Interview Verantwoord maaien

Overijsselse rietsnijders zijn bezorgd: ‘Straks verdwijnt het riet en komt er bos voor in de plaats’

Johan de Dood op zijn rietland in de Weerribben. Beeld Herman Engbers

Rietsnijders in de Weerribben maken zich zorgen over een aangekondigde halvering van de beheerssubsidie. Met een lagere vergoeding komen volgens hen natuurwaarden in het gedrang.

Jan Peter de Dood  (74) staat in een schuur rietstengels te sloeken. Met een soort ronddraaiende borstel wordt het geoogste riet mechanisch uitgekamd. Onkruid en zijstengels worden los gebezemd, zodat er mooie strakke stengels overblijven. De dikke stengels van de lisdodde moeten eruit, want die willen veel klanten liever niet tussen het riet.

De Dood is de zesde generatie uit een geslacht van rietsnijders, zoon Johan – zijn opvolger – is de zevende en diens zoon Joey, hoewel nog slechts 19 maanden jong, is op weg nummer acht te worden. “Maar dat moeten we eerst maar eens zien”, zegt Johan (43).

Generaties lang was de dertig hectare rietland die vader en zoon in het Overijsselse natuurgebied De Weerribben bewerken, eigendom van de familie. Maar op enig moment midden jaren ’50 was er geld nodig en toen is alles verkocht aan Staatsbosbeheer. Sindsdien pachten ze de grond. En ze plegen, volgens de regels van Staatsbosbeheer, natuurbeheer in het gebied. De laatste jaren ligt steeds meer nadruk op natuurbehoud. Al is de handel ook belangrijk. Bij de schuur van de firma De Dood in het buurtschap Nederland liggen de bossen riet hoog opgetast. Het meeste is al verkocht.

Bos

Maar, om in de sfeer te blijven, er is sprake van wat ruis: de provincies hebben aangekondigd dat de subsidie op het beheer van veenmosrietland – dat is ongeveer een derde deel van de rietgronden die de familie in de Weerribben pacht – wordt verlaagd van 1600 euro per hectare naar 864 euro. Zowat een halvering.

Vader Jan Peter de Dood pakt een bos rietstengels om die te 'sloeken’, het mechanisch verwijderen van onkruid en zijstengels van riet. Beeld Herman Engbers

“Dat gaat niet lukken. Voor dat geld kunnen wij geen natuurbeheer overeind houden”, zegt Johan de Dood. “Het gevolg kan zijn dat we die hectares rietland moeten opgeven. Dan verdwijnt het riet en komt er bos voor in de plaats.”

En verbossing wil niemand, want het nationale park Weerribben-Wieden in de gemeente Steenwijkerland is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van Noordwest-Europa. De Weerribben staan onder Europese bescherming als Natura2000-gebied. Het jaarlijkse snijden van riet is hard nodig om de bijzondere natuurwaarden te behouden.

Door de aangekondigde verlaging van de beheersvergoeding is er onmiskenbaar onrust onder de Overijsselse rietsnijders. De Christen-Unie stelde al vragen in de Tweede Kamer over het naderend onheil. Minister Carola Schouten van landbouw antwoordde in juni dat zij hoopt dat er een oplossing komt en deelde mee dat ze met de provincies in gesprek zal gaan. Maar voorlopig is Johan de Dood er nog niet gerust op.

Er is veel vraag naar riet in Nederland, vooral naar riet uit de Weerribben, want dat is doorgaans van uitstekende kwaliteit. Maar de vraag is groter dan het aanbod. Er wordt riet voor het dekken van daken geïmporteerd uit Oostenrijk, Turkije, Hongarije, Roemenië, Oekraïne en China.

Grondkwaliteit

Vader Jan Peter zet de kammachine, waarmee hij de rietstengels sloekt, even stil: “In Nederland heb je regionaal al kwaliteitsverschil. Fries riet is bijvoorbeeld zachter dan het riet uit de Weerribben. Het riet uit Tiengemeten in het Haringvliet in Zuid-Holland wordt gezien als de eerste soort riet. Dat komt door de zandlagen in de bodem.

Johan de Dood en zijn vrouw Yfke op een rib tussen twee rietvelden. Ze zoeken naar meer sporen van een otter, nadat Yfke drollen van een otter heeft gevonden. Beeld Herman Engbers

De grond bepaalt de kwaliteit. Riet uit Oekraïne is keihard, dat gaat op een dak bij aanhoudende regen krullen en dat breekt ook makkelijk af. Komt door het zoutgehalte.”

Maar na dit lesje in rietkwaliteit, verwijst senior lachend naar zijn zoon. “Hij is de directeur, ik werk hier slechts als vrijwilliger.” Hup, daar gaan weer stengels riet in de kammachine.

De twee werken intensief samen. Nooit ruzie en als je het een keer niet eens ben met elkaar, ‘dan loop je een rondje rondom het bedrijf en de rietvelden’, zegt Johan. “Je komt elkaar weer tegen bij de koffie in de werkkeet.” Johan volgde cursussen om erkend natuurbeheerder te worden. “Er komen steeds meer eisen bij. We doen eigenlijk almaar meer werk, voor hetzelfde geld. Maar het moet, het rietsnijden is onze broodwinning, als pachters moeten wij aan de regels van Staatsbosbeheer voldoen.”

Dat betekent onder meer dat er ieder seizoen na 1 april geen werk meer wordt gedaan in de velden, omdat dan het broedseizoen is begonnen. Het werk begint gewoonlijk rond 1 december – als het niet regent of sneeuwt. Riet moet droog zijn bij het oogsten. Ze staan als rietsnijder dicht bij de natuur, ze zien otters zwemmen, roerdompen in het riet staan, ze zien de zwarte stern en talloze roofvogels vliegen.

Het steekt Johan de Dood dat de samenwerkende provincies de beheersvergoeding hebben verlaagd op grond van één steekproef. “Een loonwerker in de omgeving van Amsterdam heeft daar een rietveld gemaaid en dat is bepalend geweest voor de korting op de subsidie. Maar de omstandigheden daar zijn heel anders dan hier in de Weerribben. Dit is moerasgebied en hier groeit een heel ander soort riet.”

Moerasvogels

De manier waarop in Amsterdam het riet werd gesneden, is ook slecht voor de natuur, vult zijn vrouw Yfke aan. “Loonwerkers werken zo snel mogelijk. Wij laten af en toe een hoekje staan, om de moerasvogels een kans te geven. Wij hebben afgelopen seizoen twee hectare riet laten staan. Daardoor heeft de bruine kiekendief een kans gekregen zich te vestigen. Snel maaien moet nooit het doel zijn.”

Ook Egbert Beens, boswachter van Staatsbosbeheer in nationaal park Weerribben-Wieden is bang dat een korting op de beheersvergoeding ten koste gaat van de natuurwaarden in het gebied. “Die rietsnijders werken daar niet voor niks. Als ze minder gaan maaien zal dat zeker effect hebben op het gebied. Als daar een moerasbos gaat ontstaan, zal dat gepaard gaan met verlies aan soorten. De openheid van het gebied zal dan sterk afnemen.”

Omdat de Weerribben-Wieden vallen onder het Europese natuurbeschermingsprogramma Natura2000 zijn er ‘doelsoorten’ aangewezen die zorg nodig hebben om uitsterven te voorkomen.

Voor het Overijsselse natuurgebied geldt dat voor de grote vuurvlinder, een soort die in de rietvelden zijn waardplant heeft, noodzakelijk als voedsel voor de rups. Het is de enige plek in Europa waar deze vlinder nog voorkomt.

“We zijn samen met de Vlinderstichting bezig om te proberen het leefgebied van de grote vuurvlinder te vergroten”, zegt Beens. “Als rietvelden in bos veranderen, dan lukt dat natuurlijk niet meer.” Hij wijst er op dat de rietsnijders, die vaak geboren en getogen zijn in de omgeving, een belangrijke rol spelen in het behoud van het landschap. Staatsbosbeheer voert inmiddels overleg met de provincies over de subsidieregeling.

Lees ook: 

Geruisloos glijden door kanoparadijs De Weerribben

Bij gebrek aan winters afficheert Nationaal park Weerribben-Wieden - voormalig schaatswalhalla - zich nu als kanoparadijs. Volkomen terecht. 

Miljoenen voor noodlijdende rietsnijders

Rietsnijders in de Kop van Overijssel kunnen voorlopig het hoofd boven water houden dankzij miljoenen euro’s aan overheidssteun (2010). Zo ontvangen ze een tijdelijk hogere vergoeding voor het beheren van de natuur in de Weerribben en de Wieden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden