. de Vries

Paul Q. de Vries

Bij ‘insectenapocalyps’ denk je wellicht als eerste aan een sf-film waarin zwermen monsterlijke insecten de mens komen uitroeien. Maar het is andersom, en het is geen sciencefiction. Populaties insecten verkeren in vrije val, door menselijk toedoen, en de gevolgen kunnen catastrofaal uitpakken voor al het leven op aarde.

In Stille aarde analyseert Dave Goulson de oorzaken van die teruggang. Hij is hoogleraar biologie aan de Universiteit van Sussex in Engeland en auteur van insecten-bestsellers als Geroezemoes in het gras en Een verhaal met een angel. “Sommige oorzaken zijn overbekend, zoals het intensief gebruik van pesticiden die giftiger zijn dan ooit”, zegt Goulson. “Of de grootschalige monocultuur van gewassen op het platteland, waar geen insect kan leven. Andere factoren zijn minder duidelijk, zoals lichtvervuiling en de rol van het verkeer.”

In Stille aarde, het vijfde boek waarin hij het onschatbare belang van insecten onderstreept, biedt Goulson ook oplossingen. Maar eerst schetst hij een dystopisch visioen van hoe de wereld er uit kan komen te zien als we de insectenapocalyps níet weten te stuiten.

Dave Goulson Beeld
Dave Goulson

Goulson kruipt daarvoor in de huid van zijn zoon Finn. Het is 2080 en Finn is een oude man, die met een geweer in de hand zijn moestuin bewaakt tegen plunderaars. Alle gewassen heeft de familie met de hand moeten bestuiven, want er zijn geen insecten meer die dat doen. Op het land stapelt de mest zich op, want er zijn geen insecten meer die dat opeten. Vruchtbare grond is schaars, want er zijn geen insecten meer om die te produceren. De enige ongewervelden die er nog zijn, zijn plagen van bladluizen en naaktslakken.

Brandnetels en paardenbloemen

Aan het einde van elke winter, als de voorraden op zijn en er nog niets verbouwd kan worden, heerst er honger. De familie eet dan brandnetels en paardenbloemen. Water en elektriciteit worden niet meer geleverd. Met de ondergang van de insecten zijn ook alle ecosystemen ingestort waar ze een onmisbare rol in speelden, en daarmee ook alle economieën. Chaos, hongersnood en oorlog hebben miljarden mensen het leven gekost. Tot 2035 was de beschaving nog te redden geweest, maar alle waarschuwingen van wetenschappers, inclusief die van Finns vader Dave, werden genegeerd.

“Het was een bevreemdende exercitie om dit te schrijven”, zegt Goulson. “Het klinkt als een alarmistische fantasie, maar dat is het niet. Het is crisis, en die is nu aan de gang, tijdens onze levens, on our watch. Een crisis die de toekomst van de mensheid en van de beschaving raakt. Een verschrikkelijke erfenis om na te laten.”

Verbijsterend inefficiënt

En de oplossing? Die ligt volgens Goulson ten eerste in een radicale hervorming van de landbouw, want we hebben nu een ‘verbijsterend inefficiënt, wreed en milieuonvriendelijk voedselvoorzieningssysteem’. Dat is niet alleen de schuld van de boeren, maar ook van overheden, supermarkten, de agrochemische industrie en de consument.

Al die partijen doet Goulson aanbevelingen, variërend van een pesticide-taks, landbouwsubsidies die duurzaamheid in plaats van schaalgrootte belonen tot de suggestie vlees te gaan zien als traktatie in plaats van dagelijkse kost. “Voedselproductie en zorg voor de natuur kunnen wel degelijk hand in hand gaan.”

Vijvertje in je tuin

Ten tweede: integreer natuur in onze steden. “Het werkt niet om natuur te willen opbergen in afgeschermde reservaten, we moeten haar toelaten in ons midden.” Minder maaien, geen pesticiden in stedelijk gebied, natuur onderdeel maken van elk nieuwbouwproject, de juiste planten of een vijvertje in je tuin, zijn voorbeelden van de vele tips die Goulson geeft aan overheden en burgers. “Een kleine tuin, goed ingericht, kan zomaar een thuis zijn voor 2000 soorten insecten. Parken, rotondes, begraafplaatsen kunnen allemaal geschikt gemaakt worden voor insecten.”

Ten slotte: bewustzijn creëren van het belang en de wonderlijke schoonheid van insecten. In feite doet Goulson niet anders, met zijn boeken. “Maar iedereen kan het doen, door bijvoorbeeld op sociale media verhalen te delen over hoe je je tuin insectvriendelijk hebt gemaakt. Op alle basisscholen zou biologie een vak moeten zijn, het liefst met een wekelijkse buitenles op een veldje, in het bos of op een biologische boerderij waarmee de school samenwerkt. Kinderen zijn vaak dol op insecten; laten we zorgen dat ze dat vasthouden.”

Aanstekelijke energie

In Goulsons tips – soms gemakkelijk haalbaar, soms ingewikkelder – klinkt een aanstekelijke energie door, een opvallend contrast met zijn angstaanjagende beschrijving van de problemen. Maar Goulsons verhaal gaat over meer dan alleen de insecten. Hij schrijft ook over klimaatverandering, gezonde voeding, economische ideologie, ongelijkheid. “Het was aanvankelijk niet mijn bedoeling om al die onderwerpen erbij te halen, maar ze zijn onlosmakelijk verbonden met het verhaal van de insecten. We hebben de neiging elke probleem apart te benaderen, maar vinden het ingewikkeld om de samenhang te zien. Het heeft allemaal te maken met hoe zwaar, of hoe licht, we als mensheid op de planeet drukken.”

Is de focus op insecten het beste aanknopingspunt om die bedreigingen tegemoet te treden? “Tot op zekere hoogte wel. Als we de wereld weer leefbaar kunnen maken voor insecten, is dat goed voor al het andere leven, inclusief onszelf. Bovendien: als het om insecten gaat, kan iedereen bijdragen. De juiste plant op je balkon neerzetten helpt al. Je voelt je niet zo klein en machteloos als bij klimaatverandering. Het is ook dankbaar werk, want insecten planten zich snel voort en populaties kunnen zich binnen een paar jaar herstellen. Als we ze de kans maar geven.”

Gure toekomst

Goulsons boek laveert tussen nachtmerrieachtige toekomstvisioenen en de droom van ‘de terugkeer van de natuur’. Hoe hoopvol is hij zelf? “Het hangt er een beetje vanaf op welke dag van de week je me dat vraagt. Als ik zie hoe weinig politici dit serieus nemen, hoe weinig mensen ermee bezig zijn, dan ben ik pessimistisch. Ik denk dat we een gure toekomst tegemoet gaan van conflicten, uitstervende soorten en klimaatverandering.

Maar dat is geen reden om het dan maar op te geven. Integendeel. Alles wat we nu doen, maakt het minder erg. Meer mensen dan ooit weten nu van het lot van de insecten. Als we een kantelpunt bereiken, kunnen nieuwe ideeën zich razendsnel verspreiden. We kunnen zo veel doen! Ik heb dit boek geschreven om de mensen te inspireren, niet om ze een gevoel van hopeloosheid en hulpeloosheid te geven.”

Dave Goulson
Stille Aarde. Hoe we de insecten van de ondergang kunnen redden (vertaald door Nico Groen)
Atlas Contact, 400 blz., € 24,99

Lees ook:

De vrije val van de zweefvlieg

Niet alleen de hoeveelheid insecten neemt dramatisch af, ook de rijkdom aan soorten gaat eraan, blijkt uit onderzoek. En dat kan grote gevolgen hebben.

Henk Tennekes (1950-2020) streed tegen het gemaksgif

Toxicoloog Henk Tennekes, die vorige week overleed, kreeg internationale erkenning voor de ontdekking dat het gebruik van landbouwgif desastreus uitpakt voor bijen. Zijn onderzoek ging nog veel verder. Het hele ecosysteem en ook de gezondheid van de mens staat op het spel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden