Pottenkijkers niet gewenst: eerste gesprek boeren en milieubeschermers ligt gevoelig

Argusvlinder Beeld rv

Milieuorganisaties en wetenschappers praten morgen voor het eerst met boeren en landbouworganisaties over de toekomst van het natuurbeheer. 

Recent onderzoek dat aantoont dat het aantal insecten snel afneemt was de druppel: hoog tijd voor biodiversiteitsherstel. De Vlinderstichting praat ook mee.

Pottenkijkers (lees: politici en journalisten) zijn niet welkom, morgen in het in vergaderzaaltje in Utrecht. Eerst maar eens voorzichtig en kalm de standpunten peilen. Waar liggen de grenzen? Wat is haalbaar? Is er bij alle partijen een zelfde gevoel van urgentie?

“Iedereen moet vrijuit kunnen praten. Het is best een ingewikkeld overleg”, zegt Han Olff, hoogleraar ecologie in Groningen, één van de initiatiefnemers van het besloten biodiversiteitsdebat, waaraan 35 beleidsmakers, bestuurders en directeuren deelnemen.

Geitenwol versus boerenkiel, het kán een verhitte discussie worden. “Dit is een dossier dat twintig, dertig jaar op slot heeft gezeten. Er is veel naar elkaar gewezen. We moeten eerst maar eens vertrouwen krijgen in elkaar. Nu is het tijd voor een gemeenschappelijke aanpak. Gaan we daar uit komen?”

Dat zal toch echt moeten, zegt Titia Wolterbeek, directeur van De Vlinderstichting. Ze schuift morgen aan. “Er moet beslist wat veranderen. We wonen de boel compleet uit hier in Nederland. Van al die landbouwexport wordt niemand beter. De rest van de wereld ook niet.”

Tekst loopt verder na afbeelding

De bruine eikenpage Beeld rv

Soorten lopen terug

De situatie van (dag-)vlinders en libellen in Nederland is ronduit somber. Sinds het begin van de vlindertellingen in 1992 zijn 22 soorten achteruit gegaan. Bij de libellen ook: 21 soorten lopen terug. Dat komt niet alleen door de landbouw. De uitstoot van verkeer en industrie, het veranderende klimaat, het gestage verlies aan leefomgeving, al die factoren dragen net zo goed bij. En er zijn ook echt lichtpuntjes, sommige soorten doen het heel goed. Sinds 1992 zijn twaalf soorten in aantal toegenomen.

Toen uit een recente Duits-Nederlandse studie bleek dat in bijna 30 jaar het aantal vliegende insecten met driekwart is teruggelopen, was Wolterbeek niet heel verbaasd. Over de opzet van die studie is inmiddels discussie (zie kader onderaan). Wolterbeek: “We wisten al lang dat het heel slecht ging. Wij zien sinds 1992 een daling van bijna vijftig procent in de aantallen vlinders en libellen. De stikstof van veehouderijen, industrie en verkeer is één van de factoren. Je ziet dat vooral de soorten die stikstof mijden achteruit lopen, ook in natuurgebieden. Het zijn sluipende effecten.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Spiegeldikkopje Beeld rv

Hoewel er nog niet veel onderzoek is naar het effect van bestrijdingsmiddelen op vlinders, zijn er sterke vermoedens dat landbouwgif een rol speelt bij de daling. “Je ziet bij de toepassing van nieuwe middelen dat die snel op grote schaal worden toegepast, zonder dat er is gekeken naar de effecten van die middelen op andere soorten. De risico’s van sterfte bij andere dieren worden onderzocht, maar eigenlijk kijkt niemand naar de sluipende effecten, bijvoorbeeld op de voortplanting van dieren. Door zo’n insectenstudie breekt het besef ineens goed door dat we wat moeten doen. Ik denk dat boeren ook graag willen dat er wat verandert, maar ze zitten vast in het systeem. Dat systeem moeten we zien te doorbreken.”

Beweging richting natuurherstel

Wolterbeek ziet dat er in de landbouwsector al langer bewegingen richting natuurherstel zijn. Ze was als adviseur betrokken bij een plan van LTO Nederland om in 2030 boeren en tuinders aan te zetten tot een veel gezondere teelt. “De ambities gaan behoorlijk ver.”

Agrarische producten zullen duurder worden, verwacht Wolterbeek. De consument zal voor herstel van de biodiversiteit bereid moeten zijn om meer te betalen voor groente, vlees en zuivel. “Maar als je nu alle maatschappelijke kosten op het gebied van milieu en gezondheid meerekent – kosten die we nu uiteindelijk ook betalen – is dat verschil niet eens zo groot en valt er op veel fronten winst te boeken. Biologische landbouw geeft niet per se veel lagere opbrengsten.”

Dat er nu na de Duits-Nederlandse studie brede maatschappelijke zorg is ontstaan over het lot van insecten, zet De Vlinderstichting aan het denken, vertelt ze. Sinds de oprichting van de organisatie in 1983 is in de publieke uitingen het woord insect altijd wat vermeden. “We dachten dat mensen insecten vooral zagen als akelige, vieze beestjes, die je moet bestrijden. Dat was toen ook zo. Maar inmiddels beseffen heel veel mensen dat insecten enorm belangrijk zijn, ze vormen de helft van de biodiversiteit.”

Tekst loopt verder na afbeelding

De kleine heivlinder Beeld rv

De Vlinderstichting heeft de laatste decennia veel geïnventariseerd in het meten van vlinders en libellen. Ongeveer duizend vrijwilligers lopen in het seizoen wekelijks een vaste route en leggen dan vast wat ze overweg aan vlinders en libellen zien. De kennis die de metingen opleveren worden gebruikt in de praktijk. “Wij praten al veel met boeren. We gaan in het veld kijken waar het beter kan en geven adviezen.”

Bijvoorbeeld over de inrichting van insectenvriendelijke akkerranden, niet met goedkope, uitheemse kruidenmengsels zoals nog vaak gebeurt, maar met bloemen die inheemse vlinders, bijen en libellen aantrekken.

Kritiek op insectenstudie: methode deugt niet

Er is inmiddels kritiek op de opzet van de insectenstudie, die wetenschappers van de Radboud Universiteit onlangs publiceerden. De Nijmegenaren analyseerden gegevens die vrijwilligers in de omgeving van Krefeld sinds 1987 hebben verzameld in ruim 60 kleinere Duitse natuurgebieden, die nabij landbouwarealen liggen. Vliegende insecten werden er 27 jaar lang gevangen en gewogen. Uitkomst: in dat tijdsbestek is het volume met driekwart afgenomen.

"De gegevens zijn ongeschikt voor een fatsoenlijke trend-analyse", stelt Kees Booij, ecoloog en insectendeskundige in Wageningen. Samen met zijn collega Theodoor Heijerman van het Kenniscentrum Insecten zette hij zich stevig af tegen de Nijmeegse studie. Een onderzoek dat rust op statistisch drijfzand, vinden beiden.

De Duitse gegevens zijn weliswaar met de meest geavanceerde statistiekmethoden geanalyseerd, maar, zegt Booij, "met goede statistiek haal je uit ongeschikte gegevens geen goede conclusies." De opzet van het onderzoek deugde niet, vinden ze.

Booij en Heijerman stellen dat zij als insectenexperts zo’n dramatische teruggang zouden hebben gemerkt. Heijerman: "Ik inventariseer sinds ongeveer 1973 vrijwel elk jaar loopkevers. Als in mijn bodemvallen nu 75 procent minder zou zitten dan vroeger, dan zou me dat toch opgevallen moeten zijn."

Booij: "Andere databases wijzen niet op een sterke afname van insecten. Fluctuaties over de jaren zijn heel normaal, er zijn goede en slechte insectenjaren. Het is niet uit te sluiten dat er in het verleden jaren waren dat er tien keer zoveel insecten vlogen, maar misschien ook jaren dat het veel lager was dan nu. Een paar slechte jaren betekent niet dat er een ramp aan de gang is." Booij pleit voor een langetermijnonderzoek.

Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer in Wageningen, vindt dat er niets mis is met de studie. "Voor zover ik kan zien is het onderzoek statistisch op een doeltreffende manier uitgevoerd. Dit soort datasets die een periode van bijna 30 jaar beslaan, zijn nu eenmaal zeer zeldzaam. Als je die niet gebruikt, gooi je zeer waardevolle informatie weg."

Ecoloog Han Olff (Groningen) noemt de kritiek van Booij en Heijerman ‘flinterdun’. De loopkevers van Heijerman lopen over de grond, die vliegen niet, zoals de insecten in Krefeld, schrijft Olff in een reactie op Facebook.

Hij wijst er op dat de twee entomologen toegeven dat het mooi zou zijn geweest als ook in Nederland vliegende insecten op tientallen locaties jaarlijks gemeten waren. Maar dat is niet gebeurd. Olff: "Wageningse entomologen, van wie je zo’n studie zou verwachten, waren kennelijk druk met andere dingen. Maar: de Nederlandse natuur verdient nu biodiversiteitsherstel, niet dit soort pogingen elkaar vliegen af te vangen – want die zijn er toch echt steeds minder."

Lees ook: 'Insecten zijn aan het verdwijnen'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden