Polen kiest bewust voor kolen

Milieu-activisten protesteren voor het Poolse ministerie van economische zaken tegen de kolen- en klimaattop, een tegenhanger van de VN-klimaattop die even verderop in Warschau wordt gehouden. Beeld epa

Heel vervelend, dat broeikaseffect. Maar Polen, voorzitter van de klimaattop, zit er niet zo mee. Warschau hecht aan zijn goedkope, vieze kolen.

Het Poolse ministerie van economische zaken is een vesting. Terwijl aan de overkant van de rivier de wereld onderhandelt over het klimaat, hebben zich hier de grootvervuilers verschanst met een tegentop: de 'International coal and climate summit'.

Op elke hoek van het gebouw staan agenten. 's Ochtends klommen actievoerders van Greenpeace op het ministeriële dak met een spandoek: 'Wie regeert Polen? De kolenindustrie of de burgers?' Volgens de milieuorganisatie is Polen als voorzitter van de klimaattop vergelijkbaar met 'Don Corleone als voorzitter van een conferentie over het naleven van de wet'.

Voor de tweede keer in zes jaar is het kolengestookte Polen gastland voor de VN-klimaattop die tot doel heeft het broeikaseffect tegen te gaan. Veertig procent van de broeikasgassen is het resultaat van kolenstook. Op voorzitter Polen maakt dat geen indruk. 'De Poolse energiesector was, is en zal in de voorzienbare toekomst gebaseerd zijn op kolen', concludeerde een strategische studie van de regering vorig jaar.

Statistisch effect
Op het eerste gezicht kan Polen niets worden verweten. "We hebben de afgelopen twintig jaar onze CO2-uitstoot met dertig procent gereduceerd en tegelijkertijd een economische groei van 200 procent gerealiseerd. Geen enkel ander land is dat gelukt. Zeker niet Duitsland, dat twee keer zoveel CO2 uitstoot als Polen, maar waarop iedereen wijst als voorbeeld", aldus Marcin Korolec in een radiointerview. De voormalig staatssecretaris van economie is sinds kort minister van milieu, waarmee milieu de facto een bijkantoor van economische zaken is geworden.

Minister Korolec vertelde er niet bij dat Duitsland ruim twee keer zoveel inwoners heeft als Polen en dat Polens CO2-reductie vooral een statistisch effect is. Als ijkpunt voor de CO2-berekeningen geldt het jaar 1988, toen de verspillende planeconomie van het communisme nog op volle kracht rookte en dampte. Een kwarteeuw later produceert Polen nog altijd tien keer zoveel CO2 per eenheid bbp als Duitsland. De energie-efficiëntie ligt in Duitsland ruim twee keer zo hoog.

De reden is simpel: vrijwel alle stroom in Polen komt uit bruin- en steenkoolcentrales, die dertig jaar of ouder zijn. De komende jaren zijn miljarden nodig voor modernisering. Volgens ecologen een goed moment om na te denken waar dat geld naartoe moet. "Bijna negentig procent van de Polen is voor investeren in groene energie", betoogt Greenpeace met verwijzing naar een recente opiniepeiling.

Maar de regering in Warschau wil op oude voet verder. "Een relatieve goedkope en toegankelijke manier om de emissie wereldwijd terug te dringen, zelfs met 20 procent, is het vervangen van bestaande kolencentrales door installaties die een betere verbranding geven", aldus minister van economische zaken Janusz Piechocinski aan de vooravond van de kolentop in zijn ministerie.

 
Polen als voorzitter van de klimaattop is vergelijkbaar met Don Corleone als hoofd van een conferentie over het naleven van de wet

Manipulatie
"Onzin", meent Michal Wilczynski. "Er bestaan geen schone kolen, of schone kolenverbranding." De geoloog spreekt in een tent in de schaduw van het Cultuurpaleis, waar het Instituut voor Ekologische Ontwikkeling een anti-kolencongres houdt.

"De cijfers worden gemanipuleerd", betoogt de geoloog. "Dertig jaar oude, al lang afgeschreven kolencentrales worden vergeleken met windmolens die nog moeten worden gebouwd." Bovendien wordt de kolenindustrie met subsidies overeind gehouden. Het grootste van de drie staatsmijnenconcerns, Kompania Weglowa, kostte de belastingbetaler in de jaren 2003 tot 2011 bijna anderhalf miljard euro meer dan het opbracht.

"Polen heeft volop hernieuwbare energiebronnen", zegt Wilczynski. Maar wind-, zonne- en geothermale energie blijven vrijwel onbenut. De enige 'groene' energiebron die eruit springt is biomassa: 300 procent van het beschikbare potentieel wordt benut. Dit is het resultaat van grootschalige import van hout, zaagsel, schillen en ander landbouwafval.

Die biomassa zorgt voor een paradox: de grootste producenten van 'groene' energie in Polen zijn de kolencentrales. Van over de hele wereld wordt biomassa aangesleept om samen met kolen in het vuur te eindigen. Tot voor kort werden er zelfs bossen gekapt om de kolencentrales te vergroenen.

Dit jaar stak de Poolse regering daar een stokje voor, maar ze besloot ook dat de 'co-verbranding' nog vijftien jaar mag doorgaan. En dat blokkeert producenten van andere, beter gezegd échte, groene energie. De grote vervuilers hoeven niet bij hen aan te kloppen voor 'groene certificaten', waarmee ze hun CO2-uitstoot moeten compenseren. Hierdoor blijft de prijs van deze certificaten laag en vloeit er dus weinig geld uit de zwarte- naar de groene sector.

Steun
Veel groenestroombedrijven zijn het afgelopen jaar failliet gegaan en het doel van 15 procent groene stroom in 2020 is verder weg dan ooit. Alle opinieonderzoeken van Greenpeace ten spijt, lijken de Polen zich daar geen zorgen over te maken.

Het loopt dan ook niet storm in de tent van de ecologen. De kolenplannen van de regering kunnen rekenen op de steun van de oppositie en van de meeste media. 'Wij zijn een land in ontwikkeling en hebben goedkope energie nodig. En die krijgen we door kolen te verbranden', betoogt de liberale krant Gazeta Wyborcza in een commentaar. 'De druk om af te stappen van kolen, is als een aanmoediging tot zelfmoord.'

 
Wij zijn een land in ontwikkeling en hebben goedkope energie nodig. En die krijgen we door kolen te verbranden

Greenpeace wijst op een ander soort zelfmoord: 'Ieder jaar sterven in Polen 5400 mensen aan de gevolgen van de vervuiling veroorzaakt door kolencentrales'. Met de kolendamp gaan niet alleen CO2 en methaangas maar ook allerhande zware metalen de lucht in. Daarbij komen nog grondwatervervuiling, verzakkingen en aardbevingen.

"Als je die kosten meerekent, is steenkool helemaal niet goedkoop", aldus geoloog Wilczynski. "Steenkool is een aflopende zaak." Hij toont de ene statistiek na de andere ter illustratie: dalend kolenverbruik, krimpende voorraden en groeiende import.

"Amerika en Europa verbruiken steeds minder kolen. Amerika zet zijn overbodige kolen tegen lage prijzen af op de wereldmarkt." Daar kunnen de ondergrondse mijnen in Zuid-Polen niet tegen concurreren. Als die trend doorzet, zal de import over tien jaar de binnenlandse productie voorbijstreven en blijft er weinig over van het kroonargument van de kolenlobby: onafhankelijkheid van het buitenland. Wilczynski: "Die steenkolenconferentie in het ministerie is niet meer dan muizengepiep".

Banken verdienen aan vervuiling, ook de Nederlandse
'Een twintigtal banken uit een paar landen ondermijnen alle inspanningen om ons klimaat te beschermen.' Dat is de conclusie van het rapport 'Banking on coal', dat milieu-ngo's afgelopen week presenteerden.

ING valt net buiten deze toptwintig, maar de Nederlandse bankensector als geheel eindigt op de elfde plaats in de ranglijst van landen die de expansie van de kolenindustrie financieren.

Aan de voordeur overtuigen banken hun klanten dat ze werken aan een schoner milieu, terwijl ze aan de achterdeur miljarden naar de grootste vervuilers van de planeet schuiven.

Citibank ('the most innovative investment bank for climate change and sustainability') voert de lijst aan met leningen en garanties ter waarde van ruim zeven miljard dollar, direct gevolgd door zijn Amerikaanse branchegenoten Morgan Stanley ('makes your life greener and helps tackle climate change') en Bank of America ('financing on low carbon economy').

Maar ook de Europeanen doen een duit in het zakje. Deutsche Bank werkt naar eigen zeggen op 'een klimaat-neutrale basis sinds 2013', maar schoof afgelopen jaar ruim vijf miljard dollar naar de kolen. Credit Suisse 'draagt zorg voor het klimaat', maar financiert de kolenindustrie met bijna vijf miljard dollar.

Banken faciliteren een wedloop naar de afgrond, menen de ngo's. Ieder jaar investeren ze miljarden in de speurtocht naar kolen, terwijl de huidige bewezen wereldvoorraad (1036 miljard ton) nu al een fatale overdosis CO2 bevat.

Als we 20 procent van deze kolen opstoken, maken we nog 50 procent kans de temperatuurstijging te beperken tot twee graden, berekende het Internationaal Energieagenschap. Met andere woorden: 80 procent van de kolenvoorraad moet in de grond blijven.

De kans dat dat lukt is klein, want de mensheid stookt kolen als nooit tevoren. De steenkoolproductie verdubbelde tussen 2000 en 2012 van 3,6 tot 7,2 miljard ton. Sinds 2005, het jaar waarin het Kyoto-verdrag van kracht werd, is de capaciteit van kolencentrales met 35 procent opgevoerd. De grote stokers zijn China en India, de grote delvers Amerika, Australië en Indonesië.

 
Aan de voordeur overtuigen banken hun klanten dat ze werken aan een schoner milieu
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden