InterviewKlimaat

Potgrond met turf is funest voor het klimaat. Dit stel noemt het ‘ecologisch vandalisme’

Karin Bodewits en Philipp Gramlich maken zich hard voor een verbod op het gebruik van turf in potgrond. Beeld Koen Verheijden
Karin Bodewits en Philipp Gramlich maken zich hard voor een verbod op het gebruik van turf in potgrond.Beeld Koen Verheijden

Nederland is een grootverbruiker van turfhoudende potgrond. Terwijl turf – afkomstig uit drooggelegde veenmoerassen – van groot belang is voor het bestrijden van de klimaatcrisis. Tijd voor een verbod, vinden Karin Bodewits en Philipp Gramlich.

De plompe bigbag met 2000 liter tuinaarde bij de oprit van de familie Bodewits-Gramlich oogt als een statement. Het stel dat vorig najaar het drukke München verruilde voor een landelijke prachtplek aan de rand van Oosterbeek maakt zich sindsdien sterk voor de uitbanning van potgrond met als hoofdbestanddeel turf: gecomposteerde planten en mossen afkomstig uit veengebieden, die wereldwijd zorgen voor een aanzienlijke opslag van broeikasgassen. En door hun vernietiging 5 tot 7 procent van de CO2-uitstoot veroorzaken. Liefst twee keer meer dan al het mondiale vliegverkeer.

“Gelukkig hebben planten geen turf nodig”, stelt microbioloog Karin Bodewits vanuit haar royale tuin. “En is het voor de consumentenmarkt eigenlijk helemaal geen geschikt product. Het is zuur – wat voor veel planten slecht is – en er zit geen leven in. Bovendien zijn na drie maanden de toegevoegde voedingsstoffen al op. Gebruik voor tuin- en kamerplanten daarom gewoon turfvrije aarde. Een uitstekend, en vooral ook duurzaam alternatief.”

Toen het paar in het nieuwe thuisland – ook met het oog op de toekomst van hun twee jonge kinderen – wat voor het milieu wilde betekenen, was de kapstok gauw gevonden. “Het belang van turfvrije potgrond lijkt hier één groot zwart gat”, zegt de chemicus Gramlich toepasselijk. “In Duitsland staat het veel meer op de kaart. Daar kun je al overal turfvrije alternatieven krijgen. En in Groot-Brittannië, waar inmiddels de helft is vervangen door alternatieven, wordt het zelfs per 2024 voor particulieren officieel verboden. Van alle Europese landen loopt Zwitserland aan kop. Daar is het gehalte turf in groeisubstraten nog maar 4 procent – in Nederland is dat 86 procent!”

Enige hoop

Toch gloort er enige hoop aan de horizon. Op 8 juli stemde de Tweede Kamer in met een motie van het CDA en GroenLinks om turfproducten voor de particuliere en professionele markt langzaam maar zeker te gaan vervangen. “Fantastisch nieuws dat de politiek nu eindelijk inziet dat een verbod op turf een belangrijke stap is om de klimaatcrisis te bestrijden”, reageert het paar.

Dat het politieke landschap nu enigszins in beweging lijkt te komen, zouden ze op hun conto kunnen schrijven. Afgelopen voorjaar slingerden ze de website turfvrij.nl op het internet. Maar vooral een recente ingezonden brief van Bodewits in Het Parool trok de aandacht. Gramlich: “Al in 2011 heeft de Universiteit Wageningen in opdracht van de overheid een 130 pagina’s tellend rapport geschreven over de kwestie. Maar daar is helemaal niks meer gebeurd – een dood document. Terwijl Nederland nota bene de grootste gebruiker van turf in Europa is. We importeren jaarlijks 4,7 miljoen kuub. Die enorme hoeveelheid is vooral het gevolg van het feit dat dit land de grootste tuinbouwsector ter wereld heeft. De branche neemt 80 procent voor haar rekening.”

Dat het onderwerp tot dusver in Nederland nauwelijks leeft – terwijl we ons wel druk maken over het kappen van de regenwouden – heeft volgens het paar te maken met het feit dat hier geen veengebieden meer worden afgegraven. Omdat die beschermd zijn, of vanwege hun kleinschaligheid economisch gezien oninteressant. “Maar het om zeep helpen van een vierkante meter veen heeft meer impact op het milieu dan het vernietigen van een even groot stuk regenwoud. Hoewel bossen 30 procent van het aardoppervlak beslaan en venen slechts 3 procent slaan laatstgenoemde twee keer meer CO2 op.”

De ontginning van oude veengebieden noemt Bodewits ‘ecologisch vandalisme’. Beeld Koen Verheijden
De ontginning van oude veengebieden noemt Bodewits ‘ecologisch vandalisme’.Beeld Koen Verheijden

“De turf voor de Europese markt komt voornamelijk uit de Baltische landen, Scandinavië, en ook Ierland en Engeland, die er overigens mee gaan stoppen. Een paar jaar voordat de graafmachines komen, wordt zo’n moeras drooggelegd. En nadat de klus is geklaard, laten ze het vaak weer onder water lopen. Maar dan kun je er helemaal niks meer mee, het is totaal vernield. Terwijl de veengronden al vanaf de laatste IJstijd (10.000 jaar geleden) zijn ontstaan, en maar heel langzaam groeien. Eén meter in de duizend jaar.”

Het ‘ecologisch vandalisme’ – zoals Bodewits het noemt – wordt hier zelfs door hardcore klimaatactivisten niet opgepakt, mogelijk omdat veengebieden weinig tot de verbeelding spreken. “Het orang-oetan-effect ontbreekt. Er lopen geen schattige dieren à la de panda rond, terwijl ze een enorme ecologische waarde hebben en hun specifieke ecosysteem van grote invloed is op de biodiversiteit van de directe omgeving. En naast het feit dat ze dienen als CO2-putten, fungeren intacte veengebieden als spons voor regenwater, dat ze vervolgens langzaam weer afgeven. Hierdoor kunnen overstromingspieken als gevolg van extremere regenval verminderen. Engeland – dat de afgelopen paar jaar met enorme watervloeden kampte – stopt niet voor niks met het vernietigen van zijn veengronden.”

De milieubewuste consument die in Nederland op zoek gaat naar verantwoorde potgrond vindt her en der in de schappen wel zakken met onder meer het industriële keurmerk RPP: Responsibly Produced Peat. Dat staat voor een duurzame winning van turf. Bodewits: “Zo’n keurmerk is natuurlijk totale onzin. Turf is net als aardolie een fossiele, en dus niet-hernieuwbare brandstof.”

Ook zijn er – voor wie goed zoekt – turfvrije opties op basis van kokosvezels, houtsnippers, of Italiaans rijstkaf verkrijgbaar. Over de eerste twee genoemde alternatieven zijn Bodewits en Gramlich evenmin enthousiast. “Kokosvezels zijn weliswaar een restproduct, maar komen van de andere kant van de wereld – maken dus veel transportkilometers. Maar wat vooral telt, is dat palmboomplantages vaak staan op voormalige veenmoerassen. En voor wat betreft die houtsnippers kun je je afvragen waar dat hout vandaan komt.”

Neem daarom gewoon bladaarde, of een mengsel van lokaal geproduceerde schors of mest, propageert het paar, dat laatstgenoemde optie gebruikt. En schaal de productie op van alternatieven door de half miljoen kuub groen afval te gebruiken die jaarlijks in de verbrandingsovens verdwijnt voor bio-energie dat de laatste tijd steeds meer onder vuur ligt. Zo kan een kwart van de turf voor consumentengebruik worden vervangen. De rest is aan te vullen met riet en lisdodde: veelbelovende alternatieven, die duurzaam kunnen worden geteeld.

Spotgoedkoop

Voor de tuinbouwsector zijn die alternatieve opties niet erg bruikbaar volgens de Oosterbekers. “Die kiest voor vederlichte turf omdat het spotgoedkoop is, en omdat het – door het duizenden jaren durende verteringsproces – geen voedingsstoffen bevat. Die voegt de branche er liever zelf in nauwgezette doseringen aan toe om de voorgenomen productiedoelen te kunnen behalen.”

Inmiddels is er ook voor professioneel gebruik een door de wetenschap beproefde uitwijkmogelijkheid, melden Bodewits en Gramlich. Turf gemaakt van sphagnum, ofwel veenmos: een plantje dat kan worden verbouwd op de afgegraven veengronden of vlotten op meren en plassen. Om de Nederlandse branche te kunnen voorzien is 40.000 tot 60.000 hectare aan kweekoppervlak nodig. Over vijf jaar kan de tuinbouwsector daarmee zijn overgeschakeld op turfvrije potgrond dat nagenoeg dezelfde eigenschappen heeft, en weliswaar wat duurder is maar altijd nog betaalbaar.

Bodewits: “Daarvoor dient er natuurlijk wél gas te worden gegeven. Maar dat moeten bedrijven sowieso om de klimaatdoelen van 2030 te halen.”

‘Moestuinmaatjes van Albert Heijn een mislukking’

Turf wordt ook gebruikt voor kweekbakjes, waaronder de Moestuinmaatjes van Albert Heijn die afgelopen voorjaar wederom een rage waren. Microbioloog Karin Bodewits noemt de bakjes voor de gratis bloemen- en groentezaadjes “een van de slechtste uitvindingen van deze eeuw”.

Bodewits: “Het ziet er schattig uit, maar wordt uiteindelijk niks. Omdat turf water vasthoudt, blijven de potjes nat, waardoor ze al snel beschimmelen. Wat bedoeld is als een leuke actie om kinderen bewustwording voor de natuur en voedsel bij te brengen, wordt dus meestal een mislukking.”

Lees ook:

Veen, een omstreden ingrediënt van potgrond

Plantenvoedingfabrikant Pokon heeft bio-potgrond op de markt gebracht die beter schijnt te zijn voor het milieu. Maar wat kan er nou biologisch zijn aan potgrond?

Experiment: potgrond uit de Weerribben

Jaarlijks worden miljoenen kubieke meters veen afgegraven in Duitsland en de Baltische Staten om onze kas- en kamerplanten in te laten groeien. Daarbij komt veel CO2 vrij. Een groen alternatief is in zicht: potgrond uit natuurgebied de Weerribben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden