Poep kan de sprinkhaan redden

Wrattenbijter. In heel Nederland is er slechts één populatie van deze soort, op het artillerieschietterrein op de Oldebroekse Heide. Beeld Jelger Herder, Buitenbeeld

Hoe bescherm je zeldzame sprinkhanen? Door om te beginnen hun poep uit te pluizen, denkt onderzoeker Hein van Kleef. Daarvoor moet je ze wel eerst vangen.

Het schelpenpad knispert, de bladeren ruisen, een vrachtwagen trekt brommend op. De zon schijnt en Hein van Kleef, senior ecoloog van ecologisch onderzoeksbureau Stichting Bargerveen, loopt rustig langs de verlaten spoorlijn. Hij tuurt, doet af en toe de handen achter de oren om ze te richten en luistert geconcentreerd. Dan sluipt hij de vegetatie in. De hand gaat open, de hand gaat dicht, een sprinkhaan zit gevangen. Het dier gaat in een potje en blijkt wonderschoon: knalgroen met beige poten en ‘rugbult’, dik en groot.

“Zo. Die kan rustig poepen. Dat kunnen sprinkhanen, en ook deze zadelsprinkhaan, als de beste”, zegt Van Kleef. Hij zet het potje in de schaduw achter een struik en loopt verder op het schelpenpad. Enthousiast begint Van Kleef te vertellen over zijn onderzoek naar de zadelsprinkhaan en de kleine wrattenbijter, beide uiterst zeldzaam. Plaats van handeling is het sprinkhanenreservaat Heumensoord bij Nijmegen.

Het gaat deze twee sprinkhaansoorten niet best. De kleine wrattenbijter is er het slechtst aan toe. In heel Nederland is er slechts één populatie, op het artillerieschietterrein op de Oldebroekse Heide. Van Kleef: “Een gezonde populatie van honderden dieren, maar die leven met z’n allen op één plek en dat maakt hen natuurlijk heel kwetsbaar. Er hoeft maar iéts te gebeuren of het dier is uit ons land verdwenen.” 

De zadelsprinkhaan kent een wijdere verspreiding dan de kleine wrattenbijter. Maar ook deze sprinkhaansoort leeft in Nederland nog maar op een paar locaties. Beeld Hein van Kleef

De zadelsprinkhaan staat er iets beter voor, maar meer dan een handjevol populaties leven er ook van deze sprinkhaan niet meer. Ook de zadelsprinkhaan komt op het artillerieterrein voor. “Defensie, of beter het Rijksvastgoedbedrijf dat defensienatuur beheert, wil weten hoe ze de twee zeldzaamheden zo goed mogelijk kunnen beschermen. Aan ons te achterhalen vanwaar de teloorgang en wat te doen.”

Opeens verwisselt Van Kleef schelpenpad voor hobbelig, ‘stil’ gras en luistert aandachtig. Naar niets, zo lijkt het. De ecoloog imiteert sissend het geluid, ‘sri sri sri sri’ en wijst hem aan: een groene knoeperd op een net zo groen blad.

De onderzoeker vertelt door. De kleine wrattenbijter en de zadelsprinkhaan leven beide op droge zandgrond en heide. Ze eisen een gevarieerde structuur met open en begroeide plekken. “Maar ook uit terreinen met de juiste structuur zijn de twee verdwenen. Dan ligt het dus aan iets anders.”

Stikstof

Maar waaraan? Uit eerder onderzoek op droge heide is bekend dat de insecten veel last hebben van de scheve verhouding tussen stikstof en fosfaat als gevolg van zure regen. Door de stikstofneerslag is de bovenste grondlaag veel te rijk aan stikstof. Planten en daarmee dus ook dieren hebben een ongezond hoog stikstofgehalte.

Ook het unieke leefgebied van de kleine wrattenbijter maakt het logisch de oorzaak te zoeken in het voedsel. Het artillerieterrein op de Oldebroekse Heide is het enige in Nederland waar met mortieren wordt geschoten. De bommen slaan enorme kraters waarbij de stikstofarmere ondergrond naar boven komt. Ook de zomerbranden werken mee. De heide staat om de haverklap in brand door de mortieren. Daardoor wordt stikstof afgevoerd.

Poep analyseren

“Stap één is dus onderzoeken wat de twee sprinkhanen eten. De dieren observeren is geen doen, ook al springen ze niet of niet ver. Poep analyseren kan wel. Gelukkig zijn beide soorten flinke schijters. In 24 uur produceren ze achttien bolussen van drie millimeter.”

Dat betekent niet dat de fecaliën makkelijk te vinden zijn. Een sprinkhaandrol lijkt op een piepklein takje. “En áls je er al een vindt, weet je niet wie de afzender is”, zegt Van Kleef. Vangen en in het laboratorium laten poepen en daarna de uitwerpselen analyseren is dus de enige manier.

In tegenstelling tot de kleine wrattenbijter (een carnivoor) is de zadelsprinkhaan omnivoor. Zijn poep geeft daarmee informatie over de kwaliteit (de verhouding stikstof/fosfaat) van zowel planten als dieren. Sprinkhanen eten over het algemeen langzame prooien zoals rupsen en luizen. Vanwege dat gevarieerdere dieet richt het onderzoek zich dit jaar op de zadelsprinkhaan. Op de volwassen dieren welteverstaan: die zijn het makkelijkst te vangen. Mannen zijn voor specialisten makkelijk te vinden aan de hand van hun getsjirp, vrouwen hangen om ze heen.

Sprinkhanenpoep Beeld Monica Wesseling

De afgelopen weken zijn er al heel wat dieren gevangen en meegenomen. Uitsluitend van het defensieterrein, want alleen daarvoor heeft Van Kleef vergunning. De veel moeilijker vindbare nimfen (jonge sprinkhanen) zijn in dit stadium van het onderzoek nog niet nodig, legt Van Kleef uit. De dieren hebben de afgelopen weken flink zitten poepen en ze mogen weer naar buiten. “En dan komt het echt grote werk: met DNA-analyses bepalen wat de zadelsprinkhanen gegeten hebben.”

Primers

Om DNA-onderzoek te doen moet niet alleen het DNA van heel veel planten en dieren bekend zijn, maar zijn bovendien zogeheten ‘primers’ nodig. De primers maken het DNA vrij uit de ontlasting zodat het kan worden uitgelezen. “En we weten niet of we al de juiste primers hebben en of we er genoeg van hebben. Dat moet dit jaar duidelijk worden uit deze uitwerpselen.”

Volgend jaar worden van zowel de zadelsprinkhaan als de kleine wrattenbijters nog veel meer volwassen dieren gevangen en moeten ook de jonge sprinkhanen in het laboratorium ‘zich ontlasten’. Het jaar erop volgt een analyse van de planten en dieren zelf. Het aloude metier van met netten insecten verzamelen en planten plukken.

Honderden analyses van uitwerpselen en duizenden uren veldonderzoek later hoopt Van Kleef een uitspraak te doen over de redenen van de teloorgang en vooral ook over hoe het tij te keren.

Op de terugweg zit de zadelsprinkhaan nog braaf te poepen in zijn potje. Twee drollen in één uur tijd. De schijterd.

Lees ook:

De modderkruiper, het buitenbeentje onder de vissen, loopt gevaar

Ondiepe sloten met een dikke laag modder en veel waterplanten. Dat is de ideale wereld voor de grote modderkruiper. Maar juist die leefomgeving loopt gevaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden