Peter Segaar laat in de gemeenschappelijke binnentuin zijn allereerste zonnepaneel zien.

InterviewPanelenpriester Peter Segaar

Peter Segaar is helemaal gek van het zonnepaneel

Peter Segaar laat in de gemeenschappelijke binnentuin zijn allereerste zonnepaneel zien.Beeld Inge van Mill

Het orakel van de Nederlandse zonne-energie woont in Leiden. Bewoner Peter Segaar legde twintig jaar geleden panelen op zijn dak en raakte verslingerd aan zonnestroom. Zelfs op fietsvakantie gaat hij zonneparken bekijken.

Wat Mick Jagger of Max Verstappen is voor de één, is het zonnepaneel voor Peter Segaar (60). Hij is fan. Hij volgt de ontwikkelingen goed, obsessief bijna. Op een eigen website plaatst hij alles wat los- en vastzit, zolang het maar over panelen gaat. Onder de noemer wâzeggu deelt hij daar nieuwe taalvondsten die gaan over zonne-energie, zoals ‘spookpanelen’ uit Trouw (niet geregistreerde zonnepanelen) en de geuzennaam ‘panelenpriester’.

Bovenal staat Segaars website, PolderPV, en zijn twittertijdlijn vol met grafieken, die blootleggen hoeveel zonnepanelen er in Nederland liggen en hoeveel groene stroom die opwekken. “Ik ben er fulltime mee bezig”, zegt Segaar in de achtertuin van zijn woning in Leiden. Daar heeft hij een kampeertafeltje met twee vouwstoelen uitgeklapt, voor een virusvrij interview.

Op het gras van de tuin, die de huurders hier met elkaar delen, heeft Segaar pontificaal een groot blauw zonnepaneel neergezet. “Daar begon het mee”, zegt hij, kloeke wandelschoenen aan en gestoken in fleece­trui. Dit is een van zijn eerste zonnepanelen, in 2000 aangeschaft als set van vier. “De trigger was een artikel in het Greenpeace Magazine. Daar stond een oproep in: zonnepanelen zijn fantastisch, schrijf je in zodat ze bereikbaar worden voor het grote publiek. Energiebedrijf Nuon deed samen met Shell, dat in die tijd nog zonnecellen produceerde in Helmond, het winnende aanbod.

Met goedkeuring van zijn woningcorporatie Portaal plaatste Segaar de panelen op zijn dak, destijds nog een unicum in Nederland. Daar hield het niet bij op. Integendeel: door de plaatsing van de donkerblauwe energiebronnen zou het leven van de Leidenaar in het teken van zonne-energie komen te staan. “Ik begon direct met monitoren, heel intensief”, zegt Segaar. Daarvoor gebruikte hij de modernste software.

De stroomproductie op zijn dak kon hij nauwkeurig op zijn computer volgen. “En wat bleek: die dingen produceerden veel meer stroom dan in de bedrijfsfolder stond.” Dat zou een rode draad worden bij het meetwerk dat Segaar op eigen houtje in praktijk bracht. Officiële cijfers over zonnestroom, tot die van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan toe, strookten niet met zijn data.

Nadat Segaar in 2015, als spreker op een congres voor zonne-energie, kritiek uitte op CBS-cijfers, kreeg hij een verzoek. Of men zijn data mocht inzien, om aan de landelijke statistieken toe te voegen. Zo geschiedde. Dat maakt hem trots.

Katzwijm

“Meten is weten”, roept Segaar uit, tussen het gekwetter van de kauwen in zijn achtertuin door. Hij maakte er de afgelopen twintig jaar zijn missie van om de werkelijke opbrengst van zonnepanelen in Nederland aan te tonen. “Dat was nodig ook. Denk eens aan Laurens Jan Brinkhorst, die in zijn tijd als minister riep dat zonnepanelen alleen maar zin hebben in de woestijn. Daar begon ik natuurlijk van te schuimbekken!” Segaar kon met zijn data het tegendeel bewijzen, zelfs met zijn oude en relatief zwakke zonnepanelen. Dan te bedenken hoeveel beter de nieuwste zonnepanelen tegenwoordig zijn, zegt hij. “Goedkoper, krachtiger, efficiënter.” Dat is vooral te danken aan de Aziaten, die verbeteringen blijven doorvoeren. “Dat gaat hard. En de volumes van zonnepanelen die de Chinezen produceren, tientallen gigawatten; jongen, daar valt de hele Europese zonnemarkt van in katzwijm.”

Segaar geniet zichtbaar, als hij het heeft over zonnecellen, silicium, kilowatturen. Zonnepanelen en het rappe tempo waarmee die in het straatbeeld verschijnen laten volgens hem zien dat er hoop is dat het klimaatprobleem wordt opgelost. “De energietransitie roept vaak negatieve emoties bij mensen op. Maar we moeten er wat van maken”, zegt hij. Op de dag van het interview blijkt uit officiële weerdata dat 2020 het warmste jaar ooit gemeten is, weet Segaar. “Maar moet je je dan laten leiden door doemscenario’s en in een hoekje gaan zitten trillen”, vraagt hij. “Daar heb ik geen zin in, daar schiet je werkelijk niets mee op”, zegt hij op de toon van een peptalk.

“Ik richt me op de progressie die ik zie, in zonne-energie.” De doorbraken die zonnepanelen door de jaren heen laten zien, in stroomopbrengst en prijsdaling, zijn volgens hem duizelingwekkend. “En het einde is niet in zicht”, zegt Segaar. Nieuwe technieken, zoals de toevoeging van het mineraal perovskiet aan een zonnecel, krikken de efficiëntie verder op. “Tientallen onderzoeksinstituten zijn daar druk mee bezig.” Reden genoeg om positief te blijven dus, vindt Segaar.

Peter Segaar toont het een stukje van zijn zonnepaneel.Beeld Inge van Mill

Aan klimaatontkenners of mopperaars besteedt de Leidenaar niet al te veel aandacht, hij kiest bewust voor optimisme en een kwinkslag. Voor bezoek bakt hij appeltaart op energie van zijn eigen dak, in de elektrische oven. Als bewijs prikt hij daar een zonnetje in, op een satéprikker. Segaar publiceert, als ode aan duurzame doorzetters, verder nog een ‘Tetris van de week’: zonnepanelen die door een bewoner als puzzelstukjes, met moeite, om dakramen en schoorstenen heen zijn gelegd.

Zelfs op vakantie laat Segaar zijn liefde voor het zonnepaneel niet los. “Afgelopen september heb ik op fietsvakantie door Nederland veertig zonneparken bekeken”, zegt hij alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Hij weet naar eigen zeggen alle 410 zonneparken die in Nederland liggen te vinden. Hij kruiste ze aan op de fietskaart (een mobiele telefoon heeft Segaar niet). Tijdens de fietsvakantie, samen met zijn vriendin, sloegen ze zelfs af en toe een zijweg in om de zonnepanelen te bekijken. Prachtig, vindt Segaar dat om te zien. Soms fietst hij al langs een vergunde locatie, nog voor het eerste paneel er ligt. Gewoon om te weten wat er speelt, in de ontwikkeling van zonne-energie. Van kritiek op grote zonneparken op Nederlandse (landbouw)grond wil hij niets weten.

“Landschapsverstoring? Eerst alle daken vullen? Dat vind ik van die kuluitspraken.” Volgens Segaar heeft Nederland zonnevelden nodig om de klimaatdoelen te halen. Hij vindt het acceptabel om daar zo’n 0,5 procent van het landbouwareaal voor te gebruiken, wat volgens brancheorganisatie Holland Solar nodig is in 2050. “Zonneparken zijn kunstmatig, maar dat is landbouw toch zeker ook?”, zegt Segaar, opgeleid als bioloog. “Door exportland in de landbouw te worden hebben we risico’s genomen, door plaaggevoelige monoculturen te kweken en de grond te verzieken met gif.” De suggestie dat zonneparken op landbouwgrond gezonde grond aantasten, verwerpt Segaar. “Je kunt zonneparken combineren met natuur. We moeten af van het dogmatische denken dat zonneparken niet deugen.”

Azijnpissers

Een negatief oordeel over zonnepanelen, of het nu op water of land is, zal je uit zijn mond niet snel horen. Hij ‘hekelt azijnpissers’ die mopperen op duurzame energie, staat in zijn twitterprofiel. “Er wordt zo negatief gedaan over duurzame energie. Onterecht. Er is geen alternatief. Thoriumcentrales zijn een illusie. Kernenergie blijkt te duur te zijn.” De politiek vraagt erom, maar energiebedrijven beginnen er momenteel niet aan. Daar is Segaar niet rouwig om, want hij keurt kernenergie af wegens het probleem van gevaarlijk nucleair afval.

Segaar wijst om zich heen, naar de daken van buren. Zowel links als rechts glinsteren er panelen in de winterzon. Sommigen zijn neergelegd door woningcorporatie Portaal, anderen door het collectief Energiek Leiden. Door subsidies van de overheid en collectieve inkoopacties zoals Wij Willen Zon van Urgenda, waarbij burgers samen zonnepanelen aanschaften, is zonne-energie in Nederland sneller van de grond gekomen dan Segaar twintig jaar geleden voor mogelijk had gehouden.

De Leidenaar wil nog iets laten zien, wat illustreert dat technische doorbraken voor het klimaat niet onderschat mogen worden. Hij pakt een Nieuwe Revu van de kampeertafel, jaar van uitgave: 1983. ‘Heet en hard’ staat er op de omslag, naast een foto van en schaars geklede vrouw. Als panelenfanaat moet Segaar hard lachen om die titel, in combinatie met de inhoud van het blad. Binnenin staat een groot artikel over de destijds nieuwste zonnepanelen, die liggen te bakken in de zon. Dikke plakkaten waren het toen, zonder verfijning. “Een bewaarexemplaar”, lacht Segaar. In vakbladen nu zijn die panelen zó elegant, dat ze nauwelijks nog te onderscheiden zijn van dakpannen.

Lees ook:

De zon heeft toch toekomst in Nederland

Zonne-energie in Nederland leek geen toekomst te hebben, schreef Trouw-columnist Vincent Dekker in 2012. Panelen te duur, subsidie te lastig, verrekenen met je eigen verbruik een crime? Dat pakte allemaal toch heel anders uit. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden